Nog een keer: Wat je niet doorhebt, is dat je niet doorhebt, wat je niet doorhebt.
Liefdesrelaties bestaan (meestal) uit twee mensen die elkaar kennen. Dat is een opendeur. Maar stel nu eens dat de veronderstelde zelfkennis van de één helemaal niet overeenkomt met de kennis die de ander van hem/haar denkt te hebben. Dit is een bron van ruzie. Daarbij, ik durf te beweren dat in geen enkele relatie de kennis van mensen over elkaar congruent is.
“Je zou weleens wat meer in het huishouden mogen doen!”. Nou ja zeg, dat moet jij nodig zeggen. Je steekt zelf geen poot uit!”.
Of “Zou je alsjeblieft de laden en deurtjes in de keuken achter je dicht willen doen!”. “Sorry, maar ik weet echt niet waar je het over hebt. Let niet zo op me altijd. Je lijkt wel een controle junk”.
Zo zijn er legio voorbeelden te bedenken die gebaseerd zijn op deze inconsistentie van kennis.
Zelfkennis dus, als voorwaarde voor persoonlijke wijsheid.
Een paar weken geleden stond er in de bijlage van de Volkskrant een interview met een bekende kinderboekenschrijfster. Uit het interview begrijp ik dat veel kinderen steun vinden bij haar boeken. Veel kinderen en jongeren blijken het moeilijk te hebben. Volgens het Trimbos instituut heeft 43% van de meisjes in het voortgezet onderwijs emotionele problemen. De schrijfster uit het interview legt een grote taak bij het onderwijs, waarop de interviewster zegt: “Er moet een vak zelfkennis komen”.
En daar begint het bij mij te borrelen. Met name over het gemak waarbij het begrip ‘zelfkennis’ genoemd wordt. Alsof zelfkennis voor het oprapen ligt. Een vaak in dit verband aangehaald feitje is dat er boven de ingang van de tempel van Apollo in de buurt van Delphi in het oude Griekenland de spreuk stond “ken uzelf”. Ook toen al wist men blijkbaar dat zelfkennis een zeer ingewikkelde kwestie was.
Het woord ‘zelfkennis’ is een samengesteld woord dat uit de delen zelf en kennis bestaat. Wie weleens googelt of Wikipedia raadpleegt krijgt miljoenen resultaten over deze deelwoorden. Logisch, want beide begrippen zijn heel complex en problematisch.
Laat ik met het ‘zelf’ beginnen. Een uitspraak die we allemaal wel kennen zoals “ik ben vandaag mezelf niet” is een heel intrigerende uitspraak. Wanneer ik dit zeg neem ik enige distantie in van ‘mezelf’. Ik kijk, voel en denk na over ……. mezelf. Ik refereer aan een gemiddelde van mezelf als psychologische continuïteit. Zoals ik mezelf gemiddeld denk te kennen. Ik, als observator, treed als het ware buiten mezelf, en ik denk op deze manier iets over mezelf te kunnen zeggen. Het is trouwens heel goed mogelijk dat een ander, waar je dit tegen hem/haar zegt, antwoordt met “het is anders helemaal niet aan je te merken”.
Hoe kom ik erbij deze uitspraak te kunnen zeggen? Wat is het waarheidsgehalte van die observatie, want als ik zeg dat ik mezelf niet ben, ben ik dan eigenlijk niet juist óók wél mezelf? En is het überhaupt mogelijk om op afstand van mezelf te gaan staan?
Het begrip ‘zelf’ is een vaag begrip en wordt ook wel vertaald als psyche, geest of ziel. Als min of meer bewuste persoonlijkheid. (Let vooral op het min of meer!) Uit de vaagheid wordt duidelijk dat het een ingewikkeld ‘iets’ is dat zelf. In de psychologie en psychiatrie wordt deze complexiteit duidelijk uit het al jaren lange gezoek naar een goede indeling van persoonlijkheidstypen en psychische ziekten. De bekende psychiater Rümke schreef al in 1967 een uitgebreid werk met als titel “Tussen psychose en normaliteit”. De overgang tussen normaliteit en gekte is blijkbaar een glijdende schaal. Maar een psychose is in de meeste gevallen duidelijk; iemand heeft gestoorde ideeën over de realiteit. Een bekend publiekelijk voorbeeld is dat iemand kan denken dat een bepaalde groep mensen van reptielen afstamt. Nog gekker is dat zo iemand dan ook nog volgelingen heeft. Psychosen worden niet altijd als zodanig onderkend, en dat kan gevaarlijke gevolgen hebben.
Is het begrip ‘zelf’ al zo vaag, dan is het duidelijk dat het ook heel moeilijk is om dat zelf te leren kennen. Kennis krijgen we in eerste instantie vooral door waarneming van onze zintuigen: horen, zien, proeven, ruiken en voelen (met ons tastzintuig). Ik geloof niet in een zesde zintuig; dat is esoterische onzin. Al onze zintuigen hebben als functie om de werkelijkheid, de buitenwereld om ons heen waar te nemen. Werkt een van onze zintuigen niet, dat missen we een belangrijk deel van de werkelijkheid om ons heen. Het geval wil, dat we geen zintuig hebben om onze binnenwereld, ons denken en voelen waar te nemen. Het enige dat overblijft is introspectie: kijken, voelen of je er achter kunt komen wat je denkt en voelt. Het is goed om te beseffen dat ‘deze kennis’ strikt persoonlijk, subjectief is. En natuurlijk, gevoelens zijn ook ‘feiten’, maar slechts en alleen maar een feit voor jezelf. Alleen maar binnen de context van je eigen binnenwereld. En natuurlijk zijn die gevoelswaarnemingen zaken om heel serieus te nemen. Want wanneer ik me depressief voel (echt depressief als diagnostisch gegeven en niet als ‘off-day’) dan is het nodig dat dat gevoel van mij, die zelfbeleving behandeld wordt.
In het psychologisch onderzoek is bekend dat zelfobservaties zeer onbetrouwbare informatie opleveren. Ik ben het met Frans de Waal, de bekende primatoloog, eens dat vragenlijsten die gericht zijn om van ons gegevens te krijgen over onszelf, heel onbetrouwbaar zijn. Frans de waal geeft in een van zijn boeken in het nawoord het volgende voorbeeld: “Wanneer ik terugkom van een feestje en mijn dochter vraagt hoeveel ik heb gedronken, dan zeg ik ook de halve waarheid”. Bij zelfobservatie zijn we geneigd om óf sociaal wenselijke antwoorden te geven; óf antwoorden die gekleurd worden door mijn eigen ‘bias’ (vooroordeel) ten aanzien van mezelf.
Een niet realistisch zelfbeeld is voor jezelf en in het contact met anderen een vervelend handicap. Een voorbeeld is het minderwaardigheidscomplex. Het woord zegt het al, je kent jezelf minder waarde toe ten opzichte van de waarde die je aan anderen toekent.. En je hebt een verstoord zelfbeeld; je ideeën over jezelf kloppen niet met de feitelijke werkelijkheid. Dit kan gaan over ons lijf waar we onzeker over zijn zonder dat dat nodig of reëel is. Maar ook onzekerheid over onze intellectuele capaciteiten spelen bij veel mensen een rol. Het komt voor dat iemand gepromoveerd is op een moeilijk onderwerp en toch denkt dat hij of zij dom is. Het gevolg kan zijn dat iemand overdreven extra haar best gaat doen, met als gevolg een burn-out. Het bijzondere is dat deze overtuigingen over zichzelf zo verinnerlijkt (geïnternaliseerd) kunnen zijn dat het veel inspanning en tijd kan kosten om die niet reële ideeën over zichzelf kwijt te raken.
Wil je je zelfkennis vergroten dan is de meest effectieve manier om de reacties en eerlijke feedback van anderen heel serieus te nemen. En dat introduceert ‘de ander’ in mijn verhaal. Maar daar wil ik het een andere keer over hebben.
