Naar aanleiding van Meisjes, ons lijf, Pavlov en social media.

Het blijkt voor jongeren in deze tijd heel moeilijk te zijn om je evenwichtig te ontwikkelen.

Wanneer 43% van de puber en adolescentenmeisjes psychische problemen heeft dan is dat geen individueel probleem meer. Denken dat de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) dit kan oplossen is een illusie. Er is met die meisjes geen lichamelijk, somatisch probleem; er is met al die jonge vrouwen een socialisatieprobleem.

Socialisatie is het proces waarbij een individu, bewust en onbewust, door internalisering de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van de groep krijgt aangeleerd. Het is een levenslang proces en een voorwaarde voor integratie. (Wikipedia).

Met integratie wordt hier bedoeld dat je als persoon op een zinvolle manier kunt deelnemen aan de samenleving waar je deel vanuit maakt.

Onze persoonlijkheid op weg naar volwassenheid wordt bepaald door twee belangrijke factoren: onze aanleg, onze genetische blauwdruk aan de ene kant. En aan de andere kant onze persoonsontwikkeling door de invloed van opvoeders, familie, school, etc.

Dit debat is bekend als het nature versus nurture debat.

Het gesprek tussen de biologie en de psychologie over de verhouding genetische blauwdruk van onze persoonlijkheid en de invloed van de omgeving (ouders etc.) is al een oud debat

Door allerlei wetenschappelijk onderzoek is langzamerhand vastgesteld dat die verhouding fiftyfifty is. Dick Swaab heeft met de titel van zijn eerste boek “Wij zijn ons brein” dus voor 50% gelijk. Opvoeden heeft zin, maar wel met verrekening van de genetische mogelijkheden van ons kind. Over dat nurture deel, de invloed van de omgevingsfactoren, wil ik het hier hebben naar aanleiding van een paar artikelen in de Volkskrant.

Veel invloeden op ons als persoon voltrekken zich achter onze rug. Zonder dat we ons dat bewust zijn. Dat begint met de taal die we leren, het soort eten dat we krijgen, of we in een stad of op het platte land opgroeien en de invloed van de  maatschappelijke klasse waartoe onze ouders behoren. En daarbij is geld als een afgeleide factor van die klasse heel belangrijk om je goed te kunnen ontwikkelen.

In gemeenschappen die hecht zijn vindt er een socialisatieproces plaats dat door de eeuwen heen is gevormd en plaatsvindt door middel van rituelen die faseovergangen benadrukken op  weg naar volwassenheid. Zoals de Bar Mitswa voor Joodse jongens en de Bat Mitswa voor meisjes. Het doen van belijdenis in de protestantse kerk, de ontgroening op een universiteit en zo zijn er veel voorbeelden te noemen van initiatierites, overgangsrituelen om toe te treden als volwassene tot een gemeenschap.

En daar is nu een grote ‘leemte’, een gemis in onze maatschappij, waar jongeren ineens na de basisschool mee geconfronteerd worden. Er is geen gemeenschappelijk draagvlak dat de vorming van jongeren van de ouders overneemt en hen begeleidt om ‘sociaal dier’ te worden.

De binnenwereld van het gezin wordt abrupt opengebroken door de overgang naar de middelbare school. En wat tussen onze (en ja, wie zijn ‘onze’!?) vingers is weggeglipt is die vorming van onze pubers en adolescenten tot personen die tevreden zijn met hoe ze zelf zijn. En die zich hebben ontwikkeld tot mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen.

Na de tweede wereldoorlog hadden we als Nederlanders nog enkele gezamenlijke ‘verhalen’ die ons samenbonden. Religie speelde daarin een grote rol, want sta er even bij stil wat het betekent: één dag per week hielden mensen zich bezig met het zichzelf overstijgende. De verhouding met het “AL”, God genoemd en met de medemens, de “naaste”.

Ik kom zelf alleen nog met begrafenissen in een kerk. En ik heb daar een zeer ambivalente relatie mee. Vooral door enerzijds het gemis van een gemeenschapsgevoel, en anderzijds de bevrijding van een veroordelende, onderdrukkende normativiteit.

De afgelopen jaren hebben zich er twee parallelle ontwikkelen voorgedaan. Vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw is ons maatschappelijk leven vooral gedomineerd door het economische denken. Was er daarvoor nog een sociaaleconomisch beleid, daarna verdween het sociale in het denken. Kernwoorden waar ons leven om ging draaien waren geld, winst, marktwerking, bezit en concurrentie. Door de mogelijkheden van de (digitale) techniek kon de handel in goederen én aandelen internationaal worden. Bedrijven werden internationaal bezit en de relatie tussen eigenaren en werknemers werd volslagen anoniem. Werknemers werden ‘een factor, dingen’ waar geen enkele ethische band mee hoefde te bestaan.

De andere ontwikkeling was de sterke teruggang van de kerken. We werden veel mobieler door het bezit van een auto en daardoor ook sociaal mobieler. Wonen en werken werden veel meer gescheiden, en door de opkomst van administratieve, bureaucratische beroepen kon het werken samengebracht worden in grote kantoorcomplexen in stedelijke omgevingen. Het platte land liep voor een groot gedeelte leeg.

Deze ontwikkelingen hadden een fragmentarisering tot gevolg van het maatschappelijk leven; van de sociale, gemeenschappelijke samenhang. Individualisering ging dit heten, met als grondgedachte dat ons leven door ons zelf maakbaar zou zijn. We werden en zijn teruggeworpen op onszelf.

Het punt is dat wij als sociale diersoort anderen nodig hebben voor onze ontwikkeling, voor ons ‘nurture’ deel van onze persoonlijkheid. Zeker in de puberteit en adolescentie hebben we anderen nodig waar we ons mee kunnen identificeren. Volwassenen die als gemeenschap een voorbeeld zijn en leeftijdgenoten als spiegelbeeld. De tragiek is dat deze socialisatievoorwaarde na de basisschool ontbreekt. Jongeren leven vaak in een fysiek, sociaal vacuüm. Het mobielgebruik bij veel jongeren ligt rond de vijf uur per dag!

En op dit sociaal isolement en gemis aan positief identificatiemogelijkheid speelt de commercie handig in.

Iemand die daar recent over schreef in de Volkskrant van 13 januari is Merel van Vroonhoven. Merel van Vroonhoven is een bijzondere vrouw die haar topfunctie inruilde om les te gaan geven op een basisschool. Daarvoor was zij onder andere van 2014 tot 2019 voorzitter van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Van Vroonhoven studeerde in 1993 af in de geofysica en haalde een graad in 2000 aan de INSEAD Business School in Fontainebleau in Frankrijk.

Merel van Vroonhoven vertelt over de dochter van een ex-collega van 19 jaar. De jonge vrouw Linsey vertelt over vriendinnen die op Instagram allerlei foto’s laten zien van hun mooie uiterlijk. Ze wordt er erg onzeker van, gaat zichzelf lelijk vinden. Vindt haar mond, dan wel haar lippen niet mooi. Met het AI schoonheidsfilter van Instagram geeft de jonge vrouw zichzelf met een swipe de perfecte look. “Na het filter kreeg ik ineens megaveel likes en positieve comments!” zegt de jonge vrouw trots. Blij was ze maar ook onzeker. “Ik schaamde me voor mijn echte lippen, durfde nauwelijks meer de deur uit”. Met haar gefilterde foto in de hand klopte ze aan bij een kliniek die ze vond op internet. En voilà, de zo begeerde volle lippen waren een feit, precies zoals op haar instagramselfie”.  Linsey is niet de enige die haar eigen gezicht verruilt voor een door kunstmatige intelligentie gegenereerde nepversie. Overal in de wereld verschijnen Kylie Jenner- en Kim Kardashian-look-alikes in het straatbeeld. Nep is het nieuwe echt. Het kan, dus wie het niet doet, doet zichzelf te kort.

‘Steeds meer jonge vrouwen zijn ontevreden over hun lichaam’, zegt Lauren Conboy, onderzoeker aan de Universiteit van South Australia. ‘Een probleem mede ontstaan doordat sociale media een onbereikbaar schoonheidsideaal promoten.’ Meer en meer deskundigen zijn bezorgd over de verwoestende gevolgen van de TikToks en Instagrams van deze wereld met hun geavanceerde algoritmes die nep prefereren boven echt – gewetenloos de eigen portemonnee spekkend, ten koste van het welzijn van (jonge) gebruikers. ‘Valse informatie levert meer geld op dan de waarheid’, zegt Sandy Parakilas, voormalig werknemer van Facebook (zusterbedrijf van Instagram). ‘De waarheid is saai.’

Ik maak me zorgen over al die jongeren die zich moeten ontwikkelen in een wereld die draait om concurrentie met de buitenkant.

Merel van Vroonhoven over haar zelfde zorgen: “Terecht? Of is het simpelweg de techfobie van een pre-internettijdrepresentant, en zijn de Kylie Jenner-lippen van vandaag niet meer dan het Lady Di-kapsel van vroeger?”

Plaats een reactie