Over zijn laatste boek “Onbehagen”.
Er is bijna geen kwestie in het leven die eenduidig is. Veel zaken hebben een andere kant, een tegenpool. Het weer is zo’n kwestie: teveel zon is niet goed en teveel regen ook niet. Bijna alles is wel één van de kanten (één van de lemma’s) van een dilemma. Een uitspraak die hieraan refereert is “alles heeft z’n prijs”. Ook een relatie van mensen met elkaar is een en al dilemma. Een relatie is een compromisse ding. Formeler of wetenschappelijker gezegd, een relatie is de balans tussen individu en gemeenschap. Tussen individualiteit en socialiteit. Over personen die samen hiermee blijven tobben wordt wel gezegd: ze kunnen niet met en niet zonder elkaar.
Dit dilemma kan een gevoel van onbehagen geven, want wat je ook doet, het is nooit helemaal goed. Het is het gevecht tussen autonomie aan de ene kant, en onderlinge afhankelijkheid aan de andere kant. Over onder andere dit onbehagen gaat het laatste boek van Paul Verhaeghe.
Paul Verhaeghe is een Belgische hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse. Hij is onder andere bekend geworden met zijn boek “Liefde in tijden van eenzaamheid”, dat direct wereldwijd een bestseller werd. Wat ik buitengewoon bewonderenswaardig vind is zijn ontwikkeling van heel individueel gericht denker naar een wetenschapper die een veel socialer, maatschappelijk focus heeft. Waarmee hij binnen de menswetenschappen een van de weinigen is die over de grenzen van zijn eigen vak is gaan kijken. Ik las laatst zijn uitspraak dat de belangrijkste psychologie de sociale psychologie is, om hiermee te benadrukken dat ‘we’ elkaar voortdurend beïnvloeden op een manier die we meestal niet doorhebben. Zo’n uitspraak is wat voor een psychoanalyticus; een benadering die Paul Verhaeghe trouwens altijd trouw is gebleven.
Een voorbeeld van onderlinge beïnvloeding. Ga eten in een veganistisch restaurant en om je heen zie je een bepaald type mens. Niet zozeer een psychologische typering, wel een maatschappelijke. Loop vervolgens even door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam en je ziet een totaal ander maatschappelijk type mens. Ik sluit niet uit dat ze wel een overeenkomst hebben: die van ‘het eigen gelijk’. Hebben ze toch iets gemeenschappelijks. Wat deze twee groepen scheidt (als voorbeeld) is een verschillend gemeenschappelijk ‘verhaal’. Dit verhaal wordt tegenwoordig nogal eens een narratief genoemd. Wanneer binnen een maatschappelijke context mensen geen gemeenschappelijk verhaal, narratief hebben, dan roept dat onbekendheid op met diegenen die een ander verhaal hebben. Die een andere kijk op het leven, de omgang met elkaar en de inrichting van de maatschappij hebben. Dat verschillend zijn kan al snel de daarbij behorende angst oproepen met als gevolg in veel gevallen polarisatie.
Een gemeenschappelijk verhaal binnen een maatschappij maakt dat de mensen overeenstemming hebben over de belangrijkste thema’s van het leven. Deze thema’s zijn bijvoorbeeld: hoe gedraag je je als man en als vrouw. Hoe vorm je samen je liefdesrelatie en het geeft helderheid over de verschillende rollen binnen die verhouding. Wat zijn de omgangsvormen met betrekking tot seksualiteit, tot autoriteit en wat zijn de rituelen om jongeren tot goede deelnemers in de maatschappij te maken. (Zie mijn blog over meisjes en hun lijf). Rond al deze levensgebieden was jarenlang religie de bepalende factor voor ons gezamenlijke verhaal. Niet alleen voor individuen maar ook voor de maatschappelijke verhoudingen.
Maar in de afgelopen decennia is ons ‘narratief’ fundamenteel veranderd. Paul Verhaeghe geeft het volgende voorbeeld. Terwijl hij in de auto zit hoort hij het volgende bericht: “Australië staat op het punt het homohuwelijk goed te keuren. Geschat wordt dat dit de Australische economie op korte termijn een boost zal geven van 335 miljoen euro”. Verhaeghe: “Een ethische vooruitgang van formaat wordt gereduceerd tot economische groei, wat betekent dat de beslissing nauwelijks te maken heeft met ethiek”.
Dit economische denken heeft langzamerhand ons hele leven én ons denken doordrenkt. Niet de paus maar Elon Musk is voor veel mensen, jong en oud, een voorbeeld. Want de rijkste man ter wereld. Ons denken over de maatschappij is veranderd van een sociaaleconomisch denken, naar een economisch denken én handelen. Deze verschuiving heeft vooral plaats gevonden door de globalisering, wat bijvoorbeeld gemaakt heeft dat bedrijfseigenaren in een ander land gevestigd zijn dan het bedrijf zelf. En deze globalisering is mogelijk gemaakt door een verregaande industrialisering én door de mogelijkheid om via internet overal met elkaar te kunnen communiceren. Zo is het mogelijk geworden dat Volvo nu een Chinese eigenaar heeft.
Deze ontwikkeling wordt wel het neoliberalisme genoemd. Een lastige term, waarmee wordt bedoeld dat de overheid vooral het bedrijfsleven bevoordeeld, met daaraan gekoppeld het terugdringen van staatsbedrijven, dus zoveel mogelijk is gaan privatiseren om het concurrentiemodel door te voeren. Soms tot idiotie zoals het scheiden van treinen en de rails. (In de meeste landen heeft dit geleid tot een grote verslechtering van de spoorwegen, waarbij Engeland het meest dramatische voorbeeld is).
Het ontbreken van een gemeenschappelijk relationeel-ethisch verhaal heeft ook tot een zingevingscrisis geleid. Waarin niet meer de relatie met de medemens centraal staat, maar het hebben van spullen en het individueel kunnen genieten, als het kan op een extatische manier. Een existentieel vacuüm waarin de commercie en de grote techbedrijven heel slim op in zijn gesprongen. Door vooral bevrediging te stimuleren door kicks: een staat van opgewondenheid, door consumentisme en vooral de laatste tijd door steeds meer drugsgebruik. Festivals en nachtleven kunnen niet meer zonder een pilletje of een snuifje cocaïne om de extase te bereiken.
Het bijzondere is dat er als tegenhanger een trend is om te bezinnen door middel van mindfulness, familieopstellingen “waar we oh zoveel beleven”, en andere meer esoterische stromingen, gericht op de eigen binnenwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar al deze benaderingen zijn ik-gericht. En verhelpen ons sociale isolement niet. Deze ik-gerichtheid wordt heel zichtbaar in het aantal winkels en zaken gericht op ons uiterlijk. Op dit moment zijn de meeste winkels in het winkelcentrum van Amstelveen zaken die iets, producten of behandelingen aanbieden voor ons (vooral dat van vrouwen!?) uiterlijk. Deze egocentrische gerichtheid maakt ons heel alleen, geïsoleerd, vaak zonder dat we het zelf door hebben. Er is dan ook een hoofdstuk in Verhaeghes boek dat gaat over het vervreemde individu.
Deze recensie is een beschrijving in een notendop. Het boek geeft een overvloed aan inzichten en feiten die deze inzichten ondersteunen.
Wil je inzicht krijgen in onze tijd en je eigen positie daarin dan is dit boek een must. Wat zeg ik: ik beveel dit boek aan (wat geloof ik een bevel inhoudt……). Paul Verhaeghe is een zeer erudiete schrijver; zijn betrokkenheid als psychotherapeut, wetenschapper én maatschappelijke deelnemer ‘komt je tegemoet’ in dit boek.
Wil je uitgebreider met hem kennismaken, ga dan naar zijn boekenblog:
https://boekenblog.paulverhaeghe.com;
Paul Verhaeghe, “Onbehagen”, uitgeverij de Bezige Bij. € 24,99.
Een aanrader. Sowieso voor iedereen ‘die met mensen werkt’, zoals psychotherapeuten, artsen, pastores en ander hulpverleners. Maar eigenlijk voor iedereen die zichzelf en zijn tijd beter wil begrijpen.