Met mijn existentiële huisgenoot, mijn lief B. had ik ‘s morgens 24 december al vroeg een discussietje of je nu wel of niet de realiteit van het komende jaar onder ogen moet zien. B. is voor mij door haar lichtheid in mijn bestaan een hele goede tegenhanger van mijn soms enigszins sombere, maar realistische inborst. Zij haalde op die ochtend tussen neus en lippen door de Romeins stoïcijns filosoof Epictetus (50 – 130 AD) aan die gezegd heeft: “Er is slechts één weg naar geluk en dat is ophouden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt”.
Toch, maar, misschien wist je het nog niet, de meer depressieven zijn wel de meest realistische. Nu schrijf ik deze blog en niet B., dus je bent gewaarschuwd.
In deze tijd van “vrede op aarde in de mensen een welbehagen” is het misschien niet zo’n gek idee om stil te staan bij de relatie die we met elkaar hebben. Tegelijkertijd schieten mijn gedachten alle kanten op wanneer ik over verhoudingen denk, want de actualiteit maakt dit onderwerp nou niet direct een eenvoudig onderwerp. Bijvoorbeeld, het nieuwe jaar 2024 zal wat betreft de internationale verhoudingen heel spannend worden. Ik heb het vermoeden dat de meeste mensen zich niet realiseren wat het voor hun eigen, individuele leven gaat betekenen wanneer Donald Trump weer gekozen wordt tot president. In een niet vrolijk makend artikel in het Financiële Dagblad van 23 december wordt beschreven hoe Trump op een ingrijpende manier de instituties waarop de democratie is gebaseerd op een dramatische wijze zal ontmantelen door alle niet-republikeinse werknemers te ontslaan en te vervangen door aanhangers. De steun aan Oekraïne zal stoppen en misschien zal Trump zelfs besluiten uit de NAVO te stappen. Waarmee de relatie met Europa op een dieptepunt komt. Het is ook te verwachten dat XI Jinping Taiwan binnenvalt met grote gevolgen voor de mondiale economie, want in Taiwan staat de grootste chipmaker ter wereld.
En het bovenstaande gaat allemaal over het thema relatie, de onderlinge verhouding tussen individuen en groepen mensen.
Er is door filosofen, psychologen en andere sociaal-wetenschappers veel nagedacht over de relatie van mensen met elkaar. Want dat kan per groep, cultuur en land nogal verschillen.
Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de opvattingen, ideeën en overtuigingen over de ‘ander’ in z’n algemeenheid van invloed zijn op de manier waarop we met die ander omgaan. Pijnlijke voorbeelden hiervan zijn de slavernij en de manier waarop mannen door de eeuwen heen met vrouwen zijn omgegaan. En ook per individu kan het veel uitmaken hoe iemand in relaties staat, zoals uit de psychopathologie bekend is. Denk maar aan de narcistische persoonlijkheid.
Hoe we met elkaar omgaan heeft met het volgende te maken. Globaal hanteren we als mensen een tweedeling in wat er om ons heen is, namelijk levende wezens en dode dingen. Binnen de levende wezens hebben we onszelf een speciale plaats toebedacht, onder andere onder invloed van het christelijke scheppingsverhaal. Sindsdien hebben we eigenlijk een driedeling: mensen, dieren en ander levende wezens, en niet levende dingen. Binnen de filosofie wordt dit onderscheid vaak benoemd als het verschil tussen subject, een mens; en een object, een ding. In dit verband laat ik even de dieren en planten buiten beschouwing. In onze omgang met de wereld kunnen we dan spreken van een relatie waarbij ik ‘het andere’ als mens zie, of waarbij ik ‘het andere’ als ding benader.
Eén van de filosofen die zijn hele leven heeft nagedacht over de verhouding tussen mensen is de joodse filosoof Martin Buber, die leefde van 1878 tot 1965. Ook Buber zag hoe verschillend we met elkaar om kunnen gaan en wat de consequenties daarvan zijn. De tweedeling in de omgang met ‘het andere’ benoemde hij als een ik-jij relatie, of als een ik-het relatie. “Op alle niveaus van een menselijke gemeenschap”, zo schrijft Martin Buber, “bevestigen personen elkaar in hun persoonlijke kwaliteiten en bekwaamheden, en een gemeenschap kan menselijk genoemd worden naar de mate waarin haar leden elkaar bevestigen”.
Maar, en dat is in zijn consequenties een dramatisch gegeven, we kunnen mensen ook als dingen bekijken en behandelen. Als een ik-het relatie dus. Filipijnse jonge vrouwen die in Saoedi-Arabië gaan werken worden veelal geslagen en seksueel mishandeld: als ding bejegend. Bij de terugkerende aanbesteding van zorginstellingen in gemeenten worden in feite de werkneemsters (meestal vrouwen) als koopwaar (als ding) ingezet in de onderhandelingen. Naar analogie van de beelden uit oude films waarbij mannen ’s morgens vroeg zich verzamelde op een plein en de rijke ondernemer er een paar uitkoos voor die dag.
Ander actueel voorbeeld: Jeff Bezos, eigenaar van Amazon verzet zich met hand en tand wanneer werknemers zich willen aansluiten bij een vakbond. De werkomstandigheden bij Amazon zijn vaak mensonterend. De mensen bij Amazon worden als object behandeld en het is de vraag of je bij zo’n bedrijf moet kopen.
Een film waar dit thema van de menselijke relatie zeer indringend wordt weergegeven is de film “The Old Oak”, van de regisseur Ken Loach. In een armoedig Engels voormalig mijndorp komen een aantal Syrische vluchtelingen aan. Het dorp is na sluiting van de mijn door de overheid aan z’n lot overgelaten en de komst van de vluchtelingen splijt het dorp in tweeën. De eigenaar van het café ‘The old Oak’ is een menselijke man die goedwillend is ten opzichte van de vluchtelingen, maar een ander deel van het dorp is afwerend en heel kritisch, “want waarom juist bij ons en niet bij de heren die beleid maken?!”.
Ken Loach is een heel geëngageerde regisseur met veel prachtige, sociaal betrokken films. Dit is misschien wel zijn laatste film, want Loach is van 17 juni 1936. In de film komt het met het dorp goed, maar je verlaat de bioscoop zonder het stereotiepe feel good gevoel. Dat komt door de film, maar natuurlijk ook door de actualiteit van dit moment. Maar voor de kerst en/of het nieuwe jaar is het echt een aanrader. Wel tissues bij de hand houden.
Ik wens je een heel gezond, voorspoedig en gelukkig 2024.