Als de ander niet meer meetelt.

En er van wederkerigheid geen sprake meer is.

Vergeef me wanneer ik vervelend word met mijn terugkerende thema: ‘wat is de werkelijkheid’, en ‘wat is de waarheid over de werkelijkheid’. Maar sinds 20 januari, de inauguratie van Donald Trump, is deze kwestie actueler dan ooit.

In coronatijd waren er nogal eens mensen die zelfs bewezen feiten betwijfelden; de basis van het ontstaan van complottheorieën. Maar nadenken over feiten en het onderzoek daarvan is van levensbelang. Bijvoorbeeld, dat er in onze tijd veel minder mensen vroegtijdig sterven dan een paar eeuwen gelden komt door vier factoren: de aanleg van riolen, gezond drinkwater, vaccinaties, en de uitvinding van antibiotica. Dat zijn gewoon nuchtere feiten.

En nee, dat komt niet door onze gezondere voeding, want die is er juist de afgelopen decennia door de voedselindustrie sterk op achteruit gegaan.

Het bovenstaande gaat over feiten die door de wetenschap, via degelijk, wetenschappelijk onderzoek, zijn vastgesteld. Heel anders is dat met vormen van samenleven. Er bestaan allerlei vormen van huwelijksrelaties, arbeidsverhoudingen en maatschappelijke vormen van samenleven. De vrouw thuis en de man die buitenshuis werkt is niet per definitie een slechtere vorm dan een relatie met tweeverdieners. En het is maar de vraag of een huwelijk waarbij de partners zijn uitgekozen door de ouders, tot een ongelukkiger, ongelijkwaardiger huwelijk leidt. Want ongelijk is echt iets anders dan ongelijkwaardig; begrippen die vaak door elkaar worden gehaald. Wanneer er bijvoorbeeld een taakverdeling is die verschillend is, en er is overeenstemming over die verdeling, dan is er sprake van ongelijkheid én gelijkwaardigheid. De gelijkwaardigheid is juist aanwezig wanneer één van de twee dat wat tot dan gewoon was,  ter discussie kan stellen, en door de ander daarin volledig serieus wordt genomen. Waarna beiden tot een nieuwe consensus komen. Dit is ook één van de basisprincipes van een democratische verhouding.

Vormen van samenleven zijn eigenlijk door mensen bedachte constructies en worden dus wel ‘sociaal construct’ genoemd. De waarde van geld bijvoorbeeld is een sociaal construct, want via afspraken, in overeenstemming vastgesteld. Door andere ingewikkelde invloeden kan geld dan ook meer of minder waard worden. Ook de betekenis van woorden bestaan op basis van overeenkomst tussen mensen en zo kunnen woorden in de loop van de tijd veranderen. Het begrip ‘depressie’ bijvoorbeeld is nogal gedevalueerd, want de uitspraak “ik had een depressieve dag” heeft niets met het officiële begrip depressie te maken. Trauma is ook zo’n voorbeeld, een beetje tegenslag heet vandaag de dag al snel traumatisch.

De ander begrijpen hoe hij (of zij) is; een stap naar realiteitszin.

Als er één man is die het sociale construct ‘relatie’ totaal anders definieert dan zijn voorganger dan is dat Donald Trump wel. Ik denk dat Trump geen echte vrienden heeft: anderen die van menig met hem kunnen verschillen. Het is niet zo dat ik Donald Trump niet begrijp (iets anders dan dat ik het met hem eens ben). Trump heeft een ander ‘sociaal construct’ van een relatie dan ik. Hij is anders dan ik, wij verschillen in veel opzichten, en dat komt natuurlijk vaker voor. Geen enkele relatie van twee (of meer) mensen bestaat uit gelijken. Ook eeneiige tweelingen zijn niet hetzelfde.

Het verschillend zijn heeft invloed op het begrijpen van de ander. En daar doet zich een speciaal fenomeen voor. Een klein beetje anders zijn van die ander, dat kunnen we vaak wel begrijpen. We kunnen ons er wel iets bij voorstellen, ook al komt het niet overeen met ons eigen idee. We kunnen verschillen in ons uitgavenpatroon, in wat we lekker vinden, en ook in omgangsvormen. Maar er vindt een ‘kantelpunt’ plaats (om dat modewoord te gebruiken) wanneer het verschil te groot is. Dat gaat dan gepaard met uitroepen als “onbegrijpelijk, zoals doe je toch niet?!”. En die verwarring vindt met name plaats wanneer die ander uiterlijk wel op ons lijkt, maar in gedrag ‘totaal’ anders handelt. Want die verbazing hebben we niet bij het anders zijn van iemand met het downsyndroom. En we vinden het ook niet gek om opgegeten te worden door een hongerige ijsbeer, want ja, logisch, dat is nu eenmaal een beest, en dus heel anders dan wij mensen. De verwarring ontstaat wanneer we uiterlijk op elkaar lijken, maar het ‘innerlijk’ en het gedrag van de ander fundamenteel verschilt met dat van ons.

Ethiek is kort samengevat het nadenken over het juiste handelen van mensen ten opzichte van elkaar. Wanneer we hierover to dezelfde ideeën komen dan hebben we een gezamenlijke moraal. Ethiek en moraal gaan eigenlijk altijd over onze onderlinge verhoudingen. Over de al of niet gezamenlijke opvattingen hoe we ons hebben te gedragen en wat goed handelen is ten opzichte van elkaar. Christelijke ethiek is er op gebaseerd dat we de ander, ook wanneer die verschilt met ons, een gelijke waarde toekennen. Het tweede grote gebod in het christendom is ‘heb uw naaste lief als u zelf”, en ook de niet-gelovigen in de westerse wereld hebben zich dit min of meer eigengemaakt.

Hier speelt die boeiende verhouding tussen aanleg en opvoeding, tussen nature en nurture en grote rol. De mogelijkheid tot dit ethisch besef (nurture) is bij de meeste mensen aangeboren. Maar niet bij iedereen! Er zijn mensen die hebben een aangeboren stoornis met betrekking tot dit ethische besef, deze mogelijkheid tot een gewetensfunctie. En de grote fout die heel vaak gemaakt wordt, zowel op kleine schaal als op wereldniveau, is denken dat de ander wel ongeveer hetzelfde denkt over verhoudingen als ik, als wij.

Dat is de oorzaak, de reden dat onze leiders de inval in de Krim hebben gebagatelliseerd. We hebben gedacht in termen van wederkerigheid: als we nou maar handelsrelaties met elkaar aangaan (het Westen m et Rusland bijvoorbeeld), dan worden we in wederkerigheid afhankelijk van elkaar en dan zal er geen oorlog meer komen. Angela Merkel was van dat sociale concept, en vergat daardoor de individuele psychopathologie van enkele politieke leiders. En de tragiek van de afgelopen, recente tijd is dat het denken in gelijkwaardigheid en de daarop gebaseerde wederkerigheid helemaal geen vanzelfsprekendheid is. Er zijn op microniveau bijvoorbeeld vrouwen (sorry dames) die steeds vallen voor de charmante mannelijke psychopaat (sorry heren). En op maatschappelijk, macroniveau schijnt de autoritaire leider zonder ontwikkelde gewetensfunctie nog steeds voor veel mannen een zeer aantrekkelijke identificatiefiguur te zijn. En voor veel vrouwen een adoratiefiguur.

De ontkenning dat er leiders kunnen zijn met een antisociale persoonlijkheidsstoornis is op twee manieren verbijsterend: dat zulke leiders door miljoenen mensen überhaupt gekozen worden en dus als leider kunnen bestaan; én verbijsterend dat dit gegeven: dat die miljoenen mensen bestaan die een narcistische psychopaat kiezen, stelselmatig wordt ontkend.

Wanneer de realiteit té bedreigend is en de angst té groot, dan kunnen we die realiteit zomaar gaan ontkennen. De verwarring is mij zeker niet onbekend, want ik begrijp het wel, maar ik snap het niet.

Jaren geleden, we kenden elkaar net,  waren we op vakantie in Griekenland. We streken neer op een terrasje aan de rand van een water. Rechts van ons was het centrum van de plaats en verder weg beboste heuvels. Mijn lief, huisgenoot B. herkende op het terras een paar andere vrouwen, ik meen van een opleiding, en dat was een enthousiaste ontmoeting. Zij gingen in gesprek en ik keek om me heen, en zag ineens in de verte, op de beboste heuvels brand. De wind was op dat moment richting het stadje. Ik zei tegen de anderen: “het stadje loopt gevaar, die wind waait het vuur deze kant op”. “Ach, reageerden ze, “ze zullen het in het stadje wel doorhebben”. Ik probeerde het ook nog bij de ober, maar die haalde onverschillig zijn schouders op; zo van “we zien het wel”.

Nog geen half uur later had het vuur de stad bereikt, loeiden ineens de sirenes, en was er paniek. Ik wil maar zeggen… .

Plaats een reactie