Naar aanleiding van de verkiezingen 22 november 2023.

 Een democratisch land is een samenleving waarin men streeft naar een zo groot mogelijke consensus over een gezamenlijk te creëren gedeelde werkelijkheid.

Het is bijna weer zover dat we kunnen gaan stemmen. Ik wilde eerst schrijven ‘dat we mogen gaan stemmen’, om de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid er van aan de orde te stellen. Want een democratie is niet vanzelfsprekend. Het algemeen kiesrecht voor mannen is er  (pas!) sinds 12 december 1917, en dat voor vrouwen sinds 28 september 1919. Ik vind het goed om me te realiseren dat dit pas ruim een eeuw in ons land zo is.

Stemmen betekent kiezen en stelt ons voor de vraag wat de criteria zijn om te kiezen. Ik wil dat proberen uit te leggen.

Het volgende wordt vaker aangehaald. Tot ongeveer 11.000 jaar geleden waren we als homo sapiens jagers verzamelaars. Daarna zouden we ons ontwikkeld hebben tot stadsbewoners omdat er meer mensen kwamen. En omdat tegelijkertijd de agrarische revolutie begon: het houden van dieren en het verbouwen van gewassen. Dit verhaal klopt niet, zo vertellen de schrijvers David Wengrow en David Graeber in hun boek “Het begin van alles”. Toch begin ik maar met het simpele idee van ons als jagers om het verschil met onze maatschappij te benadrukken. En dit verschil is, dat toen er nog heel weinig mensen waren op de aarde, het voor die mensen individueel mogelijk was om in hun levensonderhoud te voorzien. Zo konden we met wat slimmigheid dieren vangen en vruchten en bessen plukken. Later ontstonden er grotere leefgemeenschappen met arbeidsdeling en daardoor weer grotere efficiency. Selfsupporting veranderde in onderlinge afhankelijkheid (interdependentie) en, daar komt het: ik heb het idee dat de meeste politici geen idee hebben van het dramatische effect van de interdependentie en de consequenties daarvan.

Het diepe besef van overleven binnen een maatschappij van onderlinge afhankelijkheid werd zichtbaar in het begin van de coronatijd. Toen de winkelwagentjes ineens volgeladen werden met wc-papier. Wonderlijk trouwens, want ik zou eerder denken aan het beginproces: eten, dan aan het eindproces om je achterste af te vegen.

Deze onderlinge afhankelijkheid doet zich voor in de directe interactie met concrete mensen. Met het maken van een afspraak maak je je onderling afhankelijk. En ga je slordig met je afspraken om dan misbruiken we de tijd van die ander. Maar veel ingewikkelder wordt het wanneer de ander geen persoon is, maar een instantie of een organisatie. Waar dit gegeven zich toespitste is de toeslagenaffaire, waar honderden mensen het slachtoffer zijn geworden van deze afhankelijkheid van de anonieme ander. Een nog veel dramatischer gebeuren waar deze interdependentie speelt én niet wordt onderkent is het nu spelende conflict tussen de Palestijnen en Israël. Met alle vreselijkheden tot gevolg.

Na de toeslagenaffaire zou onze regering vanuit een andere cultuur gaan regeren. In het gesprek daarover van Mark Rutte met Mariëlle Tweebeeke (dat ik heb gezien) werd duidelijk dat Mark Rutte niet weet waar het over gaat bij een cultuur waar mensen onderling afhankelijk zijn van elkaar. Dat is ook logisch, want in het liberalisme staat het individualisme in het denken en doen centraal. Op zich is de ontwikkeling naar een maatschappij met individuele vrijheid een groot goed. Maar vergeten wordt dat ik voor mijn wc-papier afhankelijk ben van anderen. Ik moet er maar op vertrouwen dat er door de anonieme ander voor mij gezorgd wordt. En met betrekking tot dat vertrouwen wringt nu de maatschappelijke schoen. En dat komt volgens mij door de volgende factoren.

In 1950 had Nederland 10 miljoen inwoners. Nu bijna 18 miljoen en binnen enkele jaren 20 miljoen. Het tweede indringende gegeven is: we hebben internet sinds 29 oktober 1969, dus nu 54 jaar. Door de toename van de bevolking is er meer behoefte aan controle gekomen en door internet is de mogelijkheid van controle gekomen; én de controle heeft exorbitante vormen aangenomen. (exorbitant betekent: alle grenzen overschrijdend!).

Controle lijkt vaak expliciet te gaan over veiligheid. Maar het verneu……ve is dat controle impliciet wantrouwen suggereert. In de zorgverlening en ook in mijn vak de psychotherapie, gaat 20% tot 25% van de tijd op aan controlerende verslaglegging. En ik kan je vertellen, 99,99% van mijn collega’s is betrouwbaar. Deze attitude van de overheid induceert daardoor eenzelfde houding van angst en wantrouwen bij de bevolking.

Een politiek van vertrouwen.

De kwestie Pieter Omtzigt geeft in een notendop weer waar het in menselijke (politieke) verhoudingen om draait. Omtzigt had, samen met Renske Leijten, de toeslagenaffaire op de agenda gezet. In plaats van Omtzigt te danken en te prijzen was de regering intern bezig met ideeën om hem uit te rangeren (functie elders) of te sensibiliseren: woorden van onze ‘betrouwbare’ Wopke Hoekstra.

Het gaat bij vertrouwen om de ander, die anders denkt en voelt, in het anders-zijn te accepteren, te respecteren én de relatie met die ander in stand te houden en te bevestigen. Wederzijds vertrouwen gaat over het zekere weten van de wederkerigheid: ik geef vertrouwen en ik ben er zeker van dat ik het van de ander ontvang. Bange mensen vertrouwen niet en zijn overdreven bezig met veiligheid. Een bange overheid zet dus in op controle en induceert, suggereert wantrouwen in, en angst voor de ander. En heeft niet door dat die ander dan ook (onbewust) gaat denken: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten. En, en dit is een zeer ingrijpende consequentie, het suggereert de discontinuïteit van de onderlinge relatie; van de onderlinge verhoudingen. Waarmee loyaliteit en solidariteit erg onder druk komen te staan. En waarmee de basis voor een samenleving wordt ondermijnd.

De afgelopen tijd stellen een aantal tweede Kamerleden dit uitgangspunt van wederzijds vertrouwen expliciet ter discussie. Hun aanhang is nog niet heel groot, maar maatschappelijk ook niet onbetekenend. Deze ontwikkeling is heel zorgelijk, omdat het onze democratie in gevaar brengt. En ik hoop dat je nu niet denkt “het zal zo’n vaart niet lopen”. De ontwikkelingen in India, de grootste democratie wat aantal inwoners betreft, wordt nu gekwalificeerd als een democratie met gedeeltelijke vrijheid. En ook in Amerika zal het er om spannen bij de volgende presidentsverkiezingen of Amerika een vrij en democratisch land blijft.

( Nooit waren er in het recente verleden zoveel onvrije landen, aldus Freedom House. ‘De lange democratische recessie verdiept zich. Zie hieronder’).

null Beeld

De samenhang in een maatschappij wordt, naast de materiele factoren als gebied, taal en instituties, ook gevormd door de cultuur (zie boven). Dit is de meer emotionele factor waar we de beleving bij hebben van ‘ergens bij te horen’. Maar zeker in een grootstedelijke omgeving raakt deze gezamenlijkheid snel verloren. Er wordt weleens gezegd dat we weer een gezamenlijk verhaal nodig hebben, waar we ons met elkaar in kunnen vinden. Maar Nederland is zijn grote verhalen kwijt geraakt, of we doen er schamper over. Daarbij komt dat, wanneer er grote verschillen zijn door culturele afkomst en religie, het heel moeilijk is om een gezamenlijk ‘verhaal’ te hebben waar iedereen zich mee kan identificeren.

Wat inwoners in een maatschappij nog wel kan binden is leiderschap. Hoewel dat in ons autoriteitsgevoelige land een heikele zaak is om dit te veronderstellen. Toch denk ik dat de factor leiderschap weleens de doorslaggevende factor kan zijn voor de komende jaren. Het gaat m.i. niet over een partijprogramma, maar over de mensen, de politici achter zo’n programma. De politiek bestaat niet; het zijn altijd politici, mensen die de ontwikkelingen in een land bepalen. Juist de anonimisering is een gevaar bij het spreken over politiek, omdat er dan niemand meer verantwoordelijkheid lijkt te hebben. Ik waag het om hier enkele kenmerken van een goede leider te noemen.

Een goede leider heeft een visie op samenleven, op onderlinge relaties en kan zich verplaatsen in de belangen van verschillende partijen en groepen. Hij/zij overstijgt het eigenbelang, is integer en verbindend. Hij weet persoonlijke en groepsbelangen in een bredere historische context te zien: vanuit de geschiedenis (want wie de geschiedenis vergeet zal er door getroffen worden), realistisch ten aanzien van het heden met een visie op de toekomst. Hij kan persoonlijk zijn en participeren met emotionele betrokkenheid die zichtbaar is. Hij maakt duidelijk dat existentiële kwesties het primaat hebben boven economische zaken; dus neemt afstand van het neoliberale denken. Durft verantwoordelijkheid te nemen én iedereen op verantwoordelijkheid aan te spreken. Is niet bang voor het electoraat, maar neemt dat natuurlijk wel serieus. En durft ten aanzien van het goede even krachtdadig te zijn als een dictator in het slechte.

Ik hoop dat je gaat stemmen omdat het nu bestaande democratische systeem de beste vorm is die tot nu toe bestaan heeft.

Plaats een reactie