De ouderen geven het goede voorbeeld, en de jongeren zullen volgen.
Intergenerationele overdracht, hoe werkt dat. Daar waar nurture en nature samenkomen.

“Zo de ouden zongen, piepen de jongen”.
Het schilderij met deze titel is van de Antwerpse schilder Jacob Jordaens, 1638.
De aanleiding om me te verdiepen in intergenerationele overdracht is het congres van de Vereniging van Contextueel werkers over de toename van psychische klachten bij jongeren. Wat is er toch aan de hand dat zoveel pubers en adolescenten zich ongelukkig voelen.
Maar eerst, wat is intergenerationele overdracht.
Wij zijn als individuele mensen een kleine schakel in de geschiedenis van de wereld. Voordat we er waren was er al ontwikkeling van alles en dat zal na ons ook zo zijn. Ook de ontwikkeling van onze cultuur en maatschappij voltrekt zich in de loop van de tijd. Zoals we weten met vallen en opstaan. En dat noemen we dan geschiedenis. Voor dat wij als mensen er waren was er natuurlijk ook geschiedenis, in die zin dat de aarde zich waarschijnlijk uit een gasnevel ontwikkeld heeft tot een vaste materie. Volgens berekeningen is de aarde 4,5 miljard jaar oud, en heeft de eerste tweebenige mensachtige rond 7 miljoen jaar geleden rondgelopen. Weer een lange periode daarna, tot ongeveer 300.000 jaar geleden, ontstond de homo sapiens, onze soort. Biologisch is er in die lange tijd veel gebeurd met ons. We hebben grotere hersenen gekregen, de dracht- en zuigelingstijd werden langer, en de verschillen tussen mannen vrouwen werden steeds een beetje minder. (Interessant gegeven tegen de achtergrond van de genderdysforie die op dit moment zo in de aandacht is).
Heel langzaam gingen we ook onze omgeving vormgeven. Via het maken van gereedschappen, het vuur maken, en via het uitbundig seks hebben we steeds meer mensen. Met als gevolg het bij elkaar klonteren tot steden, dus er is nogal wat veranderd. Je kan wel zeggen dat we niet hebben stil gezeten. Er zijn weinig dieren die hun omgeving zo hebben beïnvloed als het beest mens. Deze beïnvloeding kon alleen maar door twee factoren: we kunnen, als sociaal dier, heel goed samenwerken (nee, even niet aan oorlog denken), én we zijn heel goed in technische kennisoverdracht. Het hele systeem van basis-, middelbare school, HBO en Universiteit is een systeem van intergenerationele kennisoverdracht. En intergenerationeel, het woord zegt het al, is een geschiedkundig begrip, een historisch fenomeen, met andere woorden, het gebeurt bewust of onbewust in het verloop van de tijd.
Niet alleen kennis dragen we over.
Onze intergenerationele overdracht van kennis hebben we dus goed voor elkaar. Al staat dat in de meer ontwikkelde landen ook onder druk door enerzijds een verzorgingsstaat die de drang en het besef om te moeten overleven naar de achtergrond heeft gedrukt. En anderzijds dat er een tendens bestaat om ons eigen leren te verwaarlozen, door dat te vervangen door AI (let wel: kunstmatige intelligentie).
Er is één dramatisch gegeven in onze ontwikkeling als mensheid, en dat is dat we ethisch en sociaal totaal achtergebleven zijn ten opzichte van de technische ontwikkelingen. Ik wil hier Robert Kaplan aanhalen die schrijft: “Voor we echter verder gaan moet ik een knagend probleem voor de lezer aanpakken, namelijk mijn vermoeden dat de menselijke aard niet zal verbeteren. Hoe ik dat weet? Ik weet het niet, maar ik denk dat het zo is”. …. Hoe we dat (de gang van de geschiedenis WN) weten? Heel eenvouding. Het verleden is de enige gids voor de toekomst”. (Robert Kaplan in “Het barre land”, ‘de permanente crisis waarin de wereld zich bevindt’. Pagina 60 en verder). Robert Kaplan wordt nogal eens als pessimist gezien, maar gezien de grote kloof tussen onze technische vermogens enerzijds en ons ethisch besef anderzijds is het eerder realistisch dan pessimistisch. Onze morele intergenerationele overdracht blijft ver achter bij onze kennisoverdracht.
Opvoeden als intergenerationele overdracht.
Intergenerationele overdracht wordt meestal in verband gebracht met of trauma’s die doorwerken in volgende generaties; of beschreven in artikelen die gaan over criminaliteit of extremistische milieus. Het gaat daarbij zelden over onze gewone opvoeding. Terwijl natuurlijk de meeste en belangrijkste intergenerationele overdracht gewoon in gezinnen gebeurt. Excuus, het is beter om te zeggen gebeurde. Dat zal ik uitleggen.
Onze invloed op ons kind wordt voor ongeveer de helft bepaald door onze genen. De andere helft door ons voorbeeldgedrag en conditionering van ons kind. Interessant is dat, wanneer je op internet kijkt naar belangrijkste opvoedinvloeden van ouders, er weinig ‘imitatie’, nabootsing, of mooi gezegd ‘de mimesis’ genoemd wordt.
Alleen de onthechte goeroe leeft voortdurend in het hier-en-nu. Wij, gewone stervelingen, leven vanuit vanzelfsprekendheden. We beginnen onze dag met onze kinderen; in veel gevallen gehaast. Het wordt niet voor niets nogal eens als een ochtendspits omschreven. De invloed die we als ouders hebben op onze kinderen is in termen van tijd de afgelopen decennia steeds minder geworden. Voor alle duidelijkheid, ik ben niet tegen het feit dat vrouwen een baan hebben, want de opvoeding is de verantwoordelijkheid van moeders én vaders. Overdracht van kennis maar vooral ook van houding, zoals respect voor de ander, ethiek dus, vraagt tijd; veel tijd. Naast het feit dat we ons veelal niet bewust zijn van onze impliciete invloed op onze kinderen (niet alleen met woorden maar met name door onze houding, ons gedrag), hebben we het ook steeds meer uitbesteed. Kinderen blijven tussen de middag op school en vervolgens gaan ze naar de ‘naschoolse opvang’. En de koppels met een drukke baan huren een Filipijnse in om in de andere uren doordeweeks onze kinderen te beïnvloeden.
Al in 2012 schreef de psychiater, hoogleraar gezinstherapie Dirk de Wachter over onze grenzeloze maatschappij, refererend aan de ‘borderline problematiek’; het woord zegt het al: grenzeloos in relaties, een instabiel zelfbeeld (onzekerheid over wie je bent), impulsiviteit (korte aandachtsboog, ‘het moet nu’), en een existentieel gevoel van leegte.
Dit laatste is gekomen doordat er geen maatschappelijk, collectief gedeeld idee is over hoe we ons leven zin geven. Vaak genoemd als gemis van een gemeenschappelijk verhaal dat een leidraad is in ons leven. Dit is geen abstractie, of alleen maar voer voor filosofen, maar een groot gemis waardoor we niet met elkaar de grote problemen vanuit een gemeenschappelijk perspectief aanpakken. Onze kinderen bieden we daardoor geen mogelijkheid tot ‘initiatieriten’, overgangsrituelen om op een geaccepteerde manier lid te worden van een groepering of de maatschappij. Dit zogenaamde socialisatieproces hebben we uit handen gegeven en er zijn maar al te graag anderen die dit van ons overnemen en dat al gedaan hebben. Wij als volwassenen zitten al enkele uren per dag op onze mobiel, in plaats dat we iets met onze kinderen doen; en onze jongeren doen dat 5,5 uur per dag.
Bij jongvolwassenen die hun sociale mediagebruik een week ! (flink) beperken, heeft 25% minder depressieve klachten, 16% minder angstklachten en 15% minder slaapproblemen. Dat blijkt uit een Harvardonderzoek (Volkskrant 25 november 2025).
Mark Zuckerberg was op de hoogte van dit gegeven, maar heeft het achtergehouden. Dit noem ik cybercriminaliteit. Zowel mijn vorige blog als deze is een wake-up-call. En het gaat niet over anderen, het gaat over onszelf, hoe ongemakkelijk dit ook is om in te zien.