Absurditeiten (2) en rariteiten.

                                 

Jaar uit, jaar in. Van tijd naar tijdelijkheid.

Het is een open deur om te zeggen dat het een raar, verwarrend, ontluisterend jaar was. En veel mensen hebben het ook beangstigend ervaren. Ik kan me ook niet heugen dat ik een tijd heb meegemaakt waarin ik zo vaak het woord ‘hoop’ ben tegengekomen. En net zoals wanneer mensen bij dreigende rampen gaan bidden, vallen we terug op ‘hoop’ in angstige tijden. Niet alleen op wereldniveau komen we absurde dingen tegen, ook in ons dagelijks leven is er veel gekte, die we alleen vaak niet zien omdat het langzamerhand zo gewoon is geworden.

Vanwege het feit dat ik ingeschreven sta met mijn praktijk bij de Kamer van Koophandel (alsof mensen met problemen koopwaar zijn, maar dat terzijde) heb ik een toegangskaart voor de groothandel Hanos. Ik houd van koken en van lekker en goed eten en, zoals ook de Sligro en de Makro absurditeiten zijn, zo ook de Hanos.

Mijn pesto was op (nee, die maak ik niet meer zelf sinds ik de pesto-verde van de Hanos heb geproefd). Afgelopen 30 december vroeg ik onze lieve vriendin L. om mee te gaan. Dat hoefde ik geen twee keer te vragen! Het is heel aangenaam om met vriendin L. naar de Hanos te gaan, want we delen de ironie (soms met een kartelrandje cynisme) om het leven bij tijd en wijle draaglijk te houden. Zeker wanneer je allebei in je geschiedenis hebt meegemaakt hoe bizar het leven kan zijn.

Dus de rit naar de Hanos was sowieso al aangenaam, en dan hadden we nog geen lekkernij gekocht. We hadden allebei ons lijstje, waaronder speciale sojasaus, miso en L. haar speciale mayonaise van (als ik het goed onthouden heb) de ‘mayonaise-meisjes’. We vroegen waar de mayonaise stond en de vriendelijke Hanos-meneer zei: “Even rechtdoor, dan rechtsaf en dan krijgt u aan uw linkerhand eerste de Japanse straat en daarna de mayonaise-straat”.

“De mayonaise-straat!!!”

Wij kregen allebei de ‘ironie-hilariteit’, en konden daarna de absurditeit niet meer van ons afschudden en gingen los met alle mogelijke straatnamen van producten. En dat kost bij de Hanos geen moeite, want daar zijn ‘de olijfoliestraat’, ‘de zoutjesstraat’, en nog vele andere ‘straten’. Uiteraard een grote wijnafdeling, met sommige wijnen achter glas, omdat je met zo’n fles zomaar honderd euro per glas achterover slaat.

Nu kun je denken dat dit alleen gaat over de betere inkomensgroepen. Maar toch doen er zich bij de voedselbank ook opmerkelijke dingen voor. Enige tijd geleden was daar een rapportage over en werd er een mevrouw geïnterviewd met de vraag wat maakte dat ze bij de voedselbank kwam. “Ja, weetje”, antwoordde ze, “anders kan ik mijn negen kinderen geen eten geven…”.

‘Hoop’ impliceert, zoals ik het interpreteer, een perspectief van machteloosheid waar we ons dan aan overgeven; hoop zet niet aan tot actie, eerder tot passiviteit.

We staan aan het begin van een nieuw jaar. We hebben pas kunnen stemmen voor een nieuwe regering, die mogelijkheid tot invloed ligt achter ons. Wat we wel kunnen doen is nadenken over ons consumeren. Met wat we kopen beïnvloeden we het milieu. Met waar we kopen hebben we politieke invloed; iets wat de meesten van ons zich niet realiseren. Dus wil je een continue politieke invloed hebben, koop dan geen Chinese auto (dus ook geen Volvo, want dat is nu ook een Chinees bedrijf), en ook geen Tesla, want dat is in handen van een, tja, vul maar in. Koop ook niet via Amazon, want dat behandeld zijn personeel als slaven. Mijd Temu, JD.com en Shein en Alibaba. Koop bij de boekhandel om de hoek, ook online. Steun de kleinere winkels in de gewone winkelcentra. Abonneer je op een kwaliteitskrant en haal daar je informatie vandaan. Gebruik Wikipedia in plaats van AI en doneer één keer per jaar een (klein) bedrag. Verwijder Facebook, X, en Instagram, en app zoveel mogelijk door middel van Signal.

Laten we respectvol over de rechters spreken, de politie en hulpverleners, en zorgpersoneel. Denk na welke organisaties je kunt steunen, bijvoorbeeld een kritische omroep, onafhankelijke makers van films, boeken en kunst. Dictators hebben een gruwelijke hekel aan kritische denkers.

Laten we zelf een kritische denker zijn.

Ik wens iedereen een gezond en liefdevol

2026.

Zo de ouden zongen, piepen de jongen.

De ouderen geven het goede voorbeeld, en de jongeren zullen volgen.

Intergenerationele overdracht, hoe werkt dat. Daar waar nurture en nature samenkomen.

“Zo de ouden zongen, piepen de jongen”.

Het schilderij met deze titel is van de Antwerpse schilder Jacob Jordaens, 1638.

De aanleiding om me te verdiepen in intergenerationele overdracht is het congres van de Vereniging van Contextueel werkers over de toename van psychische klachten bij jongeren. Wat is er toch aan de hand dat zoveel pubers en adolescenten zich ongelukkig voelen.

Maar eerst, wat is intergenerationele overdracht.

Wij zijn als individuele mensen een kleine schakel in de geschiedenis van de wereld. Voordat we er waren was er al ontwikkeling van alles en dat zal na ons ook zo zijn. Ook de ontwikkeling van onze cultuur en maatschappij voltrekt zich in de loop van de tijd. Zoals we  weten met vallen en opstaan. En dat noemen we dan geschiedenis. Voor dat wij als mensen er waren was er natuurlijk ook geschiedenis, in die zin dat de aarde zich waarschijnlijk uit een gasnevel ontwikkeld heeft tot een vaste materie. Volgens berekeningen is de aarde 4,5 miljard jaar oud, en heeft de eerste tweebenige mensachtige rond 7 miljoen jaar geleden rondgelopen. Weer een lange periode daarna, tot ongeveer 300.000 jaar geleden, ontstond de homo sapiens, onze soort. Biologisch is er in die lange tijd veel gebeurd met ons. We hebben grotere hersenen gekregen, de dracht- en zuigelingstijd werden langer, en de verschillen tussen mannen vrouwen werden steeds een beetje minder. (Interessant gegeven tegen de achtergrond van de genderdysforie die op dit moment zo in de aandacht is).

Heel langzaam gingen we ook onze omgeving vormgeven. Via het maken van gereedschappen, het vuur maken, en via het uitbundig seks hebben we steeds meer mensen. Met als gevolg het bij elkaar klonteren tot steden, dus er is nogal wat veranderd.  Je kan wel zeggen dat we niet hebben stil gezeten. Er zijn weinig dieren die hun omgeving zo hebben beïnvloed als het beest mens. Deze beïnvloeding kon alleen maar door twee factoren: we kunnen, als sociaal dier, heel goed samenwerken (nee, even niet aan oorlog denken), én we zijn heel goed in technische kennisoverdracht. Het hele systeem van basis-, middelbare school, HBO en Universiteit is een systeem van intergenerationele kennisoverdracht. En intergenerationeel, het woord zegt het al, is een geschiedkundig begrip, een historisch fenomeen, met andere woorden, het gebeurt bewust of onbewust in het verloop van de tijd.

Niet alleen kennis dragen we over.

Onze intergenerationele overdracht van kennis hebben we dus goed voor elkaar. Al staat dat in de meer ontwikkelde landen ook onder druk door enerzijds een verzorgingsstaat die de drang en het besef om te moeten overleven naar de achtergrond heeft gedrukt. En anderzijds dat er een tendens bestaat om ons eigen leren te verwaarlozen, door dat te vervangen door AI (let wel: kunstmatige intelligentie).

Er is één dramatisch gegeven in onze ontwikkeling als mensheid, en dat is dat we ethisch en sociaal totaal achtergebleven zijn ten opzichte van de technische ontwikkelingen. Ik wil hier Robert Kaplan aanhalen die schrijft: “Voor we echter verder gaan moet ik een knagend probleem voor de lezer aanpakken, namelijk mijn vermoeden dat de menselijke aard niet zal verbeteren. Hoe ik dat weet? Ik weet het niet, maar ik denk dat het zo is”. …. Hoe we dat (de gang van de geschiedenis WN) weten? Heel eenvouding. Het verleden is de enige gids voor de toekomst”. (Robert Kaplan in “Het barre land”, ‘de permanente crisis waarin de wereld zich bevindt’. Pagina 60 en verder). Robert Kaplan wordt nogal eens als pessimist gezien, maar gezien de grote kloof tussen onze technische vermogens enerzijds en ons ethisch besef anderzijds is het eerder realistisch dan pessimistisch. Onze morele intergenerationele overdracht blijft ver achter bij onze kennisoverdracht.

Opvoeden als intergenerationele overdracht.

Intergenerationele overdracht wordt meestal in verband gebracht met of trauma’s die doorwerken in volgende generaties; of beschreven in artikelen die gaan over criminaliteit of extremistische milieus. Het gaat daarbij zelden over onze gewone opvoeding. Terwijl natuurlijk de meeste en belangrijkste intergenerationele overdracht gewoon in gezinnen gebeurt. Excuus, het is beter om te zeggen gebeurde. Dat zal ik uitleggen.

Onze invloed op ons kind wordt voor ongeveer de helft bepaald door onze genen. De andere helft door ons voorbeeldgedrag en conditionering van ons kind. Interessant is dat, wanneer je op internet kijkt naar belangrijkste opvoedinvloeden van ouders, er weinig ‘imitatie’, nabootsing, of mooi gezegd ‘de mimesis’ genoemd wordt.

Alleen de onthechte goeroe leeft voortdurend in het hier-en-nu. Wij, gewone stervelingen, leven vanuit vanzelfsprekendheden. We beginnen onze dag met onze kinderen; in veel gevallen gehaast. Het wordt niet voor niets nogal eens als een ochtendspits omschreven. De invloed die we als ouders hebben op onze kinderen is in termen van tijd de afgelopen decennia steeds minder geworden. Voor alle duidelijkheid, ik ben niet tegen het feit dat vrouwen een baan hebben, want de opvoeding is de verantwoordelijkheid van moeders én vaders. Overdracht van kennis maar vooral ook van houding, zoals respect voor de ander, ethiek dus, vraagt tijd; veel tijd. Naast het feit dat we ons veelal niet bewust zijn van onze impliciete invloed op onze kinderen (niet alleen met woorden maar met name door onze houding, ons gedrag), hebben we het ook steeds meer uitbesteed. Kinderen blijven tussen de middag op school en vervolgens gaan ze naar de ‘naschoolse opvang’. En de koppels met een drukke baan huren een Filipijnse in om in de andere uren doordeweeks onze kinderen te beïnvloeden.

Al in 2012 schreef de psychiater, hoogleraar gezinstherapie Dirk de Wachter over onze grenzeloze maatschappij, refererend aan de ‘borderline problematiek’; het woord zegt het al: grenzeloos in relaties, een instabiel zelfbeeld (onzekerheid over wie je bent), impulsiviteit (korte aandachtsboog, ‘het moet nu’), en een existentieel gevoel van leegte.

Dit laatste is gekomen doordat er geen maatschappelijk, collectief gedeeld idee is over hoe we ons leven zin geven. Vaak genoemd als gemis van een gemeenschappelijk verhaal dat een leidraad is in ons leven. Dit is geen abstractie, of alleen maar voer voor filosofen, maar een groot gemis waardoor we niet met elkaar de grote problemen vanuit een gemeenschappelijk perspectief aanpakken. Onze kinderen bieden we daardoor geen mogelijkheid tot ‘initiatieriten’, overgangsrituelen om op een geaccepteerde manier  lid te worden van een groepering of de maatschappij. Dit zogenaamde socialisatieproces hebben we uit handen gegeven en er zijn maar al te graag anderen die dit van ons overnemen en dat al gedaan hebben. Wij als volwassenen zitten al enkele uren per dag op onze mobiel, in plaats dat we iets met onze kinderen doen; en onze jongeren doen dat 5,5 uur per dag.

Bij jongvolwassenen die hun sociale mediagebruik een week ! (flink) beperken, heeft 25% minder depressieve klachten, 16% minder angstklachten en 15% minder slaapproblemen. Dat blijkt uit een Harvardonderzoek (Volkskrant 25 november 2025).

Mark Zuckerberg was op de hoogte van dit gegeven, maar heeft het achtergehouden. Dit noem ik cybercriminaliteit. Zowel mijn vorige blog als deze is een wake-up-call. En het gaat niet over anderen, het gaat over onszelf, hoe ongemakkelijk dit ook is om in te zien.

Kritiek van Artificiële Intelligentie op Artificiële Intelligentie.

Artificiële Intelligentie houdt mij vanaf het begin bezig. Ik probeer bij te blijven en lees er zoveel mogelijk over. Ik ben daar niet de enige in, maar toch verbaast het me ook hoeveel mensen het voor lief, of als gegeven aannemen en zich er niet echt mee bezighouden.

Een bijeffect is bijvoorbeeld, dat wanneer je je kritisch hebt uitgelaten over Donald Trump, je echt de kans loopt om niet meer Amerika binnen te komen.

Ik dacht “laat ik eens aan AI vragen wat de gevaren van AI zijn”. Na het lezen van de tekst, die hieronder volgt (ja, zo makkelijk heb ik me er deze keer vanaf gemaakt…!) dacht ik wel, zouden alle individuen van vlees en bloed maar zo’n zelfkritiek hebben.

Dus ik gaf ChatGPT de onderstaande opdracht:

“Schrijf een wetenschappelijk essay van ongeveer 800 woorden over de gevaren van AI voor de democratie, de creatieve beroepen en de onderlinge verhoudingen tussen mensen”.

ChatGPT zei:

“Hieronder staat een wetenschappelijk geformuleerd essay van ongeveer 800 woorden over de gevaren van AI voor de democratie, creatieve beroepen en menselijke verhoudingen”.


De maatschappelijke risico’s van kunstmatige intelligentie: bedreigingen voor democratie, creatieve beroepen en menselijke relaties

De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) vormt een van de meest ingrijpende technologische veranderingen van de eenentwintigste eeuw. Hoewel AI aanzienlijke voordelen biedt op het gebied van productiviteit, innovatie en wetenschappelijk onderzoek, groeit de bezorgdheid over de maatschappelijke risico’s. In het bijzonder komen drie domeinen onder druk te staan: de democratische besluitvorming, de toekomst van creatieve beroepen en de kwaliteit van menselijke onderlinge relaties. Dit essay verkent deze gevaren vanuit een wetenschappelijk perspectief en bespreekt hoe de structuur van de samenleving hierdoor kan verschuiven.

1. AI en de kwetsbaarheid van democratische processen

Democratie functioneert op basis van geïnformeerde burgers, transparante informatievoorziening en debat waarin verschillende perspectieven elkaar kunnen ontmoeten. AI brengt deze fundamentele voorwaarden in gevaar door de schaalbaarheid en efficiëntie waarmee informatie kan worden gemanipuleerd.

Een belangrijk risico is de verspreiding van desinformatie. Generatieve modellen kunnen overtuigende misleidende teksten, afbeeldingen en video’s produceren, waardoor het onderscheid tussen authentieke en synthetische informatie vervaagt. Empirisch onderzoek laat zien dat desinformatie die inspeelt op emotie sneller wordt gedeeld dan feitelijke informatie, wat leidt tot verhoogde polarisatie en verminderd vertrouwen in journalistieke en politieke instituties. Daarnaast maakt de personalisering van content via algoritmische aanbevelingssystemen het mogelijk politieke boodschappen te richten op extreem gedetailleerde doelgroep segmenten. Hierdoor ontstaan “micro-echo­kamers” waarin burgers voornamelijk informatie ontvangen die hun bestaande overtuigingen bevestigt. Dit ondermijnt deliberatie, een kerncomponent van democratische theorieën zoals die van Habermas, waarin wederzijdse informatie-uitwisseling een basisvoorwaarde vormt voor collectieve besluitvorming.

Ook de rol van data-analyse in politieke campagnes draagt bij aan een verschuiving van inhoudelijke discussie naar psychografische beïnvloeding. AI maakt het mogelijk om stemgedrag te voorspellen en beïnvloeden op basis van statistische patronen in online gedrag, waardoor politieke communicatie minder gericht is op rationele argumenten en meer op onbewuste gedragssturing. Hierdoor dreigt een erosie van politieke autonomie: burgers maken hun keuzes binnen een door algoritmen geconstrueerd informatie-universum.

2. De impact van AI op creatieve beroepen en culturele productie

Naast politieke processen staat ook het domein van creativiteit onder druk. Traditioneel werden creativiteit en verbeeldingskracht beschouwd als unieke menselijke vermogens. De opkomst van generatieve AI—modellen die beelden, muziek, literatuur en zelfs audiovisuele producties kunnen creëren—doorbreekt deze aanname. Hoewel deze systemen vaak afhankelijk blijven van menselijke input, verschuift de grens tussen origineel en gegenereerd werk steeds verder.

Een eerste risico betreft de economische positie van creatieve professionals. AI-systemen worden getraind op enorme hoeveelheden bestaande kunstwerken, vaak zonder toestemming of compensatie van de oorspronkelijke makers. Dit leidt tot een systeem waarin menselijke creativiteit wel als grondstof dient maar niet noodzakelijk economisch wordt beloond. Op markten zoals grafisch ontwerp, tekstproductie en illustratie ontstaan al signalen van prijsdruk doordat AI sneller en goedkoper produceert dan menselijke makers. Vanuit arbeidsmarktperspectief vergroot dit de asymmetrie tussen technologiebedrijven, die profiteren van schaalvoordelen, en individuele kunstenaars, die moeilijker kunnen concurreren.

Daarnaast bestaat het gevaar van culturele homogenisering. AI-modellen genereren vaak werk dat statistisch gezien “gemiddeld” is: patronen worden gereproduceerd op basis van meest voorkomende voorbeelden in de trainingsdata. Hierdoor dreigt een verschraling van esthetische diversiteit. Terwijl creatieve disciplines traditioneel worden gedreven door afwijking, experiment en originaliteit, produceert AI eerder variaties op bestaande stijlen. Vanuit cultuurwetenschappelijk perspectief betekent dit dat de rol van kunst als kritische, vernieuwende kracht onder druk komt te staan.

3. Veranderingen in menselijke relaties en sociaal gedrag

AI beïnvloedt niet alleen instituties en beroepen, maar ook fundamenteel menselijke interacties. De toegenomen aanwezigheid van AI in communicatieplatformen, zoekmachines, gezondheidszorg en zelfs intieme relaties verandert hoe mensen elkaar waarnemen en met elkaar omgaan.

Ten eerste structureren algoritmen in toenemende mate de sociale omgeving. Aanbevelingssystemen bepalen welke informatie we zien, welke gesprekken we voeren en met wie we in contact komen. Dit creëert een vorm van “gestratificeerde realiteit”: individuen leven in gepersonaliseerde informatiewerelden die elkaar slechts beperkt overlappen. Dit bemoeilijkt wederzijds begrip en kan bijdragen aan maatschappelijke fragmentatie.

Een tweede risico betreft de vervanging van menselijke interactie door AI-gestuurde communicatiemiddelen. Chatbots, virtuele assistenten en sociale AI-companions kunnen functioneel en emotioneel ondersteunend zijn, maar ze reduceren ook de prikkels om relaties met echte mensen te onderhouden. Psychologisch onderzoek suggereert dat langdurige afhankelijkheid van dergelijke systemen kan leiden tot verminderd empathisch vermogen en minder vaardigheid in complexe sociale situaties. De mens wordt geconditioneerd om te communiceren met systemen die perfect geduldig en responsief zijn, wat spanning kan creëren in echte menselijke interacties, die per definitie ambivalent en onvoorspelbaar zijn.

Daarnaast spelen privacy en machtsdynamieken een rol. AI-systemen verzamelen en analyseren enorme hoeveelheden persoonlijke data. Dit creëert een asymmetrische relatie tussen individuen en de organisaties die deze systemen beheren. De subtiele sturing van gedrag via gepersonaliseerde aanbevelingen of nudging-mechanismen kan leiden tot een vorm van sociale regulatie die grotendeels onzichtbaar en moeilijk te controleren is.

Conclusie

De gevaren van AI voor democratie, creatieve beroepen en menselijke relaties zijn diep verweven met bredere maatschappelijke structuren. AI versnelt bestaande trends zoals polarisatie, economische concentratie en digitale afhankelijkheid. Een verantwoordelijke omgang met AI vereist daarom niet alleen technische regulering, maar ook een herwaardering van menselijke autonomie, creativiteit en sociale cohesie. De uitdaging voor de komende decennia is om AI in te bedden in een sociaal en ethisch raamwerk dat de menselijke maat centraal stelt en de samenleving beschermt tegen onzichtbare vormen van beïnvloeding en machtsconcentratie.

Nu dan maar weer de echte Wim Noorlander: als voorbeeld van wat AI nog meer kan; hieronder mijn nieuwe vriendin (is ’t geen schatje?) en een nieuwe Rembrandt:

Het worden spannende tijden om echt en onecht uit elkaar te gaan houden.

Democratie (2)

Inleiding

Als voorbereiding op de vervroegde verkiezingen van de tweede kamer op 29 oktober (2025) wil ik nog weer eens nadenken over onze democratie. Nee, het wordt geen kiesadvies in de directe zin van het woord. Wel een poging om een juiste keuze te maken, zodat onze democratie niet in gevaar komt. Want er zijn dreigende wolken aan de horizon die onze vrijheid kunnen bedreigen.

We worden verleid om mee te gaan in de hype van de verkiezingen: het gehakketak, het spelen op de man/vrouw, en zoals een paar partijen doen onze instituties die de democratie waarborgen in diskrediet brengen, door bijvoorbeeld de Raad van State te beschuldigen van partijdigheid. Dit laatste is niet zomaar even een kritische mening geven over een organisatie. Het is het van binnen uit om zeep helpen van onze democratie, die juist bestaat op een scheiding van de machten, het zogenaamde trias politica: de wetgevende macht (de regering en de tweede kamer), de uitvoerende macht (de dagelijkse bestuursorganisaties die de wet uitvoeren en beschermen, waaronder de politie als bescherming van de wet), en de rechtsprekende macht (de rechters die vaststellen of iedereen zich aan de vastgestelde wetten houdt; van regering zelf tot organisaties en burgers).

In Amerika zien we, door een verbijsterende ondermijning van de scheiding van die drie machten, in een tempo die bijna niemand voor mogelijk had gehouden, de democratie veranderen in een autocratie: een regeervorm waarin één persoon alles bepaalt en het zelfcorrigerend vermogen van de staat wordt uitgeschakeld.

Het deed me aan het volgende denken.

De paradox van de democratie.

Al weer jaren geleden zei Recep Tayyip Erdoğan, de president van Turkije: “Voor mij is de democratie een trein, wanneer ik mijn bestemming (doel) bereikt heb, stap ik uit”. (Let wel, dictators zijn vaak veel consequenter dan democratische leiders, daar kunnen de laatste echt wel van leren). Erdoğan heeft woord gehouden; Turkije is nauwelijks meer een democratie te noemen. Dat is de paradox van de democratie, je kunt door middel van de democratische procedure de democratie omver werpen.

Dit deed me aan het volgende denken. Begin deze maand (oktober 2025) zijn er Nobelprijzen uitgereikt, onder andere aan drie geneeskundigen die ontdekt hebben hoe ons immuunsysteem zichzelf in balans houdt, maar óók hoe het zichzelf kan aantasten en ondermijnen. Ons immuunsysteem maakt T-cellen die gevaarlijke indringers in ons lichaam onschadelijk maken. De immuuntherapie bij het behandelen van kanker is hierop gebaseerd. Een fantastisch systeem wanneer je je er even in verdiept. Maar die T-cellen keren zich soms ook tegen het eigen lichaam, en zo kan een auto-immuunziekte ontstaan, zoals multiple sclerose of reumatoïde artritis.

Onze democratie is (tot nu toe) eigenlijk het meest menswaardige politieke systeem wat we hebben. Maar zomaar ineens kan het tegen zichzelf gekeerd worden.

Het was immunoloog Sakaguchi die in 1995 het bestaan aantoonde van een nieuwe groep T-cellen. Die regulerende T-cellen, afgekort Tregs, zouden als bewakers fungeren. De wetenschappelijke wereld reageerde sceptisch, totdat Brunkow en Ramsdell ontdekten hoe die Tregs worden gevormd.

Tregs patrouilleren door het lichaam als ware beveiligers en voorkomen dat T-cellen per ongeluk eigen cellen aanvallen. Ze zorgen er ook voor dat het immuunsysteem na het onschadelijk maken van een ziekteverwekker weer kalmeert en niet op topsnelheid door het lichaam blijft razen. (Volkskrant 6 oktober 2025).

Sommige partijen zijn als T-cellen die het eigen democratische systeem aanvallen en ondermijnen. Die hebben geen zelfcorrigerend vermogen en verdragen dat ook niet binnen ons democratische bestel. Dat zijn de gevaarlijke “Erdoğans”, die ook vaak zelf niet eens doorhebben dat ze een T-cel zijn die zich tegen  het eigen systeem keert.

Omdat het hier om een paradox gaat hebben veel mensen dit niet door. Want een paradox is een ingewikkeld begrip dat vaak begrepen wordt als ‘iets tegenstrijdigs’. Maar een paradox is een tegenstrijdigheid in zichzelf. Een simpel voorbeeld: een briefje met daarop “lees dit niet”.

Zo werkt dus ook de democratische paradox: via de democratische weg de democratie om zeep helpen.

Kies dus een partij met een partijleider (!) die bereid en in staat is zich te laten corrigeren en die niet uit is op het onderwerpen van andersdenkenden. Want aan de horizon zijn dreigende autocratieën die de democratie omverwerpen.

Nieuwsgierig of geïnteresseerd?

Het is een rare discrepantie tussen ons gewone leven dat, in veel gevallen, vanzelfsprekend verloopt, en de dreiging die door bijna iedereen gevoeld wordt, zeker wanneer we iets van het nieuws oppikken. In het eerste geval zal ik niet zo snel nieuwsgierig zijn, want vanzelfsprekendheid maakt niet snel nieuwsgierig.  En ik voel een drempel om geïnteresseerd te raken bij dreiging of angst.

Geïnteresseerd raakte ik bij het volgende. In Azië zijn resten gevonden van de Denisavomens, een groot uitgevallen Rico Verhoeven, en ik kan daar met geboeide verbazing en verwondering over lezen. Het ontstaan van onze soort vind ik zeer intrigerend.

Een pagina verder in de krant zie ik foto’s van Gaza en ben ik verbijsterd, zeker wanneer ik daar de volslagen ongevoeligheid van Netanyahu naast zet. Netanyahu kan mij nieuwsgierig maken, want ‘hoe werkt dat brein bij die man?!’

Bij het ene bericht lukt het me ook beter om distantie in te nemen dan bij het andere. Dat is natuurlijk ook begrijpelijk, maar bij beide berichten verplicht ik mezelf tot afstand nemen; tot een positie om te reflecteren, na te denken en meer te willen begrijpen en dus meer te weten. Bij de Denisavomens is het een mengeling van nieuwsgierigheid en interesse; bij Gaza is het vooral interesse in de beweegredenen, de drijfveren, de aandriften die maken dat oorlog voerders (ja, inderdaad, allemaal mannen) op leeftijd, de korte tijdspanne van hun eigen leven blijkbaar uit het oog verliezen. Of doen ze het juist om hun eigen tijdelijkheid, hun eigen dood niet onder ogen te komen?

Enige verbazing heb ik ook over het feit dat er zo weinig mensen bezig zijn met het onderzoeken en willen begrijpen van onze tumultueuze tijd. Sowieso intrigeert het me al heel lang waardoor de een in veel geïnteresseerd is, en de ander alles voorbij laat gaan zonder door verwondering geraakt te worden. Zoals met veel van onze eigenschappen is het op latere leeftijd geïnteresseerd zijn en kwestie van aanleg en opvoeding. Voor een deel is nieuwsgierigheid een functionele drift, want we ontdekken er onze omgeving mee, zodat we beter kunnen overleven. Het is duidelijk, de een is meer nieuwsgierig of geïnteresseerd dan de ander.

Er is wel een verschil tussen nieuwsgierig en geïnteresseerd. Nieuwsgierigheid en interesse hebben allebei een verschillende connotatie, een andere gevoelswaarde. De ‘dikke van Dale’ is er vrij duidelijk over. Interesse is belangstelling, en nieuwsgierigheid is verlangen dingen te zien, te horen of te weten te komen, die niet voor ons bestemd zijn of die geen belang voor ons hebben. Nieuwsgierig klinkt wat gewoner, oppervlakkiger en kan gericht zijn op ‘alles en nog wat’. Bij nieuwsgierig denken we niet direct aan wetenschappelijke interesse wanneer we zeggen dat iemand nieuwsgierig is. Nieuwsgierigheid speelt een grote rol bij roddelbladen als Privé, met een oplage van 113000 lezers. Dat er in onze interesse grote verschuivingen de afgelopen jaren zijn opgetreden is te zien aan de oplage van het maandelijkse tijdschrift van Nationale Geographic. Dat had in 2004 een betaalde oplage van 134.000 lezers; in 2022 nog maar 39.000 lezers! Wat is er toch met onze interesse gebeurd?! Ach, het verschil in oplage tussen Privé en National Geographic geeft weer wat we al wisten: de invloed van de onderbuik is vele malen groter dan die van het ‘bovenhoofd’. Een andere interpretatie is dat we, omdat we vooral sociale dieren zijn, een sterke oriëntatie hebben op ‘soortgenoten’, en dat daar de winst zit van de roddelbladen en de sociale media ten koste van de meer rationele ‘serieuze’ interesses.  

Is onze interesse, onze nieuwsgierigheid wel echt van onszelf?

Onze interesses lijken van onszelf te zijn, maar niets is minder waar. Marketing steelt onze nieuwsgierigheid en daarmee onze tijd op een manier die we niet doorhebben. (Whatsapp heeft sinds kort een blauw knopje om je nog sneller te belonen door je, ongevraagd!  antwoord te geven op alles en nog wat, en zo je aandacht vast te houden!). Ik ben er van overtuigd dat National Geographic het overgrote deel van zijn lezers is kwijtgeraakt door internet en vooral door de sociale media. De gemiddelde Nederlander brengt 5,5 uur per dag door achter een scherm. Dit omvat zowel het gebruik van mobiele telefoons, computers, tablets als het kijken naar televisieschermen. Ongeveer 2 uur en 20 minuten hiervan wordt besteed aan de smartphone. Jongeren tussen de 15 en 35 jaar zitten 4,8 uur op hun mobiel. En dan kom je natuurlijk niet meer ‘aan je eigen nieuwsgierigheid en interesse toe’.                             

Verwondering, verbazing en twijfel als basis voor interesse.

Geen interesse zonder verwondering. Misschien gaat twijfel nog wel vooraf aan verwondering. Want wanneer ik bijna alles als vanzelfsprekend aanneem, zal ik geen vragen stellen en niet verwonderd zijn. Maar kunnen twijfelen verondersteld een bepaalde mate van zekerheid over onszelf. De wereld ontdekken gaat niet goed wanneer we beheerst worden door angst. We hebben positieve ervaringen uit het verleden nodig om de onzekere toekomst in te durven gaan. Toegeven dat we niet weten, niet zeker zijn van wat dan ook zonder angst, maakt dat we met interesse op onderzoek uitgaan. Ouders hebben een grote invloed op hun kinderen of ze een basiszekerheid ontwikkelen waarmee ze zonder angst een onzekere toekomst tegemoet durven gaan. Misschien is wel het leukste leven, een leven te zien als ontdekkingsreis met de daarbij horende nieuwsgierigheid.

Het grootste niet weten is natuurlijk dat wat komt na de dood. Dit niet weten veroorzaakt dan  ook vaak de grootste angst. Vooral orthodoxe religies lijken dan ook een ‘hiernamaalsverzekering’ aan de kunnen bieden, waar twijfel ‘uit den boze!” is.

Maar twijfel is de basis voor een democratie, (en voor iedere relatie trouwens) want een andere mening bestaansrecht geven en dus jezelf en je eigen meningen en ideeën in twijfel willen trekken, voorkomt polarisatie.

Misschien wel de belangrijkste interesse gebieden…

Daarom zijn misschien wel de belangrijkste interesses de echte interesse in de ander en twijfelen aan onszelf en onze zelfkennis, zodat we ons blijven afvragen “weet ik wie ik ben en hoe is mijn gedrag ten opzichte van anderen?”. Wanneer we ons als een vis in het water voelen bij onszelf, is het misschien goed om ons te realiseren dat het oude gezegde “het laatste waar een vis over nadenkt is het water waarin hij zwemt”, ook op ons van toepassing is.

Machteloos makend vind ik, om in alle conflicten die er op dit moment aan de orde zijn, te zien dat de menselijke interesse in de andere partij volledig afwezig is geraakt. In gesprekken daarover kan de polarisatie, zo maar, voor dat je het weet, ook mijn eigen relaties én mezelf besmetten.

Machteloos makend is het om te bedenken dat ik aan die polarisatie in de wereld niets kan doen. Het enig mogelijke is om in gesprekken met anderen wanneer het hier over gaat, niet besmet te worden met diezelfde onredelijke polarisatie. Ik weet dat het aan de wereld niets zal veranderen. Maar misschien, wanneer steeds meer mensen er niet aan meedoen, …?!

Het laatste, machteloosheid aankunnen, zet me aan om daar verder over na te denken. Dat zal dan ongetwijfeld ook moeten gaan over rouwen en verwerken; en wat dat eigenlijk is.

Wijsheid in tijden van onzekerheid.

Eerst een ‘zakelijke’ mededeling:

sinds een paar maanden woon ik in Zutphen. En dat betekent dat ik nu mijn praktijk dus ook in Zutphen heb. Mijn praktijkaders is: IJsselkade 15, 7202DN Zutphen. Mijn telefoonnummer is nu: 06 17 46 53 86.

Mijn e-mailadres is hetzelfde gebleven: info@instituutpro.nl en ook mijn website is nog steeds www.instituutpro.nl

Het is bijna een gotspe om in deze tijd over wijsheid te durven denken; laat staan te schrijven. Het feit dat ik dit toch waag is geen teken dat ik de ‘wijsheid in pacht heb’. Het geeft wel mijn behoefte aan wijsheid weer. Natuurlijk bij mezelf. En ook verlang ik naar wijze leiders. Het lijkt wel alsof we wereldwijd geen weet meer hebben van wijsheid, laat staan een manier hebben om goede leiders te rekruteren. Er staat ons niets anders te doen dan binnen onze eigen invloedsfeer zo wijs mogelijk te zijn. Vanuit misschien de simpele gedachte ‘alle kleine beetjes helpen’.

Maar wat is wijsheid?

Wijsheid is niet zo maar een-twee-drie te formuleren. Het wordt gevormd door een aantal kenmerken die zelf ook weer om studie en uitleg vragen. En aan de hand daarvan zal ik dit onderzoek naar wijsheid doen. Dat gaat me niet in één blog lukken, dus dat worden er in de loop van de tijd meer, afgewisseld door andere thema’s.

1. Kennis, niet als feit, maar als relationele samenhang.

 In een complexe maatschappij waarin wij leven is de mogelijkheid om zelf je leven in te vullen, zeer betrekkelijk. We kunnen het wel over vrijheid van handelen hebben maar onze onderlinge afhankelijkheid is zo groot, dat het een illusie is dat we zelf ons leven kunnen invullen. Nogal wat economen en politici houden ons graag voor dat we liberaal zijn, vrij en autonoom en vandaaruit alle kansen hebben. Dit optimisme is maar heel beperkt waar. Want iedereen begrijpt dat het heel veel uitmaakt of je in Afghanistan wordt geboren, zeker als vrouw. Of in Amsterdam-Zuid, waar de huizen enkele miljoenen opbrengen en geen auto onder de ton lijkt te kosten. We zijn voor onze ontwikkeling afhankelijk van situationele factoren én van de mensen om ons heen. Dit inzicht in onze situatie en het besef van onze onderlinge afhankelijkheid, onze sociale interdependentie, vereist intelligente wijsheid.

In bijna alle artikelen over wijsheid wordt kennis als eerste genoemd en als essentieel gezien. Kennis is geen vaststaand iets dat ergens opgeslagen ligt. Kennis is een ontwikkelingsproces dat zich voltrekt door de eeuwen heen. De vraag is natuurlijk welke kennis van dit moment relevant is voor wijsheid.

Er is één heel belangrijk uitgangspunt bij het nadenken over kennis, en dat is dat er geen losse, op zichzelf staande feiten zijn. Dat alle dingen en mensen hun bestaan en betekenis ontlenen aan de verhouding, de relatie met andere dingen en andere mensen. Het is verbluffend en onthutsend dat dit inzicht en het écht diepe besef hiervan nog niet zo heel lang bij mij écht begint door te dringen. In de ontdekking van dit gegeven bevind ik me gelukkig in goed gezelschap, zoals bijvoorbeeld bij Carlo Rovelli (zie verderop).

2. Alles is relatie en alles is ‘interactie bepaald’.  

We worden geboren uit een relationele activiteit (wat zeg ik dat toch weer netjes…), we hebben contact, een relatie met de grond waarop we staan. En die kan nogal verschillen, want asfalt geeft een ander contact dan zand of blubber. Veel weten in de vorm van kennis van losse feiten leidt nog niet vanzelfsprekend naar wijsheid. Want een feit zonder context is als een plant zonder aarde. Niet de dingen op zich zijn belangrijk, maar hun onderlinge verhoudingen. Het klimaatprobleem is daar een (schrijnend) voorbeeld van. Carlo Rovelli: “… objecten, een kat, een steen, een klok, een boom, een jongen een dorp, een regenboog, een planeet, een cluster van sterrenstelsels… Deze objecten verkeren niet in een hooghartig soort eenzaamheid. Integendeel, ze doen niet anders dan op elkaar inwerken. Om de natuur (of de wereld WN) te begrijpen moeten we nu juist naar deze interacties (onderstreping door mij) kijken, en niet naar de geïsoleerde objecten”. Dit schrijft Carlo Rovelli in “Helgoland”, het verhaal van de kwantumfysica. (pagina 83).(uitgeverij Prometheus). Deze hersenkraker van Rovelli (bezint eer ge begint!) maakt duidelijk dat alles in het leven bepaald wordt door de verhoudingen die het heeft met al het andere. Dus wijsheid wordt wellicht sterk bepaald door het vermogen om de dingen in een context te zien. En misschien wel, des te meer context, verbanden je ziet, hoe wijzer je bent.  

Om dit gegeven van de relationele samenhang, dit interacteren van de dingen en mensen met elkaar te zien, vraagt om vanzelfsprekendheden opzij te zetten. Ik zal proberen dit duidelijk te maken. Eigenschappen van dingen of van mensen nemen we waar door ze te vergelijken, te relateren met andere dingen of mensen. Toen ik twintig was, was ik gemiddeld lang, namelijk 1.80 meter. De mannen die in 1980 geboren zijn, zijn gemiddeld 183,9 meter. Ik ben dus gemiddeld ‘kleiner’ geworden. (Mijn relatie met de zwaartekracht heeft er trouwwens voor gezorgd dat ik nu 1.79 meter ben!)

Het grappige is dat het werkwoord ‘relativeren’ betekent dat je de betrekkelijkheid van iets of iemand moet inzien. Iets of iemand dus ‘in betrekking (relatie) zien’ met of tot iets of iemand anders. Doen we dat niet dan verabsoluteren we bijvoorbeeld onszelf. Een zeer goed voorbeeld zijn de maatregelen van Donald Trump, waarbij duidelijk wordt dat hij iedere samenhang (relatie) met wat dan ook, milieu, economie, solidariteit, historiciteit, ontkent. En in wezen de relatie met de ander, de ander als medemens ontkent.

Met de ontkenning van de historiciteit bedoel ik de ontkenning van de tijdelijkheid van het bestaan. De tijdelijkheid van ons eigen bestaan. Waarom zou je bommen gooien, anderen uitmoorden wanneer je weet, nee beseft, dat je over een paar jaar dood bent?! Blijkbaar hangen ontkenning en verabsolutering erg samen. Historiciteit wel zeggen dat we de dingen en gebeurtenissen in een perspectief zien van verleden, heden én toekomst.

3. Zelfkennis als voorwaarde voor wijsheid.

Zelfkennis, als misschien wel het belangrijkste aspect van wijsheid, is een van de moeilijkste ‘kennisgebieden’, omdat we geen zintuig hebben om ons zelf waar te nemen. Bezinning, meditatie en contemplatie kunnen een beetje kennis over ons zelf opleveren. Maar de beste informatiebron is de feedback van anderen op ons gedrag. Weer het relationele perspectief op onszelf. Dat is al moeilijk genoeg, want expliciete kritiek is moeilijk om in ontvangst te nemen. Bijna iedereen (is mijn ervaring) denkt zichzelf het best te kennen. En ontkent of bagatelliseert dan de onwelgevallige feedback die door anderen wordt gegeven. Het vraagt van ons het verdragen van de lastige paradox van twijfel en niet-zeker-zijn van onszelf op een basis van zelfvertrouwen. Carlo Rovelli: “Volgens mij is een van de grote fouten die de mensen maken wanneer ze proberen te begrijpen dat ze zekerheid willen. De zoektocht naar kennis voedt zich niet met zekerheden: hij voedt zich met een radicale afwezigheid van zekerheden. Dankzij een scherp besef van onze onwetendheid staan wij open voor twijfel en kunnen we steeds beter leren. Dat is altijd de kracht geweest van wetenschappelijk denken, waarin nieuwsgierigheid, revolte, verandering altijd een grote rol spelen”. (pagina 150).

In een mooie documentaire waarin Carlo Rovelli in gesprek met de filosoof Jay Garfield dit perspectief van de onderlinge samenhang van de dingen duidelijk maakt, zet ook ons eigen leven in een ‘betrekkelijk, relationeel’ perspectief. En dat maakt heel bescheiden.

(Zie de documentaire op NPO Start, KRO-NCRV met als titel “ De Boeddhistische Blik: De werkelijkheid bestaat niet”.)

Andere kenmerken van wijsheid die ik in volgende blogs wil onderzoeken zijn:

rechtvaardigheid, liefde, altruïsme en empathie, matigheid, moed , verstandigheid, nieuwsgierigheid, verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven.

Er valt nog veel te bestuderen!

Als de ander niet meer meetelt.

En er van wederkerigheid geen sprake meer is.

Vergeef me wanneer ik vervelend word met mijn terugkerende thema: ‘wat is de werkelijkheid’, en ‘wat is de waarheid over de werkelijkheid’. Maar sinds 20 januari, de inauguratie van Donald Trump, is deze kwestie actueler dan ooit.

In coronatijd waren er nogal eens mensen die zelfs bewezen feiten betwijfelden; de basis van het ontstaan van complottheorieën. Maar nadenken over feiten en het onderzoek daarvan is van levensbelang. Bijvoorbeeld, dat er in onze tijd veel minder mensen vroegtijdig sterven dan een paar eeuwen gelden komt door vier factoren: de aanleg van riolen, gezond drinkwater, vaccinaties, en de uitvinding van antibiotica. Dat zijn gewoon nuchtere feiten.

En nee, dat komt niet door onze gezondere voeding, want die is er juist de afgelopen decennia door de voedselindustrie sterk op achteruit gegaan.

Het bovenstaande gaat over feiten die door de wetenschap, via degelijk, wetenschappelijk onderzoek, zijn vastgesteld. Heel anders is dat met vormen van samenleven. Er bestaan allerlei vormen van huwelijksrelaties, arbeidsverhoudingen en maatschappelijke vormen van samenleven. De vrouw thuis en de man die buitenshuis werkt is niet per definitie een slechtere vorm dan een relatie met tweeverdieners. En het is maar de vraag of een huwelijk waarbij de partners zijn uitgekozen door de ouders, tot een ongelukkiger, ongelijkwaardiger huwelijk leidt. Want ongelijk is echt iets anders dan ongelijkwaardig; begrippen die vaak door elkaar worden gehaald. Wanneer er bijvoorbeeld een taakverdeling is die verschillend is, en er is overeenstemming over die verdeling, dan is er sprake van ongelijkheid én gelijkwaardigheid. De gelijkwaardigheid is juist aanwezig wanneer één van de twee dat wat tot dan gewoon was,  ter discussie kan stellen, en door de ander daarin volledig serieus wordt genomen. Waarna beiden tot een nieuwe consensus komen. Dit is ook één van de basisprincipes van een democratische verhouding.

Vormen van samenleven zijn eigenlijk door mensen bedachte constructies en worden dus wel ‘sociaal construct’ genoemd. De waarde van geld bijvoorbeeld is een sociaal construct, want via afspraken, in overeenstemming vastgesteld. Door andere ingewikkelde invloeden kan geld dan ook meer of minder waard worden. Ook de betekenis van woorden bestaan op basis van overeenkomst tussen mensen en zo kunnen woorden in de loop van de tijd veranderen. Het begrip ‘depressie’ bijvoorbeeld is nogal gedevalueerd, want de uitspraak “ik had een depressieve dag” heeft niets met het officiële begrip depressie te maken. Trauma is ook zo’n voorbeeld, een beetje tegenslag heet vandaag de dag al snel traumatisch.

De ander begrijpen hoe hij (of zij) is; een stap naar realiteitszin.

Als er één man is die het sociale construct ‘relatie’ totaal anders definieert dan zijn voorganger dan is dat Donald Trump wel. Ik denk dat Trump geen echte vrienden heeft: anderen die van menig met hem kunnen verschillen. Het is niet zo dat ik Donald Trump niet begrijp (iets anders dan dat ik het met hem eens ben). Trump heeft een ander ‘sociaal construct’ van een relatie dan ik. Hij is anders dan ik, wij verschillen in veel opzichten, en dat komt natuurlijk vaker voor. Geen enkele relatie van twee (of meer) mensen bestaat uit gelijken. Ook eeneiige tweelingen zijn niet hetzelfde.

Het verschillend zijn heeft invloed op het begrijpen van de ander. En daar doet zich een speciaal fenomeen voor. Een klein beetje anders zijn van die ander, dat kunnen we vaak wel begrijpen. We kunnen ons er wel iets bij voorstellen, ook al komt het niet overeen met ons eigen idee. We kunnen verschillen in ons uitgavenpatroon, in wat we lekker vinden, en ook in omgangsvormen. Maar er vindt een ‘kantelpunt’ plaats (om dat modewoord te gebruiken) wanneer het verschil te groot is. Dat gaat dan gepaard met uitroepen als “onbegrijpelijk, zoals doe je toch niet?!”. En die verwarring vindt met name plaats wanneer die ander uiterlijk wel op ons lijkt, maar in gedrag ‘totaal’ anders handelt. Want die verbazing hebben we niet bij het anders zijn van iemand met het downsyndroom. En we vinden het ook niet gek om opgegeten te worden door een hongerige ijsbeer, want ja, logisch, dat is nu eenmaal een beest, en dus heel anders dan wij mensen. De verwarring ontstaat wanneer we uiterlijk op elkaar lijken, maar het ‘innerlijk’ en het gedrag van de ander fundamenteel verschilt met dat van ons.

Ethiek is kort samengevat het nadenken over het juiste handelen van mensen ten opzichte van elkaar. Wanneer we hierover to dezelfde ideeën komen dan hebben we een gezamenlijke moraal. Ethiek en moraal gaan eigenlijk altijd over onze onderlinge verhoudingen. Over de al of niet gezamenlijke opvattingen hoe we ons hebben te gedragen en wat goed handelen is ten opzichte van elkaar. Christelijke ethiek is er op gebaseerd dat we de ander, ook wanneer die verschilt met ons, een gelijke waarde toekennen. Het tweede grote gebod in het christendom is ‘heb uw naaste lief als u zelf”, en ook de niet-gelovigen in de westerse wereld hebben zich dit min of meer eigengemaakt.

Hier speelt die boeiende verhouding tussen aanleg en opvoeding, tussen nature en nurture en grote rol. De mogelijkheid tot dit ethisch besef (nurture) is bij de meeste mensen aangeboren. Maar niet bij iedereen! Er zijn mensen die hebben een aangeboren stoornis met betrekking tot dit ethische besef, deze mogelijkheid tot een gewetensfunctie. En de grote fout die heel vaak gemaakt wordt, zowel op kleine schaal als op wereldniveau, is denken dat de ander wel ongeveer hetzelfde denkt over verhoudingen als ik, als wij.

Dat is de oorzaak, de reden dat onze leiders de inval in de Krim hebben gebagatelliseerd. We hebben gedacht in termen van wederkerigheid: als we nou maar handelsrelaties met elkaar aangaan (het Westen m et Rusland bijvoorbeeld), dan worden we in wederkerigheid afhankelijk van elkaar en dan zal er geen oorlog meer komen. Angela Merkel was van dat sociale concept, en vergat daardoor de individuele psychopathologie van enkele politieke leiders. En de tragiek van de afgelopen, recente tijd is dat het denken in gelijkwaardigheid en de daarop gebaseerde wederkerigheid helemaal geen vanzelfsprekendheid is. Er zijn op microniveau bijvoorbeeld vrouwen (sorry dames) die steeds vallen voor de charmante mannelijke psychopaat (sorry heren). En op maatschappelijk, macroniveau schijnt de autoritaire leider zonder ontwikkelde gewetensfunctie nog steeds voor veel mannen een zeer aantrekkelijke identificatiefiguur te zijn. En voor veel vrouwen een adoratiefiguur.

De ontkenning dat er leiders kunnen zijn met een antisociale persoonlijkheidsstoornis is op twee manieren verbijsterend: dat zulke leiders door miljoenen mensen überhaupt gekozen worden en dus als leider kunnen bestaan; én verbijsterend dat dit gegeven: dat die miljoenen mensen bestaan die een narcistische psychopaat kiezen, stelselmatig wordt ontkend.

Wanneer de realiteit té bedreigend is en de angst té groot, dan kunnen we die realiteit zomaar gaan ontkennen. De verwarring is mij zeker niet onbekend, want ik begrijp het wel, maar ik snap het niet.

Jaren geleden, we kenden elkaar net,  waren we op vakantie in Griekenland. We streken neer op een terrasje aan de rand van een water. Rechts van ons was het centrum van de plaats en verder weg beboste heuvels. Mijn lief, huisgenoot B. herkende op het terras een paar andere vrouwen, ik meen van een opleiding, en dat was een enthousiaste ontmoeting. Zij gingen in gesprek en ik keek om me heen, en zag ineens in de verte, op de beboste heuvels brand. De wind was op dat moment richting het stadje. Ik zei tegen de anderen: “het stadje loopt gevaar, die wind waait het vuur deze kant op”. “Ach, reageerden ze, “ze zullen het in het stadje wel doorhebben”. Ik probeerde het ook nog bij de ober, maar die haalde onverschillig zijn schouders op; zo van “we zien het wel”.

Nog geen half uur later had het vuur de stad bereikt, loeiden ineens de sirenes, en was er paniek. Ik wil maar zeggen… .

Vrouwen versus mannen; verhoudingsgewijs.

(Verhoudingsgewijs: ”naar de verhouding beoordeeld”. Van Dale)

Eerst een inleiding voor dat ik me aan dit gevoelige onderwerp waag (als man).

Wat is ‘normaal’ eigenlijk?

De gemiddelde lengte van mannen in Nederland is 184 centimeter; wereldwijd is dit 180,4 centimeter. Mijn lichaamslengte is (even geen krimp meegerekend!) 180 centimeter. Ik ben een heel gemiddelde man, zeker ten opzichte van alle mannen in de wereld.

Ik ben dus een heel normale man (wat lichaamslengte betreft…..). Normaal kunnen we statisch bepalen, maar heel vaak wordt normaal ook geïnterpreteerd vanuit een moreel, ethisch opzicht. Wanneer ik zeg dat ik een normale heterosexuele (ik vind sexueel met een x veel sexyer dan met ks) man ben, dan beginnen vast een aantal mensen te steigeren in dit woketijdperk, waar er een grote gevoeligheid is ontstaan ten opzichte van mogelijke veroordelingen ten aanzien van ‘statistisch afwijkende’ bevolkingsgroepen. Want de woordcombinatie ‘normale heterosexuele’ zou kunnen suggereren dat ik heterosexueel normaal vind en niet-heterosexueel moreel niet normaal vind. Onze ideeën over wat normaal is zijn dus niet alleen feitelijk vaststellend, maar in zeer veel gevallen een norm voorschrijvend. Niet zo maar als wenselijk, maar vaak dwingend bepalend, met grote gevolgen wanneer je je niet houdt aan de norm.

De maatschappelijke terreinen waar dit het sterkst (altijd) speelt zijn religie en seks, en worden dan ook zeer vaak als een twee-eenheid met elkaar verbonden. Denk maar aan het celibaat binnen de katholieke kerk, maar ook bij sommige boeddhistische richtingen waar sexuele onthouding voorgeschreven is, of minstens nagestreefd wordt als oefening in ‘onthechting’. In sommige esoterische richtingen, nogal eens afgeleid van het oosterse denken, wordt het streven naar vrijen zonder orgasme geproclameerd, vanuit het idee dat je dan ‘de energie’ niet verloren laat gaan (ben ik nooit bij olifanten tegengekomen trouwens).

Macht in relaties en de nog steeds stelselmatige ontkenning daarvan.

Wanneer we langere tijd een relatie hebben dan lijken veel taakverdelingen als vanzelfsprekend te gaan. Maar wanneer we goed opletten, en we zien dat altijd beter bij anderen dan bij onszelf, dan zien we wie wat bepaalt in die verhouding. Zorgtaken en het regelen van de sociale contacten worden nog steeds veelal gedaan door vrouwen. Niet dat wij mannen dat niet willen doen, maar we besteden het wel gemakkelijk uit en vrouwen nemen het ook gemakkelijker op zich. Dit machtsaspect speelt altijd op ieder moment in iedere relatie! In verhoudingen die harmonie als doel hebben wordt macht vaak ontkent: “Nee hoor, wij hebben nooit woorden, laat staan ruzie”. Als het goed gaat tussen (twee) mensen ontstaat er na enige tijd consensus die door beiden, allen wordt onderschreven. Vaak lijkt er overeenstemming te zijn, maar schijn kan soms bedriegen, en heeft één van de twee zich ‘er’ bij neergelegd en heeft stilzwijgend gecapituleerd. Dit laatste is ‘betonrot in het fundament van de relatie’. Er is dan confrontatie en/of ruzie nodig om de balans van geven en ontvangen in evenwicht te brengen.

In het beste boek over menselijke communicatie [1] wordt dit machtspunt het ‘bevelsaspect’ genoemd in de communicatie binnen een relatie. Duidelijk wordt dat door de manier waarop we iets tegen de ander zeggen. Bijvoorbeeld: “Het is van belang dat je de koppeling langzaam en gelijkmatig laat opkomen”, of “Laat die koppeling schieten en de versnelling is gelijk naar z’n moer”. De inhoud van deze uitspraken zijn ongeveer hetzelfde, maar het is duidelijk dat het om twee verschillende relaties gaat. (Watzlawick, pagina 45). Door de manier waarop we met elkaar praten bepalen we de aard van de relatie die we met elkaar hebben. Officiëler gezegd, het is de manier waarop we de relatie met elkaar definiëren.

De sexuele relatie tussen vrouwen en mannen.

Met betrekking tot dit onderwerp bestaat de wat flauwe, maar veelzeggende uitspraak “Klaar is Kees, en nu Marie nog”.

Misschien is het je niet ontgaan, de publiciteit rond de film “Babygirl” van Halina Reijn. De film gaat over een vrouwelijke CEO die verleidt wordt, dan wel die zich laat verleiden door een jonge, mannelijk stagiair. Dat verleiden ontwikkelt (ontaardt!?) zich al snel in een sadomasochistische verhouding. Een van de meest indringende scenes is dat zij op bevel op de knieën gaat en uit een schoteltje melk drinkt. Binnen deze sexuele, kleinerende relatie krijgt zij wel orgasmes, iets wat niet gelukt is binnen haar huwelijk met haar man, die gelijkwaardige seks met haar had én wilde hebben.

De Britse krant The Guardian gaf de film twee sterren (van de vijf) omdat de thema’s fragmentarisch en niet echt uitgewerkt zijn. Anderen hebben veel lof over de film omdat de vrouwelijke lust en orgasme nu eens op de kaart zijn gezet. Dat is zeker positief, want zelf ben ik een groot aanhanger van het vrouwelijke orgasme, naast dat van mezelf uiteraard. Maar waar het wat mij betreft wringt is de relationele context die geschetst wordt. Al eerder is in boektitels de uitspraak gemunt “Het persoonlijke is politiek”, bijvoorbeeld door Hedy d’Ancona in haar boek met die titel, en in 2002 met dezelfde titel door de Jong en anderen met als ondertitel ‘egodocumenten en politiek’. Hoe wij privé in onze relaties doen en laten is erg bepaald door de cultuur waarin wij leven. En die cultuur wordt altijd sterk beïnvloed door onze politieke leiders en andere ‘cultuurdragers’. Tegelijk speelt de mode en andere identiteitsbepalende commerciële organisaties een grote rol, omdat we, om ons uniek te voelen, vooral elkaar na-apen. Er is dus een voortdurende wisselwerking tussen het persoonlijke en het politieke en visa versa. Zo spelen de sociale media een grote rol ten aanzien van onze lichaamsbeleving, én met betrekking tot onze sexuele identiteit. Jouw mannelijkheid dan wel jouw vrouwelijkheid wordt echt niet (alleen) door je zelf vorm gegeven.

In een film waarin wel op een respectvolle manier het vrouwelijk orgasme centraal staat is “Good luck to you Leo Grande”. Nancy, een oudere vrouw laat in een hotelkamer een jonge mannelijke sexwerker komen. Ze is twee jaar weduwe en heeft nog nooit een orgasme gehad. Ze heeft besloten omdat nooit meer te faken, en gaat in deze film schuchter op zoek en onderzoek naar haar eigen sexualiteit. Het is makkelijk identificeren met deze dappere vrouw, die tot de ontdekking komt dat een orgasme meer is dan het moment waarop je klaarkomt. Het is het ontluiken en ontdekken van een vitaliteit die ze voorheen niet kende van zichzelf. De eindscene is buitengewoon moedig; zowel van de vrouw in de film, maar vooral van de actrice Emma Thompson.

In een cultuur van nu waar alles moet kunnen, en waar tegelijkertijd nog nooit zoveel oordelen zijn en worden geveld, is het gewaagd om een moreel oordeel te hebben over een sadomasochistische verhouding, dan wel praktijk. “Want wanneer mensen dat nu zelf willen, wat is daar dan op tegen”, is dan een vaak gehoord argument. Maar we hebben niet voor niets het woord slaaf vervangen door ‘tot slaaf gemaakte’. Binnen de huidige opinie rond slavernij zal niemand (durven) zeggen: “Maar als ze dat nu zelf gewild hebben?”. Geïnternaliseerde onderdanigheid en onderwerping is van alle tijden. En dit geïnternaliseerde, het tot jezelf gemaakte idee over jezelf, komt altijd voort uit een maatschappelijke context, die waarden en normen voorschrijft over het man-zijn en vrouw-zijn. En het zijn altijd de mannen die voorschrijven hoe vrouwen zich dienen te gedragen of hoe ze zich moeten kleden.

In de Volkskrant van 18 januari (2025) schrijft Merel van Vroonhoven bijna met wanhoop (mijn interpretatie) over de nabije toekomst met Donald Trump aan de macht. Zij beschrijft dat bij autocratische leiders er altijd een speciale genderpolitiek naar voren komt: overdreven hypermannelijkheid, vrouwenhaat en homo onderdrukking. Het is onbegrijpelijk dat meer dan de helft van de Amerikanen, waarvan dus een zeer groot deel vrouw! op een man gestemd heeft die publiekelijk over vrouwen zei ‘grijp ze bij hun kut’. Over geïnternaliseerde onderdanigheid gesproken.

In deze tijd waarin de cultuur voor een groot deel bepaald wordt door de bazen van de techbedrijven zie je ineens die bazen tegen de macht aanschurken. (Goed woord in dit verband trouwens.) Stelletje (excusez le mot) dictatorpijpers.


[1] Paul Watzlawick, “De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie”.  Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, 1974.

Prent uit de Volkskrant van 18-01-2025

Tegenwoordigheid van geest. (Mindfulness)

26 december 2024: Vrede op aarde in de mensen een welbehagen.

Jaren geleden vertelde iemand mij een scherpe observatie. Hij deed mee aan een mindfulness training. De sessie was afgelopen en direct liep de trainster naar haar laptop om te kijken welke berichten er in de tussentijd binnen waren gekomen. Hij vond dat tegenstrijdig met de cursus. Scherp opgemerkt vond ik (dus de bijeenkomst had hem wel alert gemaakt!) en het is me altijd bijgebleven als een voorbeeld van het artificiële van de mindfulnesshype. Want je kunt wel met Zen, mindfulness, yoga, religie of andere geestverruimende activiteiten bezig zijn, maar wanneer je de aardappels laat aanbranden, of voortdurend je sleutels kwijt bent, dan schiet dat uurtje mindfullen volgens mij niet erg op.

Wat ik nu verder ga schrijven heeft geen enkele bijzondere nieuwswaarde. Waarschijnlijk is het bij iedereen die dit leest wel bekend. Toch nog even verder lezen, want de kracht van sommige kennis zit ‘m niet in het nieuwe of bijzondere, maar in de bewuste herhaling. Iedereen die weleens een tijdje een ‘martiale’ sport heeft beoefend, of een muziekinstrument heeft bespeeld weet dat ontwikkeling alleen met gedisciplineerde zweet, bloed en tranen valt te bereiken.

We hebben het als mens onszelf hierin, het bewust leven, niet gemakkelijk gemaakt. Met name de techniek in de breedste zin van het woord, leidt ons af van het aandachtige hier-en-nu moment. En die techniek hebben we zelf gemaakt, gebruiken we zelf en zijn er zelf slaaf van geworden. De meeste mensen denken ook nog dat het echt onmogelijk is om (bijna) zonder die techniek te kunnen leven. Maar vijftig jaar geleden leefden we niet slechter dan nu, dus een leven zonder is natuurlijk gewoon mogelijk.

Het besef van het hier-en-nu krijgt pas z’n diepe betekenis tegen de achtergrond van onze eindigheid. De realisatie van onze tijdelijkheid, toch wel actueel tegen oudejaarsavond, verdiept het besef van het nu. En roept bij veel mensen de vraag op naar de zin van het leven.

Op 1 april 2017 is Fokke Obbema, verslaggever bij de Volkskrant, enige tijd dood. Zijn vrouw merkt het en hij wordt gereanimeerd. Het kost hem een jaar om weer echt op te knappen. Deze gebeurtenis verandert voor hem zijn leven. Hij begint een lange reeks van interviews met allerlei slag mensen over de zin van het leven. Het wordt een wonderlijke reeks van opvattingen, ideeën, illusies, theorieën, etc. Een rode draad in veel interviews is dat het uitzicht op het onvermijdelijke eind van ons leven mensen aan het denken zet over de zin van ons bestaan. Alle gesprekken maken duidelijk dat er geen ‘buiten ons zelf liggende zin’ bestaat. Door ons eigen doen en laten geven we betekenis aan ieder moment, ieder hier-en-nu van onze tijd van leven. De een maakt oorlog, of kleiner, voortdurend ruzie en maakt van de ander een vijand. De ander doet lief en maakt van de ander een vriend, vriendin of geliefde.

Voorwaarde is dat je weet, beseft, bewust bent van dat wat je doet en zegt. Dat je door hebt wat de concrete consequenties zijn van je doen en laten. Niets is moeilijker dat voortdurend ‘tegenwoordigheid van geest’ te hebben. Dit valt niet te vatten door een voornemen voor het komende jaar. Het is slechts te beoefenen.

Ik wens iedereen een liefdevol 2025.

Wie ben ik eigenlijk

Meisjes die naar het concert van Hatsue Miku gaan, een ‘software meisje’ van 16 jaar.

Over identiteit, identificatie en nabootsing.

“Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen”. (Luk. 23 :34a)

Het verlangen naar gemeenschappelijkheid.

Wij mensen zijn een sociale diersoort. We interacteren ons driekeer in de rondte. De laatste tijd vooral digitaal via onze mobiel, maar communiceren blijven we doen. Niet alle dieren zijn zo sociaal. De jaguar bijvoorbeeld leeft heel alleen totdat er gepaard moet worden. Dat gebeurt dan wel tot 100 keer op een dag. Verdeel je dat aantal over een jaar dan kom je toch nog op een respectabel gemiddelde van ongeveer twee keer per week. Daar komen de meeste stellen na het eerste jaar niet meer aan toe. Andere solitair levende dieren zijn bijvoorbeeld het sneeuwluipaard, de reuzenpanda en het grootste dier op aarde, de blauwe vinvis. Ook die heeft alleen contact met een soortgenoot om te paren. Dat organiseren ze dan wel door elkaar te roepen met geluid van 188 decibel, wat tot op vele kilometers hoorbaar is.

De behoefte van mensen aan contact is zo belangrijk, dat het ontbreken daarvan psychische en lichamelijke problemen en schade veroorzaakt. Alleen levende ouderen verkommeren, en in coronatijd leden veel jongeren onder het gebrek aan contact met leeftijdgenoten. Baby’s die in de begintijd van hun leven ernstig affectief verwaarloosd worden, ontwikkelen één derde minder herseninhoud! We leren onze taal en andere vaardigheden door nabootsing. En we worden persoon, ook man of vrouw voor een belangrijk deel door identificatie; we krijgen een eigen identiteit door middel van het spiegelen van anderen.

Ook in ons verdere leven verlangen de meesten van ons naar contact en hebben we anderen nodig. We zijn niet zo heel veel intelligenter dan andere primaten zoals de chimpansee of de bonobo. Maar we hebben het technisch (zoals de laatste tijd blijkt: niet sociaal) zo ver gebracht door ons vermogen om samen te werken. Dat wordt ook wel ons sociale kapitaal genoemd: het totaal aan hulpmiddelen dat beschikbaar is voor (individuen in) een gemeenschap om de sociale organisatie vorm te geven. Belangrijke elementen van sociaal kapitaal zijn sociale relaties, groepslidmaatschap, formele en informele sociale netwerken, gedeelde normen, vertrouwen, wederkerigheid en inzet voor de gemeenschap. Deze hulpmiddelen vinden hun voedingsbodem in bijvoorbeeld gemeenschapsactiviteiten, sociale steun en participatie (Wikipedia). We kunnen niet zonder de gemeenschap met anderen. Dit gemeenschappelijke, deze onderlinge samenhang is niet vanzelfsprekend. Twee heel belangrijke factoren zijn daar essentieel in. Allereerst de socialisatie van ‘nieuwe leden’, de jongeren. En als tweede goed leiderschap om de samenhang in de gemeenschap te waarborgen.

Identiteit en gemeenschappelijkheid.

Op een enkele ‘onthechte goeroe’ na is het voor gewone stervelingen niet mogelijk gelukkig te zijn zonder anderen. De horeca zou niet zo floreren zonder deze behoefte. Want denk er even over na: je gaat ergens naar toe om te eten tussen andere mensen die je niet kent; wanneer je een beetje redelijk zelf kunt koken eet je in veel gevallen niet lekkerder dan thuis, terwijl je zowel voor het eten als voor de wijn, er vele malen meer voor moet betalen. Meestal praat je niet met de andere gasten, maar zit je wel stiekem naar elkaar te koekeloeren en ga je in veel gevallen een vermogen armer en een (kleine) kater rijker naar huis. En dat vinden we dus leuk! Hetzelfde natuurlijk met concerten, en dan met name festivals, waar we een korte illusie beleven van saamhorigheid, maar onze existentiële eenzaamheid in die anonieme massa met een pilletje verdoven.

Het is menselijk en dus begrijpelijk dat we voor zekerheid over onszelf houvast zoeken in onze omgeving. Herkenning voelt betrouwbaar en geeft een gevoel van bevestiging in wie we zelf zijn. Religies zijn hier door de eeuwen heen een duidelijk voorbeeld van. Ook bewegingen als de vrijmetselarij zijn hierop gestoeld. Ik heb begrepen dat je als vrijmetselaar (ik zeg het al jaren: een goeie bouwvakker is nooit weg) waar je ook ter wereld bent een beroep kunt doen op een vrijmetselaar ter plaatse. Religies geven niet alleen bevestiging in wie we zelf zijn, geloven in een hogere macht geeft richting aan ons leven zelf, én in veel gevallen zelfs voor het duistere hiernamaals. Onze moderne tijd heeft, vooral door de technische en digitale (wat ook techniek is) ontwikkelingen, kritische vragen gesteld aan deze fictieve, illusoire ideeën en opvattingen. Tegelijkertijd heeft die technische ontwikkeling de mobiliteit van mensen gigantisch vergroot, én het sociale verband en contact verkleind.

Het sociale vacuüm door nabootsing als schijncontact ingevuld.

“Je gaat het pas zien als je het doorhebt”, Johan Cruyff.

In dit sociale vacuüm is de techniek, beter: zijn de techbedrijven als Google, Meta (facebook), TikTok, etc. ingesprongen. Ik heb het al eerder gezegd, bij die bedrijven werken meer psychologen dan in de hele GGZ van Nederland. Heel langzamerhand begint het bij overheden door te dringen dat voor jongeren persoonlijk contact essentieel is voor hun identiteitsontwikkeling. Daarom zijn sommige landen bezig om sociale media te verbieden onder een bepaalde leeftijd. Het bijzondere is dat mobielgebruik zó is ingeburgerd dat er nog maar heel weinig mensen zijn die zien wat het (negatieve) effect is op ons persoonlijke, onderlinge contact. Doordat de kleine gemeenschappen steeds meer uiteen zijn gevallen, vinden jongeren identificatiefiguren door de techbedrijven aangereikt. En volwassenen raken verloren in een steeds meer gefragmenteerde samenleving en zoeken hun heil bij de bevestiging van gelijkgestemden op sociale media door zich vooral af te zetten. Maar de angststoornissen en de depressies staan niet op zichzelf. Want leven zonder steun en houvast aan de échte ander, via de ander en in gesprek met die ander is voor de gewone sterveling niet of nauwelijks te doen. En wanneer die ‘ander’ niet meer lijfelijk aanwezig is dan doen we het met Hatsue Miku.

Je ziet het niet zoveel meer, maar bij motorrijders was het vroeger gebruikelijk elkaar te groeten wanneer ze elkaar tegenkwamen. Dat leek gebaseerd te zijn op herkenning van elkaar, maar dit vond vooral plaats tegen de achtergrond van de ‘niet-bewust ervaren anonieme derde’: de andere weggebruiker. Door elkaar te groeten onderscheidden ze zich van de autorijder, kregen een saamhorigheidsgevoel en voelden zich exclusief. Nog wel is te zien dat motorrijders er voor een deel hun identiteit aan ontlenen; hun: ik ben iemand. Op dit hele fenomeen van nabootsing, identificatie en onderscheiding is ook de hele mode-industrie gebaseerd.

De filosofie van René Girard in een notendop.

Iemand die zich zijn hele verdiept heeft in het verschijnsel van de nabootsing (mimesis) is René Girard (1923 – 2015). Girard was gegrepen door het fenomeen van de nabootsing en zag hierbij een nauw verband met onze begeerte; willen hebben wat de ander heeft en daarmee willen zijn als de ander waar je je aan spiegelt. De persoonsvorming van kleine kinderen is op nabootsing gebaseerd, maar ook wij, volwassenen ontkomen er niet aan. Sinds enkele jaren loop ik ook alleen maar op Nikes, ‘omdat ze zo lekker lopen’. De meeste mannen denken origineel en authentiek te zijn door een kort baardje; ook Willem Alexander is voor de bijl gegaan. Tijdens de presidentverkiezingen in Amerika werd Taylor Swift ingeschakeld, in de hoop dat haar volgers haar zouden nabootsen in haar stemgedrag. Donald Trump heeft het wat dat betreft (is gebleken) handiger gedaan met het inschakelen van mannelijke identificatiefiguren. Donald Trump, het vleesgeworden dier dat uitsluit, begeert, polariseert en daarin geweld niet schuwt. Want de drift van de begeerte is zeer krachtig en de angst om er niet bij te horen heel groot; vandaar de kracht van de nabootsing.

En laten we ons geen illusies maken, ook wij kunnen niet zonder gelijkgestemden. Beschaving is ‘de ander die niet tot de mijnen hoort’ tot medemens te maken. Ik dacht de afgelopen decennia dat we een beetje op de goede weg waren. Edoch, de foute mannen lijken aan een opmars.