“HET BARRE LAND’ van Robert D. Kaplan.

‘De permanente crisis waarin de wereld zich bevindt’.

Inleiding

Zelfs wanneer je geen nieuws volgt is er niet aan te ontkomen: de mannen zijn weer lekker bezig met oorlog voeren, landje pik en meer van dat soort macho-zaken. Het is emotioneel ingewikkeld om met deze realiteit van de afgelopen jaren om te gaan. Om er een goede verhouding in te vinden waarbij je je niet laat overspoelen door alle gekte; maar ook niet door je af te sluiten, zodat je een wereldvreemde wordt.

Voor controle moest ik bloed laten prikken (ja, zo’n leeftijd heb ik langzamerhand bereikt…) en in de priklocatie zaten meer mensen van een zekere leeftijd (zie, ik probeer het woord ‘oud’ te omzeilen). Naar aanleiding van een tijdschrift dat op de tafel lag zei de mevrouw naast mij: “Het zijn me de tijden wel hè”. En toen kwam het: “Voor mij zal het nog wel duren, maar voor m’n kinderen en kleinkinderen maak ik me grote zorgen”. 

En dat is wat ik om me heen hoor en aanvoel, en ook wel sluimerend bij mezelf: de angst waar ‘dit’ op uitloopt. Ik heb ook zo’n radiootje met lamp en batterij dat je aanslingert; en ook flessen water beneden in de box. Het is dus de kunst om een evenwicht te vinden tussen onderkennen en anticiperen, en anderzijds te relativeren en bagatelliseren en af en toe gewoon maar ontkennen. Die dat recent ook deed, het relativeren, was Nadia Esseroili, in een artikel in de Volkskrant waarin ze schreef: “Nu zit mijn Hollandse nuchterheid er te diep ingevolkt om op korte termijn grootschalige aanslagen of een golf aan geweldsincidenten vanuit extreemrechtse hoek te vrezen”. (Volkskrant 20 maart 2026). Dat zullen vast veel meer mensen denken maar, in de hoop dat ik ongelijk krijg, ik weet het nog zo net niet.

Wanneer we beseffen dat in ongeveer een half jaar tijd er 35 extreemrechtse Defend-groepen zijn bijgekomen die zich openlijk in het openbare domein manifesteren op een manier zoals de bruinhemden dat deden in Duitsland, dan is het niet verstandig om op z’n minst de overeenkomst met die bruinhemden te onderzoeken.

Tientallen extreemrechtse Defend-groepen opgericht, steeds groter en zichtbaarder.

Kunnen we leren van de geschiedenis?

De Weimarrepubliek als vergelijk.

Iemand die onze tijd uitgebreid onderzoekt is Robert Kaplan in zijn boek “HET BARRE LAND”,  ‘De permanente crisis waarin de wereld zich bevindt’, waarin hij een eventuele parallel onderzoekt met de tijd van de Weimarrepubliek.

De Weimarrepubliek was de periode in Duitsland van 1918 tot 1933, toen Duitsland voor het eerst een volwaardige democratie was nadat Keizer Wilhelm II in 1918 was afgezet. Maar, zoals dat gaat met machtswisselingen, was die periode een heel roerige tijd. Duitsland was als gevolg van de eerste wereldoorlog, zwaar belast in het Verdrag van Versailles door de opdracht om herstelbetalingen te doen die zo hoog waren dat Duitsland daar in geen tijden aan kon voldoen. In deze periode had de Grote Depressie plaats, en uiteindelijk wist in 1933 Adolf Hitler de macht te grijpen als leider van de Nationaalsocialisten, en veranderde Duisland in een dictatuur. Dat dit mogelijk was kwam door enerzijds veel conflicten tussen verschillende partijen die de macht wilden, in combinatie met heel zwak leiderschap van de regerende elite. En dat samen met een economische depressie en het creëren van een groep waarop de aandacht gericht wordt, en waarop de eigen angst geprojecteerd kan worden, destijds de Joden en nu de asielzoekers, heb je het recept van waaruit een dictator ‘geboren’ kan worden.

            Intermezzo.

            Hoop.

In zijn boek “Mens, al te menselijk” stelt Friedrich Nietzsche: “Hoop in de realiteit is het ergste van alle kwaad omdat het de kwellingen van de mens verlengt”. Of, om mijn vriend R. aan te halen die hoop definieerde ‘als een uitgestelde teleurstelling’. Ik heb nog nooit zoveel het begrip ‘hoop’ horen noemen als de afgelopen paar jaar. Hoop wordt dan gebruikt als een vluchtheuvel van waaruit we dan vooruit naar de toekomst kijken omdat het heden te ondraaglijk voelt. Een aardige anekdote in dezelfde sfeer  van de Duitse theologe Dorothee Sölle is de volgende: ‘Op een schip in de storm vaart een passagier mee. De storm neemt zo toe dat de kapitein zegt “laten we bidden”. Waarop de passagier zegt: “is het echt zó erg?!”.

Waar veel gehoopt wordt, wordt ook nogal eens gebeden.

Robert Kaplan deelt het volgende met ons met betrekking tot de mondiale ontwikkelingen en waarschuwt ons om niet onnozel te zijn: “Voor we echter verder gaan moet ik een knagend probleem voor de lezer aanpakken, namelijk mijn vermoeden dat de menselijke aard niet zal verbeteren. Hoe ik dat weet? Ik weet het niet, maar ik denk dat het zo is”. …. Hoe we dat (de gang van de geschiedenis WN) weten? Heel eenvouding. Het verleden is de enige gids voor de toekomst”. (Robert Kaplan Pagina 60 en verder).

Natuurlijk is onze tijd niet een-op-een te vergelijken met de Weimarrepubliek, wat niet wil zeggen dat het nu minder zorgelijk is. Er doet zich nu een internationale imitatiebeweging voor in de verhoudingen tussen individuen, groepen en internationale verbanden: die van de verharding van verschillen, de identificatie met de grote leider en de kortzichtigheid met betrekking tot de geschiedenis. En het enge daarbij is dat de middelen op alle vlakken van beheersing en vernietiging in de afgelopen eeuw alleen maar exponentieel zijn gestegen.

Nee, dit is niet zo’n vrolijke blog, maar misschien wel heel realistisch.

“HET BARRE LAND’ van Robert D. Kaplan.

‘De permanente crisis waarin de wereld zich bevindt’.

Uitgeverij Spectrum. € 26,99.