Het is vandaag, dat ik dit schrijf, 1 juli. Er is een debat geweest tussen Biden en Trump in Atlanta in de staat Georgia in Amerika. Chimpansees doen dit in een gevecht om aan de top te staan en zodoende met de meeste vrouwtjes te kunnen paren. In de menselijke, westerse wereld hebben we dit omgezet in een verbaal gevecht. CNN had bij voorbaat al aangegeven dat de microfoons zijn uit te schakelen, zodat Biden en Trump (en dan natuurlijk vooral Donald Trump), elkaar laten uit praten. En och arme, ‘de oudste aap lijkt het afgelegd te hebben’.
Wat is er in vredesnaam (nou ja, vredesnaam…) aan de hand met het type kiezers die nu kiezen én de leiders die gekozen worden?!
Wanneer je het weet en je bent het je bewust dan zie je het ineens overal: we doen elkaar constant na. In alles en overal. Iedereen heeft zijn eigen ‘soortgenoten’ waarmee hij zich identificeert en die hij/zij nadoet. Ieder heeft zijn eigen sociale netwerk, ‘bubbel’ waarin we leven, afspraken maken en informatie verzamelen die onze (voor-)oordelen bevestigen. En deze imitatie lijkt zich onder invloed van social media ook wereldwijd te voltrekken.
Eerst accepteerde we onze positie, als door God gegeven…,
Ieder mens worstelt, meer of minder, met zichzelf en zijn plek in zijn bestaan. In onze tijd, en zeker in de westerse wereld is daarbij de individuele eis van erkenning een vanzelfsprekende. Dat is lang niet altijd zo geweest. Dat realiseren wij ons als Nederlanders met een collectief autoriteitsprobleem vaak niet zo, maar in het feodale tijdperk bijvoorbeeld was dat anders. De leenheren, de grootgrondbezitters hadden onderhorigen die land pachtten. En weer daaronder, de arbeiders die bij de pachters in dienst waren. Het feodalisme (het leenstelsel) was het maatschappelijke systeem dat gedurende de hele middeleeuwen (van ongeveer het jaar 500 tot 1500) bestond. En waarin ieder zijn plaats kende en accepteerde, want er werd meer in (nood-)lot gedacht dan in een maakbare wereld.
….maar toen werden we in de geglobaliseerde wereld op onszelf teruggeworpen…, en wisten we niet meer goed wie we waren.
In de periode van 1500 tot 1800 vonden er grote veranderingen plaats. Het was een tijd van grote ontdekkingen en van de industriële revolutie. En een tijd van politieke revoluties zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Franse Revolutie. De weer latere technologische ontwikkelingen en de daardoor mogelijk gemaakte globalisering, veranderde de persoonlijke feodale verhoudingen in anonieme relaties. Individuen kregen informatie die voorheen het privilege was van de hogere standen. De digitalisering vervolgens maakte persoonlijk contact mogelijk zonder lijfelijk persoonlijk te zijn. Met als uitwas de virtuele mevrouw of meneer aan de lijn die ons het ultieme gevoel van eenzaamheid geeft. Al deze ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat sociale verbanden in veel gevallen verloren zijn gegaan. In steden van een miljoen of meer inwoners is het voor veel mensen niet gemakkelijk om een sociale kring, een ‘sociaal netwerk’, (op zich al zo’n kille term) op te bouwen.
Globalisering is een abstracte term waar je, als je er niet verder over nadenkt, niet veel bij kunt voorstellen. Concreter wordt het wanneer we stilstaan bij het ontstaan van internationale bedrijven. De werknemer werkt hier, het hoofdkantoor met de beleidsbepalende CEO zit in China of Amerika. En voor zo’n CEO is het heel gemakkelijk om met vestigingen te schuiven, te verplaatsen of op te heffen. Recent ontsloeg Philips 400 banen in Drachten in Friesland, om het werk te verplaatsen naar Indonesië. Volvo was van origine een Zweeds automerk, maar is sinds 2010 in Chinese handen. Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen dit weten
In 1998 schreef Richard Sennett het boek “the Corrosion of Character”. In een cultuur van vluchtigheid en waar het gezamenlijke (verhaal) afwezig is, valt het ‘ik’ uit elkaar, zo schrijft Sennett. Onze persoonlijkheid, ons karakter corrodeert. Het toppunt van losgeslagen te zijn van een context, zijn bijvoorbeeld de ‘digital nomads’, dertigers die steeds op wisselende plekken op de wereld hun digitale arbeid verrichten. Wil je de fragmentering van onze tijd en de gevolgen voor jezelf goed begrijpen: lees Richard Sennett. (In het Nederlands alleen nog tweedehands te krijgen, in het Engels nog nieuw.)
Het idee van individuele erkenning en waardigheid is dus niet meer voorbehouden aan een speciale klasse, maar is iets waarop iedereen vindt dat hij/zij recht heeft. Francis Fukuyama in “Identiteit, waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek” (uitgeverij Atlascontact, 2019): “De verbreding en veralgemening van waardigheid maakte van de persoonlijke zoektocht naar het zelf een politiek project (p.58)……….. Met een liberaal-democratisch regime gebaseerd op individuele rechten wordt het idee van gelijkwaardigheid voor de wet vastgelegd door burgers te erkennen als morele actoren die deel kunnen hebben aan hun zelfbestuur (p.61). Met andere woorden, we worden geacht onze eigen persoonlijkheid te ontwerpen en onszelf hierin te redden.
Een zoektocht naar wie we zijn.
Nu kunnen we zelf onze identiteit en waardigheid bepalen…… denken we. Maar ideeën, opvattingen en gevoelens over onszelf komen niet aanwaaien. Die ontlenen we aan de omgang met anderen. We zijn als mens een zeer sociale diersoort en onze identiteit verwerven we in de omgang met anderen: eerst onze ouders, later onze ‘peergroup’ en weer later collega’s of andere identificatiegroepen.
In dit ‘ontwerp’ van onszelf zit een paradox. Aan de ene kant willen we graag ergens bij horen. Aan de andere kant vooral uniek zijn. De mode is hier een duidelijk voorbeeld van. We kopen kleding die ‘in’ is en denken vervolgens origineel te zijn. We denken dan een jurk te kopen, maar we willen in feite dat wat de ander heeft. Sterker nog, we willen als de imaginaire ander zijn door te bezitten wat die ander heeft. We zitten gevangen in de nabootsing van de ander.
Niemand is iemand zonder de ander. Zeker niet in een levensfase waarin je (onbewust) bezig bent je persoonlijkheid te vormen. In een land waar de essentie draait om materieel bezit en de leiders van de afgelopen jaren de cultuur van het sociale sterk verwaarloosd hebben, zijn we als individu ‘stuurloos varend op de levenszee’. De techbedrijven zijn daar op in gesprongen door google, facebook, Instagram, TikTok en X (Twitter) het individu een schijnidentificatie aan te bieden. En bedenk, bij bovengenoemde bedrijven werken veel meer psychologen dan in de hele GGZ van Nederland.
De meeste kinderen bootsen hun ouders na die zelf uren per dag op social media zitten. En doen natuurlijk hun leeftijdgenoten na, want ‘er bij horen’ is in de puberteit en adolescentie van levensbelang.
Niet de Paus is dus cultuurbepalend. Dat zijn onze nieuwe leiders: Elon Musk (X), Mark Zuckerberg (Facebook), en Zhang Yiming (TikTok).
Trouwens, de vraag dringt zich op of ik zelf wel autonoom ben. Want stem ik niet op Wilders omdat ik het met zijn standpunten niet eens ben, of omdat mijn omgeving me zal laten vallen? En, zijn diegenen die mij zouden laten vallen wel autonoom, of zijn zij ook bang voor uitsluiting? Boeiend is de theorie van het ‘sociale kantelpunt’. Wanneer er binnen een sociale kring een bepaald percentage mensen is die het aandurven een afwijkende mening te hebben, kan er een kantelpunt (tipping point) optreden, waarna ineens veel meer mensen die afwijkende mening durven te hebben. Dat percentage hoeft niet eens zo groot te zijn, want bij Extinction Rebellion gaan ze er vanuit dat er bij 3,5 procent aanhangers een sociaal kantelpunt kan optreden ten aanzien van klimaatopvattingen. En langzamerhand lijkt deze theorie ook van toepassing op een rechts-radicaal standpunt.
Toch eens verder nadenken over mijn eigen autonomie.