Het is een rare discrepantie tussen ons gewone leven dat, in veel gevallen, vanzelfsprekend verloopt, en de dreiging die door bijna iedereen gevoeld wordt, zeker wanneer we iets van het nieuws oppikken. In het eerste geval zal ik niet zo snel nieuwsgierig zijn, want vanzelfsprekendheid maakt niet snel nieuwsgierig. En ik voel een drempel om geïnteresseerd te raken bij dreiging of angst.
Geïnteresseerd raakte ik bij het volgende. In Azië zijn resten gevonden van de Denisavomens, een groot uitgevallen Rico Verhoeven, en ik kan daar met geboeide verbazing en verwondering over lezen. Het ontstaan van onze soort vind ik zeer intrigerend.
Een pagina verder in de krant zie ik foto’s van Gaza en ben ik verbijsterd, zeker wanneer ik daar de volslagen ongevoeligheid van Netanyahu naast zet. Netanyahu kan mij nieuwsgierig maken, want ‘hoe werkt dat brein bij die man?!’
Bij het ene bericht lukt het me ook beter om distantie in te nemen dan bij het andere. Dat is natuurlijk ook begrijpelijk, maar bij beide berichten verplicht ik mezelf tot afstand nemen; tot een positie om te reflecteren, na te denken en meer te willen begrijpen en dus meer te weten. Bij de Denisavomens is het een mengeling van nieuwsgierigheid en interesse; bij Gaza is het vooral interesse in de beweegredenen, de drijfveren, de aandriften die maken dat oorlog voerders (ja, inderdaad, allemaal mannen) op leeftijd, de korte tijdspanne van hun eigen leven blijkbaar uit het oog verliezen. Of doen ze het juist om hun eigen tijdelijkheid, hun eigen dood niet onder ogen te komen?
Enige verbazing heb ik ook over het feit dat er zo weinig mensen bezig zijn met het onderzoeken en willen begrijpen van onze tumultueuze tijd. Sowieso intrigeert het me al heel lang waardoor de een in veel geïnteresseerd is, en de ander alles voorbij laat gaan zonder door verwondering geraakt te worden. Zoals met veel van onze eigenschappen is het op latere leeftijd geïnteresseerd zijn en kwestie van aanleg en opvoeding. Voor een deel is nieuwsgierigheid een functionele drift, want we ontdekken er onze omgeving mee, zodat we beter kunnen overleven. Het is duidelijk, de een is meer nieuwsgierig of geïnteresseerd dan de ander.
Er is wel een verschil tussen nieuwsgierig en geïnteresseerd. Nieuwsgierigheid en interesse hebben allebei een verschillende connotatie, een andere gevoelswaarde. De ‘dikke van Dale’ is er vrij duidelijk over. Interesse is belangstelling, en nieuwsgierigheid is verlangen dingen te zien, te horen of te weten te komen, die niet voor ons bestemd zijn of die geen belang voor ons hebben. Nieuwsgierig klinkt wat gewoner, oppervlakkiger en kan gericht zijn op ‘alles en nog wat’. Bij nieuwsgierig denken we niet direct aan wetenschappelijke interesse wanneer we zeggen dat iemand nieuwsgierig is. Nieuwsgierigheid speelt een grote rol bij roddelbladen als Privé, met een oplage van 113000 lezers. Dat er in onze interesse grote verschuivingen de afgelopen jaren zijn opgetreden is te zien aan de oplage van het maandelijkse tijdschrift van Nationale Geographic. Dat had in 2004 een betaalde oplage van 134.000 lezers; in 2022 nog maar 39.000 lezers! Wat is er toch met onze interesse gebeurd?! Ach, het verschil in oplage tussen Privé en National Geographic geeft weer wat we al wisten: de invloed van de onderbuik is vele malen groter dan die van het ‘bovenhoofd’. Een andere interpretatie is dat we, omdat we vooral sociale dieren zijn, een sterke oriëntatie hebben op ‘soortgenoten’, en dat daar de winst zit van de roddelbladen en de sociale media ten koste van de meer rationele ‘serieuze’ interesses.

Is onze interesse, onze nieuwsgierigheid wel echt van onszelf?
Onze interesses lijken van onszelf te zijn, maar niets is minder waar. Marketing steelt onze nieuwsgierigheid en daarmee onze tijd op een manier die we niet doorhebben. (Whatsapp heeft sinds kort een blauw knopje om je nog sneller te belonen door je, ongevraagd! antwoord te geven op alles en nog wat, en zo je aandacht vast te houden!). Ik ben er van overtuigd dat National Geographic het overgrote deel van zijn lezers is kwijtgeraakt door internet en vooral door de sociale media. De gemiddelde Nederlander brengt 5,5 uur per dag door achter een scherm. Dit omvat zowel het gebruik van mobiele telefoons, computers, tablets als het kijken naar televisieschermen. Ongeveer 2 uur en 20 minuten hiervan wordt besteed aan de smartphone. Jongeren tussen de 15 en 35 jaar zitten 4,8 uur op hun mobiel. En dan kom je natuurlijk niet meer ‘aan je eigen nieuwsgierigheid en interesse toe’.
Verwondering, verbazing en twijfel als basis voor interesse.
Geen interesse zonder verwondering. Misschien gaat twijfel nog wel vooraf aan verwondering. Want wanneer ik bijna alles als vanzelfsprekend aanneem, zal ik geen vragen stellen en niet verwonderd zijn. Maar kunnen twijfelen verondersteld een bepaalde mate van zekerheid over onszelf. De wereld ontdekken gaat niet goed wanneer we beheerst worden door angst. We hebben positieve ervaringen uit het verleden nodig om de onzekere toekomst in te durven gaan. Toegeven dat we niet weten, niet zeker zijn van wat dan ook zonder angst, maakt dat we met interesse op onderzoek uitgaan. Ouders hebben een grote invloed op hun kinderen of ze een basiszekerheid ontwikkelen waarmee ze zonder angst een onzekere toekomst tegemoet durven gaan. Misschien is wel het leukste leven, een leven te zien als ontdekkingsreis met de daarbij horende nieuwsgierigheid.
Het grootste niet weten is natuurlijk dat wat komt na de dood. Dit niet weten veroorzaakt dan ook vaak de grootste angst. Vooral orthodoxe religies lijken dan ook een ‘hiernamaalsverzekering’ aan de kunnen bieden, waar twijfel ‘uit den boze!” is.
Maar twijfel is de basis voor een democratie, (en voor iedere relatie trouwens) want een andere mening bestaansrecht geven en dus jezelf en je eigen meningen en ideeën in twijfel willen trekken, voorkomt polarisatie.
Misschien wel de belangrijkste interesse gebieden…
Daarom zijn misschien wel de belangrijkste interesses de echte interesse in de ander en twijfelen aan onszelf en onze zelfkennis, zodat we ons blijven afvragen “weet ik wie ik ben en hoe is mijn gedrag ten opzichte van anderen?”. Wanneer we ons als een vis in het water voelen bij onszelf, is het misschien goed om ons te realiseren dat het oude gezegde “het laatste waar een vis over nadenkt is het water waarin hij zwemt”, ook op ons van toepassing is.
Machteloos makend vind ik, om in alle conflicten die er op dit moment aan de orde zijn, te zien dat de menselijke interesse in de andere partij volledig afwezig is geraakt. In gesprekken daarover kan de polarisatie, zo maar, voor dat je het weet, ook mijn eigen relaties én mezelf besmetten.
Machteloos makend is het om te bedenken dat ik aan die polarisatie in de wereld niets kan doen. Het enig mogelijke is om in gesprekken met anderen wanneer het hier over gaat, niet besmet te worden met diezelfde onredelijke polarisatie. Ik weet dat het aan de wereld niets zal veranderen. Maar misschien, wanneer steeds meer mensen er niet aan meedoen, …?!
Het laatste, machteloosheid aankunnen, zet me aan om daar verder over na te denken. Dat zal dan ongetwijfeld ook moeten gaan over rouwen en verwerken; en wat dat eigenlijk is.