Wat is dat eigenlijk?
Al weer aardig wat jaren geleden hadden wij twee katten. Ogenschijnlijk waren ze niet zo close samen, behalve ’s nachts wanneer ze in dezelfde poezenmand gingen slapen. Dat ging maar net; wij zouden het een twijfelaar noemen. Toen, aan het eind van de grote vakantie overleed een van beide. De ander, Tommie, een fel, slank, maar aanhankelijk poesje bleef achter. Al vrij snel zagen we dat hij slomer werd, lusteloos, maar het opmerkelijkste was, hij werd dikker. De dierenarts kon niets vinden en zo gingen maanden voorbij. Toen in het nieuwe jaar, eind januari, begin februari, werd Tommie weer slanker en vitaler. Natuurlijk, we konden het ‘m niet vragen, maar voor ons was het duidelijk. Tommie had gerouwd en kwam er langzamerhand overheen dat zijn kameraadje dood was.
De interessante vraag is natuurlijk of Tommie gevoelens van gemis had en vooral of hij zich dat bewust was. Ik kan natuurlijk van antropomorfisme verdacht worden: het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren (of planten of zelfs dingen). Maar er is veel onderzoek gedaan naar het gedrag tussen dieren in dit soort situaties, bijvoorbeeld door Frans de Waal.
Frans de Waal beschrijft in “Mama’s laatste omhelzing” (uitgeverij Atlas Contact, 2019) het overlijden van de 59-jarifge chimpansee Mama. Mama had een ‘adoptiedochter’ Geisha, die duidelijk om haar stiefmoeder rouwde. “Anders dan de anderen nam Geisha geen moment de tijd om iets te eten of met anderen om te gaan, en bleef ze onafgebroken bij het lijk. Ze gedroeg zich zoals mensen bij een wake…………. Na de dood van Mama bracht Geisha de meeste tijd bij het lichaam door, meer nog dan Mama’s biologische dochter en kleindochter”. (p. 49, e.v.). Er zijn veel van zulke veerhalen over het verlies van een dierbare, ook waar het gaat om katten, en natuurlijk ook andere huisdieren en hun baasjes. p.53.)…… Het kan bij dieren net zo diep in de ziel snijden als bij ons op basis van gemeenschappelijke neurale processen, zoals het oxytocinesysteem, en misschien een vergelijkbaar bewustzijn van het leven en zijn kwetsbaarheid”. P. 57
Schrijven over bewustzijn in het kader van een blog is een gewaagde poging. Want door de eeuwen heen is gezocht naar het verband tussen de ‘onstoffelijke’ geest (in religies vaak de ziel genoemd) en het lichaam. De moderne psychologie hanteert de definitie “Het proces in de hersenen dat onze gedachten en onze mentale weergave van de wereld creëert”. Bewustzijn is dus niet iets statisch, maar een voortdurend veranderend proces tussen onze hersenen, onszelf en de buitenwereld.
Bewust is besef hebben, ‘weten dat je weet (en misschien wel ‘weten dat je weet wat je weet’)’, en dat laatste verondersteld dat je min of meer aan zelfreflectie doet. Heel actueel speelde dat een rol bij Joe Biden na zijn publiekelijk gesprek met Donald Trump. Het koste de nodige moeite voor Biden (heel menselijk!) om duidelijk te gaan weten wat hij natuurlijk al wel een beetje wist: mijn leeftijd heeft me ingehaald, hier ben ik te oud voor.
Wanneer iemand buiten bewustzijn is, dan is zijn toestand duidelijk. Hij/zij neemt niets meer waar, bouwt geen herinneringen op en interacteert niet. Zowel het contact met de buitenwereld als met zichzelf is weg. Iemand is er nog wel en tegelijkertijd ook niet. Daarom is een narcose zo’n uitkomst.
Veel ingewikkelder is het wanneer iemand bij bewustzijn is. Het lijkt simpel, want bij bewustzijn reageert iemand, spreekt en doet zijn gewone ding. Maar we weten ook dat wij zelf ‘niet altijd even helder zijn’. En bij anderen maken we ook onderscheid wat de staat van bewustzijn betreft. De een vinden we scherp, een ander onnozel, niet realistisch.
Bewustzijn lijkt te maken te hebben met waarneming van de wereld om ons heen en van onszelf. Soms wordt bewustzijn voornamelijk opgevat als een vorm van zelfbewustzijn, waarbij dan veel waarde wordt gegeven aan de eigen beleving. Het gebruik van ‘geestverruimende’ middelen wordt dan bijvoorbeeld gebruikt om het eigen innerlijk beter te leren kennen of te ervaren. Het is natuurlijk maar zeer de vraag of je je innerlijk, je binnenwereld beter leert kennen door gebruik te maken van bepaalde middelen. Door doping leer je ook niet je lichaam beter kennen. Geestverruimend wordt dus soms gezien als een grotere mate van bewustzijn. Dat is een misvatting; het blijkt veel vaker een verdoving van de realiteit te zijn. De ervaring leert dat drugs, welke dan ook, eerder het zicht op de werkelijkheid versluiert van verheldert. Sowieso is het ingewikkelde dat onze beleving een twijfelachtige weergave geeft, zowel van onszelf (zelfbewustzijn) als van de realiteit.
Kort samengevat (in het kader van deze blog) is bewust-zijn, besef hebben van je bestaan. Het bestaan van jezelf, inclusief je gedrag. Weet hebben van je situatie, je omgeving, je verleden en heden, en door hebben wat de consequenties zijn van je doen en laten met betrekking tot de toekomst. Eigenlijk is dat een hele hoop tegelijkertijd:
- Zelfbewustzijn: het vermogen tot zelfreflectie of introspectie
- Besef hebben van de context waarin je leeft; zowel in engere als bredere zin
- Besef hebben van tijd en tijdelijkheid: het hier-en-nu, en het daar-en-straks
- Het vermogen tot betekenisbesef, en het besef dat alle gedrag betekenisgeving is
- Als vervolg op het vorige: ethisch besef: dat alles wat ik (niet) doe bepalend is voor de ander, anderen. In de breedste zin van het woord.
Kortom, alles draait om weet hebben van de werkelijkheid, in al zijn aspecten.
Er zijn veel voorbeelden te noemen waarin de alertheid met betrekking tot de realiteit tot uiting komt. Bewust leven is, zoals ik al eerder heb aangegeven, een soort continue zen oefening. Ik krijg soms de vraag of bewust leven niet extra vermoeiend is. Dat is niet mijn ervaring; eigenlijk het tegendeel. Het levert meer leuke gesprekken en contacten op. Het bespaart je impulsaankopen, het vergroot je kritisch vermogen, , je gaat gezonder leven, en je schermtijd van je telefoon wordt veel minder.
Wat dat laatste betreft heb ik een leuke tip, het boekje “Waarom ik geen mobiele telefoon heb”, van Willem Schinkel. Editie Leesmagazijn; € 26,94. Willem Schinkel is hoogleraar sociologie en filosofie, en het lezen van dit boekje is een confrontatie met ons eigen onbewuste leven wat ons mobielgebruik betreft. We hebben al heel veel bewust leven ingeleverd.