ABSURDITEITEN.

Absurditeit 1. : foute mannen.

In mijn vorige blog heb ik in positieve zin geschreven over drie manen. En natuurlijk zijn er veel leuke mannen, maar…………… .

In de jaren dat ik les gaf aan hulpverleners (tussen 1984 en 1996) had ik af een toe een confrontatie met de groep wanneer het over invloed, of macht ging. Op mijn stelling dat alle macht terug te voeren is op fysieke macht, ook tussen individuen onderling zoals bij koppels, kreeg ik vaak een ontkennend commentaar. Want nee, dachten ze, invloed is voornamelijk psychologisch. Die aardige en soft gesocialiseerde hulpverleners toch. Ik meen dat de afgelopen jaren dit beeld ‘in mijn voordeel’ (voor alle duidelijkheid: dit is ironisch bedoeld) is veranderd. Sinds Harvey Weinstein weten we wel beter. Het geweld van mannen tegen vrouwen is simpelweg gebaseerd op een grotere fysieke kracht bij mannen.

In het nadenken over het onderscheid tussen mensen en andere dieren duikt al snel het begrip ‘beschaving’ op. Beschaving als metafoor van bijschaven komt van het Latijnse woord erudire, bijschaven/beschaven (ex- = uit, rudis = ruw, onbewerkt). Eruditie wordt gezien als  intellectuele kennis, en passend bij beschaafde mensen. In vergelijking met bijvoorbeeld films over de middeleeuwen vinden wij onszelf al snel beschaafd ten opzichte van die zuipende en zomaar copulerende (wat een eufemisme!) ruwe middeleeuwers. Begin deze eeuw dachten we, ik ook, dat we toch langzamerhand stegen op de beschavingsladder. Onze regering bezuinigde voor een groot deel op defensie, want een oorlog zou er niet meer komen. En met de invoering van de euro dacht te toenmalige directeur van de Nederlandse Bank, Nout Willink, dat er geen recessie meer zou komen. Ik hoor het ‘m nog zeggen terwijl ik in de auto naar mijn werk reed. De inval in de Krim door Poetin februari 2014 kon nog niet onze illusie verbreken. We keken weg, en wat je niet ziet is er niet. Wat een deceptie, wat een ontgoocheling. Wat ons zand in de ogen strooit wat betreft onze beschaving is de ontwikkeling van de techniek en digitale mogelijkheden. We sloegen  eerst met een vuurstenen bijl een kokosnoot open, wat betekende dat de techniek in onze handen lag. Nu staat de techniek op een grote afstand van ons, want wie weet nog hoe een IPhone werkt, of z’n Tesla, of AI? We zijn vervreemd van onze eigen uitvindingen, onze technische ontwikkelingen, maar zijn zelf niet mee ontwikkelt. Elkaar doodgooien met een drone is wel een heel rare kloof tussen techniek en menselijkheid.

Om ons niet groter en wijzer te denken helpt het om het laatste boek van Frans de Waal te lezen, en in dit verband met name het hoofdstuk over geweld. In zijn ‘opus magnum’, getiteld “Anders” ‘gender door de ogen van een primatoloog’, naar mijn idee het belangrijkste boek van Frans de Waal, begint hij met de volgende beschrijving: “De droevigste dag van mijn leven begon met een telefoontje waarin ik te horen kreeg dat mijn favoriete chimpanseeman dodelijk was toegetakeld door twee rivalen.” En later in zijn boek bij het hoofdstuk ‘geweld’ beschrijft hij over dit incident: “Maar we waren niet voorbereid op de gruwelijke ontdekking die we tijdens deze wanhopige operatie deden. De testikels van Luit (de chimpanseeman) waren weg!”

Het volgende dat ik nu schrijf kon ik in het begin niet vertellen zonder zelf geëmotioneerd te raken. Enige tijd geleden hoorde ik het vreselijke verhaal dat Russische soldaten bij een aantal (jonge) Oekraïense soldaten het scrotum met een stanleymes hadden afgesneden. Ik was hierdoor zo ontsteld en emotioneel geraakt dat ik een tijd heb nodig gehad om bij wijze van spreken niet naar adem te hoeven happen. Mijn reactie op dit bericht was dan ook primitief, primair en ongenuanceerd. Het was natuurlijk m’n woede die de gedachte bij mij opriep om toch maar voor de doodstraf te zijn in bepaalde gevallen. Dit zou, wat mij betreft, zo’n geval zijn.

Niet alleen bij chimpansees, maar ook bij mensen is geweld sterk gender gebonden. Frans de Waal: “De cijfers tussen voor mensen en chimpansees vertonen in feite opvallend veel overeenkomsten. Van de bijna een half miljoen moorden die in 2012 in de wereld werden gepleegd, waren mannen in 79 procent van de gevallen het slachtoffer. Mannen waren in de meeste gevallen ook de daders, met een moordpercentage dat bijna vier keer zo hoog was als bij de vrouwen. En in deze cijfers zijn oorlogen niet eens meegerekend”. Even verder: “De Amerikaanse president Franklin Roosevelt verwoorde het eens bondig: ”Oorlog is jonge mannen die sterven en oude mannen die praten”. Geen enkele natie zou ooit een- of tweehonderdduizend vrouwen naar een waarschijnlijke slachting door de vijand laten marcheren. Maar jonge mannen werden van weinig waarde geacht”.

Ik ken op dit moment geen vrouwelijke dictator. Dat wil niet zeggen dat er geen gevaarlijke vrouwen zijn; onze eigen minister van asiel en migratie wil de tweede kamer buitenspel zetten, en is hierdoor een gevaarlijke, dictatuur neigende vrouw. Merel van Vroonhoven (MvV) in de Volkskrant van 21 september: “De waarschuwing van historicus en Hitler-expert Thomas Weber in het Nederlands Dagblad spookt door mijn hoofd: “In Weimar waren er , voor 1933, ook noodwetten waarmee het parlement werd uitgeschakeld. En veel Duitsers dachten: dat is maar tijdelijk, dat loopt wel weer met een sisser af. Het normaliseren van een uitzondering kan leiden tot afstomping van waakzaamheid. Zo worden afweerkrachten in een politiek systeem afgebroken”.

Toch komt de meeste agressie van mannen en door mannen. Recent: man drogeert eigen vrouw en laat haar verkrachten door 50 andere mannen. Mannen hebben Peter R. De Vries omgebracht. De genocide in Rwanda in 1994: 500.000 tot 1 miljoen doden, natuurlijk door voornamelijk mannen. En het is veel dichterbij dan we soms denken, want de misstanden in de studentencorps spreken ook boekdelen: allemaal jongemannen.

Laten we onze bezorgdheid niet laten wegvloeien in onverschilligheid. (MvV). Het zijn kleine dingen die we toch kunnen doen. Een abonnement op een kritische krant en omroepvereniging. Acties ondersteunen die staan voor een democratie, vaak ook mogelijk via internet. Want het zijn de mannen die van een democratie een dictatuur maken. Mannen die vrouwen onderdrukken, die anderen hun eigen seksualiteit voorschrijven, dus homo etc. discrimineren, abortus tegen willen gaan, de vrije pers aan banden leggen (Wilders die de NPO wil afschaffen).

Allemaal mannen die onze vrijheid bedreigen.

Chris Killip, fotograaf. (1946-2020)

Fototentoonstelling fotomuseum den Haag tot en met 5 januari 2025.

Chris Killip: “Deze mensen verschijnen nooit in geschiedenisboeken. Omdat gewone mensen dat niet doen. Geschiedenis wordt hen aangedaan”.

“Ik wilde het leven van mensen vastleggen omdat ik ze waardeer. Ik wilde dat ze herinnerd zouden worden”.

“Als je een foto van iemand maakt, wordt diegene vereeuwigd. Hij of zij blijft voor altijd op de foto staan”.

“Voor mij was dat belangrijk: dat je het leven van mensen erkent en dat je het leven van mensen ook in hun context plaatst”.

Sommige mensen dwingen bewondering en respect af. Bijvoorbeeld door hun vakmanschap en hun volhardendheid. Binnen de fotografie zijn er enkele, misschien zelfs velen, die dat in hun foto’s hebben laten zien: zowel hun vakmanschap als hun volhardendheid. Naar aanleiding van een prachtige tentoonstelling van Chris Killip zal ik er hier nog twee andere fotografen noemen.

Van Chris Killip is er een prachtige tentoonstelling in den Haag. Bijna ellemaal in perfecte zwartwit afdrukken, waardoor zijn sociale fotografie nog extra impact heeft.

Een kleine introductie in de fotografie.

In de fotografie zijn er allerlei stromingen te onderscheiden. De eerste overgebleven foto dateert van 1826, gemaakt door Nicéphore Niépce.

Uitzicht vanuit het raam bij Le Gras, 1826 of 1827, vermoedelijk de oudste bewaard gebleven camerafoto.

Sinds 1826 is er in de fotografie ontzettende veel veranderd. Ook in de fotografie, zoals eigenlijk op alle maatschappelijke terreinen, is techniek heel bepalend (geweest) voor die ontwikkeling. Los van de techniek zijn er binnen de fotografie allerlei stromingen gekomen, of zoals je wilt allerlei specialisaties. De afgelopen decennia bijvoorbeeld heeft er een ‘verkunsting’ van de fotografie plaatsgevonden. Niet meer het documentaire karakter staat dan centraal, maar vooral het idee van de fotograaf als kunstenaar, die op zijn eigen manier de werkelijkheid vormt en weergeeft. Erwin Olaf is daar een bekend voorbeeld van. Zijn foto’s zijn studioproducten en buitengewoon zorgvuldig en tot in detail door hem ingevuld. Niet realistisch maar bijna surrealistisch. Door deze vorm worden we aangesproken op onze verbeelding en ons onbewuste; we worden getriggerd. Waardoor, hoe tegenstrijdig ook, de werkelijkheid juist scherper benadrukt wordt.

In het begin van de fotografie was men vooral bezig met het zo goed mogelijk weergeven van de realiteit. We kunnen ons dat niet meer voorstellen met de huidige overload aan beelden, maar naast de spiegel waarin we onszelf konden zien, was er geen andere mogelijkheid om naar onszelf te kijken. De mogelijkheid van bijvoorbeeld het maken van ‘selfies’ heeft dit rigoureus veranderd. Niet de Eifeltoren is belangrijk, maar ik, voor de Eifeltoren.

Documentaire fotografie als de weerslag van sociale geschiedenis.

Een stroming binnen de fotografie die nog steeds gericht is op een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid is de documentaire fotografie. Deze vorm van fotografie heeft heel vaak een geëngageerd, sociaal bewogen karakter. Het is voor mij een van de meest essentiële stromingen binnen de fotografie. Er wordt daarin vaak de vinger gelegd op de kwetsbaarheid van het onbekende individu. Daarom sprak mij de uitspraak van Chris Killip zo aan waarin hij zegt: “De geschiedenis wordt hen aangedaan”.

Overal waar gewapende conflicten zijn, zie Oekraïne en Gaza en natuurlijk de tweede wereldoorlog, is de enkele mens het slachtoffer van, ja, het is niet anders, mannelijke agressie en geweld. Chris Killip is een van die geëngageerden die zich dit lot aantrekken. Het liberalistische optimisme dat we de vrijheid hebben om ons eigen leven te bepalen, heeft zich blijkbaar nooit verdiept in het woord ‘lot’, als toevalsfactor. De fototentoonstelling laat het verloop van de omstandigheden zien van mensen die in het noorden van Engeland in een tijdsbestek van een paar jaar door dit noodlot getroffen worden. En in armoede vervallen door het verdwijnen van scheepsindustrie en kolenmijnen. We weten dat het de allersterksten zijn die op eigen kracht zich kunnen ontworstelen aan zulke miserabele condities. De meeste mensen kunnen dat niet, en dat is niet verwijtbaar. Chris Killip kocht een caravan om een tijdlang tussen deze laatste categorie mensen te kunnen leven en op die manier contact te kunnen maken met hun leefgemeenschap. Om deze mensen juist recht te doen door hun  geschiedenis vast te leggen in deze prachtige foto’s.

Alle foto’s zijn in zwart-wit afgedrukt. Killip heeft dit bewust gedaan om door deze vereenvoudiging van de werkelijkheid, het weglaten van kleuren, de essentie van de situatie te benadrukken. Het zijn prachtige foto’s met, voor de kenner, een prachtig verloop van grijstinten en mooie perspectieven. Hij fotografeerde dan ook met een grote platencamera, die hij dus steeds met zich mee moest zeulen.

Twee fotografen die zich ook op deze manier hebben gewijd aan het onttrekken van groepen aan de vergetelheid zijn Jimmy Nelson en Edward S. Curtis.

Jimmy Nelson is een moderne, van oorsprong Britse fotograaf bekend geworden door zijn fotoboek (2010) ‘Before They Pass Away’,  waarvoor hij drie jaar de wereld over reisde en 35 inheemse stammen fotografeerde. Hij maakte de foto’s met een 50 jaar oude platencamera. In 2018 verscheen zijn tweede grote boek “Homage to Humanity”, een fotografisch verslag van 30 inheemse culturen. En in 2022 het prachtige boek “Between the Sea and the Sky”, over verdwijnende subculturen in Nederland.

Jimmy Nelson zegt dat hij gemotiveerd is door Edward Curtis (1868 – 1952), die in 20 jaar duizenden foto’s maakte van Indianen. Hij nam meer dan 40.000 fotografische afbeeldingen van leden van meer dan 80 stammen. Hij legde stamkennis en geschiedenis vast, beschreef traditioneel voedsel, huisvesting, kleding, recreatie, ceremonies en begrafenisgebruiken. Hij schreef biografische schetsen van stamhoofden. Kortom, wat Edward Curtis heeft gedaan is fenomenaal.

Zowel Jimmy Nelson als Edward Curtis hebben van antropologen de kritiek gekregen dat zij de weergave van de stammen etc. hebben gemanipuleerd. Jimmy Nelson, “ja, natuurlijk staat geen enkele groep van een stam ’s morgens zo maar om zeven uur een tijd op een heuveltje in hun mooiste kleding naar de zonsopkomst te kijken”. En ja, ook de foto’s van Edward Curtis zijn geënsceneerd; maar zij hebben een fantastische rijkdom nagelaten.

Chris Killip:

      9780500025581  |  Gebonden  |  Engels   € 63,95.

Jimmy Nelson:

Engels Hardcover 9789083083209  € 125,00

Nederlands Hardcover 9789083083223  € 125,00

Duits Paperback 9783822813539      € 13,50

En nog vele andere.

Bewustzijn.

Wat is dat eigenlijk?

Al weer aardig wat jaren geleden hadden wij twee katten. Ogenschijnlijk waren ze niet zo close samen, behalve ’s nachts wanneer ze in dezelfde poezenmand gingen slapen. Dat ging maar net; wij zouden het een twijfelaar noemen. Toen, aan het eind van de grote vakantie overleed een van beide. De ander, Tommie, een fel, slank, maar aanhankelijk poesje bleef achter. Al vrij snel zagen we dat hij slomer werd, lusteloos, maar het opmerkelijkste was, hij werd dikker. De dierenarts kon niets vinden en zo gingen maanden voorbij. Toen in het nieuwe jaar, eind januari, begin februari, werd Tommie weer slanker en vitaler. Natuurlijk, we konden het ‘m niet vragen, maar voor ons was het duidelijk. Tommie had gerouwd en kwam er langzamerhand overheen dat zijn kameraadje dood was.

De interessante vraag is natuurlijk of Tommie gevoelens van gemis had en vooral of hij zich dat bewust was. Ik kan natuurlijk van antropomorfisme verdacht worden: het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren (of planten of zelfs dingen). Maar er is veel onderzoek gedaan naar het gedrag tussen dieren in dit soort situaties, bijvoorbeeld door Frans de Waal.

Frans de Waal beschrijft in “Mama’s laatste omhelzing” (uitgeverij Atlas Contact, 2019) het overlijden van de 59-jarifge chimpansee Mama. Mama had een ‘adoptiedochter’ Geisha, die duidelijk om haar stiefmoeder rouwde. “Anders dan de anderen nam Geisha geen moment de tijd om iets te eten of met anderen om te gaan, en bleef ze onafgebroken bij het lijk. Ze gedroeg zich zoals mensen bij een wake…………. Na de dood van Mama bracht Geisha de meeste tijd bij het lichaam door, meer nog dan Mama’s biologische dochter en kleindochter”. (p. 49, e.v.). Er zijn veel van zulke veerhalen over het verlies van een dierbare, ook waar het gaat om katten, en natuurlijk ook andere huisdieren en hun baasjes. p.53.)…… Het kan bij dieren net zo diep in de ziel snijden als bij ons op basis van gemeenschappelijke neurale processen, zoals het oxytocinesysteem, en misschien een vergelijkbaar bewustzijn van het leven en zijn kwetsbaarheid”. P. 57

Schrijven over bewustzijn in het kader van een blog is een gewaagde poging. Want door de eeuwen heen is gezocht naar het verband tussen de ‘onstoffelijke’ geest (in religies vaak de ziel genoemd) en het lichaam. De moderne psychologie hanteert de definitie “Het proces in de hersenen dat onze gedachten en onze mentale weergave van de wereld creëert”. Bewustzijn is dus niet iets statisch, maar een voortdurend veranderend proces tussen onze hersenen, onszelf en de buitenwereld.

Bewust is besef hebben, ‘weten dat je weet (en misschien wel ‘weten dat je weet wat je weet’)’, en dat laatste verondersteld dat je min of meer aan zelfreflectie doet. Heel actueel speelde dat een rol bij Joe Biden na zijn publiekelijk gesprek met Donald Trump. Het koste de nodige moeite voor Biden (heel menselijk!) om duidelijk te gaan weten wat hij natuurlijk al wel een beetje wist: mijn leeftijd heeft me ingehaald, hier ben ik te oud voor.

Wanneer iemand buiten bewustzijn is, dan is zijn toestand duidelijk. Hij/zij neemt niets meer waar, bouwt geen herinneringen op en interacteert niet. Zowel het contact met de buitenwereld als met zichzelf is weg. Iemand is er nog wel en tegelijkertijd ook niet. Daarom is een narcose zo’n uitkomst.

Veel ingewikkelder is het wanneer iemand bij bewustzijn is. Het lijkt simpel, want bij bewustzijn reageert iemand, spreekt en doet zijn gewone ding. Maar we weten ook dat wij zelf ‘niet altijd even helder zijn’. En bij anderen maken we ook onderscheid wat de staat van bewustzijn betreft. De een vinden we scherp, een ander onnozel, niet realistisch.

Bewustzijn lijkt te maken te hebben met waarneming van de wereld om ons heen en van onszelf. Soms wordt bewustzijn voornamelijk opgevat als een vorm van zelfbewustzijn, waarbij dan veel waarde wordt gegeven aan de eigen beleving. Het gebruik van ‘geestverruimende’ middelen wordt dan bijvoorbeeld gebruikt om het eigen innerlijk beter te leren kennen of te ervaren. Het is natuurlijk maar zeer de vraag of je je innerlijk, je binnenwereld beter leert kennen door gebruik te maken van bepaalde middelen. Door doping leer je ook niet je lichaam beter kennen. Geestverruimend wordt dus soms gezien als een grotere mate van bewustzijn. Dat is een misvatting; het blijkt veel vaker een verdoving van de realiteit te zijn. De ervaring leert dat drugs, welke dan ook, eerder het zicht op de werkelijkheid versluiert van verheldert. Sowieso is het ingewikkelde dat onze beleving een twijfelachtige weergave geeft, zowel van onszelf (zelfbewustzijn) als van de realiteit.

Kort samengevat (in het kader van deze blog) is bewust-zijn, besef hebben van je bestaan. Het bestaan van jezelf, inclusief je gedrag. Weet hebben van je situatie, je omgeving, je verleden en heden, en door hebben wat de consequenties zijn van je doen en laten met betrekking tot de toekomst. Eigenlijk is dat een hele hoop tegelijkertijd:

  • Zelfbewustzijn: het vermogen tot zelfreflectie of introspectie
  • Besef hebben van de context waarin je leeft; zowel in engere als bredere zin
  • Besef hebben van tijd en tijdelijkheid: het hier-en-nu, en het daar-en-straks
  • Het vermogen tot betekenisbesef, en het besef dat alle gedrag betekenisgeving is
  • Als vervolg op het vorige: ethisch besef: dat alles wat ik (niet) doe bepalend is voor de ander, anderen. In de breedste zin van het woord.

Kortom, alles draait om weet hebben van de werkelijkheid, in al zijn aspecten.

Er zijn veel voorbeelden te noemen waarin de alertheid met betrekking tot de realiteit tot uiting komt. Bewust leven is, zoals ik al eerder heb aangegeven, een soort continue zen oefening. Ik krijg soms de vraag of bewust leven niet extra vermoeiend is. Dat is niet mijn ervaring; eigenlijk het tegendeel. Het levert meer leuke gesprekken en contacten op. Het bespaart je impulsaankopen, het vergroot je kritisch vermogen, , je gaat gezonder leven, en je schermtijd van je telefoon wordt veel minder.

Wat dat laatste betreft heb ik een leuke tip, het boekje “Waarom ik geen mobiele telefoon heb”, van Willem Schinkel. Editie Leesmagazijn; € 26,94. Willem Schinkel is hoogleraar sociologie en filosofie, en het lezen van dit boekje is een confrontatie met ons eigen onbewuste leven wat ons mobielgebruik betreft. We hebben al heel veel bewust leven ingeleverd.

Onderlinge afhankelijkheid, (interdependentie) en complexiteit (CAS),

Het is echt heel leuk en interessant om je te verdiepen in de geschiedenis van de mens van de afgelopen 12.000 jaar. Natuurlijk omdat het over jezelf, onszelf gaat. En vooral ook om onze complexe tijd te vergelijken met de eenvoud van die tijd. Een eenvoud die niet simpel was en z’n eigen manier van overleven vroeg. Een eenvoud ook die daarin wel ingewikkeld was om in leven te blijven; in leven blijven was waarschijnlijk moeilijker dan nu. Maar het was geen complexe tijd.

Want complexiteit (volgens de huidige complexiteitstheorie) is de niet te overziene veelheid van samenhangende, onderling afhankelijke (en vaak onzichtbare) factoren, waarvan we de einduitwerking niet (helemaal, of helemaal niet) onder controle hebben. 

In het televisieprogramma Wintergasten van 3 januari 2024 was George Monbiot te gast. Een interview om van te smullen door het sympathieke enthousiasme van deze man, de mooie manier van vragen van Janine Abbring en haar jaloersmakende Engels.

Zoöloog en klimaatactivist George Monbiot (Londen, 1963) laat een fragment zien uit de Britse cultserie Survivors, een serie uit de jaren 70. In die serie zijn mensen plotseling aangewezen op hun eigen kennis en vaardigheden nadat het grootste deel van de wereldbevolking is gestorven door een pandemie (de jaren ’70!) veroorzaakt door een virusuitbraak in een lab in China.

Daarin is een gesprek te zien van een moeder met een docent van de opleiding van haar zoon. Ze oppert dat er nog veel voorraden zijn en dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Maar de docent maakt haar duidelijk dat dat maar van korte duur zal zijn. En dan……..?! Dan zullen ze zichzelf van alles moeten voorzien en hij somt op wat we allemaal vanzelfsprekend  hebben, maar niet zelf kunnen maken. Bijna iedereen heeft wel een hamer en een nijptang in huis. Kunnen we niet zelf maken. Is er iets aan de centrale verwarming kapot; kunnen we niet zelf maken. Moderne auto’s zijn door de elektronica zo ingewikkeld geworden, dat zelf repareren er niet bij is. Laat staan die blindedarmoperatie uitvoeren, waarvan ik begrepen heb dat het een fluitje van een cent is voor een chirurg.

Onze onderlinge afhankelijkheid, de interdependentie, wordt door de voorbeelden ineens heel concreet en feitelijk. Recent hebben we dat zelf meegemaakt met de coronapandemie. En, we zijn het bijna allemaal weer vergeten. Op een enkel terrein krijgen we de onderlinge afhankelijkheid nog met een bepaalde regelmaat ‘voorgeschoteld’, zoals met de relatie vleeseten – milieuproblematiek. Maar een groot deel van diezelfde milieuactivisten gebruiken regelmatig verboden drugs als XTC en cocaïne, en vergeten daarmee dat ze deelnemen aan een criminele organisatie. Dan blijkt de interdependentie ineens geen punt te zijn.

Ik schrijf dit op 17 juli 2024. De Europese verkiezingen zijn een maand geleden geweest met een verschuiving in de politieke verhoudingen. Een paar dagen geleden is Donald Trump bijna doodgeschoten en heeft daarmee nu bij voorbaat de verkiezingen gewonnen (is de verwachting). Onze afhankelijkheid als Europeanen van Amerika wordt heel duidelijk wanneer we bedenken dat Trump zich wil distantiëren van Europa. Zeker in het licht van de oorlog in Oekraïne heeft dat grote consequenties.

Om de consequenties van onderlinge afhankelijkheid te doorzien én er (voor een deel) controle over te krijgen veronderstelt een paar voorwaarden. Dat zijn onder andere inzicht door kennis en bewustzijn van de gevolgen van ons eigen gedrag.

Inzicht door kennis.

Ik weet niet of je je weleens hebt afgevraagd hoe het kan dat iedereen er weer anders uitziet dan een ander. Een gezicht heeft toch maar een paar onderdelen. Het werd mij duidelijk gemaakt in een aardig, klein boekje van John H. Holland, “Complexiteit”. Ieder gezicht heeft een aantal ‘onderdelen’, kenmerken. Deze kenmerken verschillen onderling, want je hebt bijvoorbeeld allerlei verschillende oren, neuzen, etc. John Holland: “Dat betekent dat er voor een gezicht met 10 kenmerken en 10 verschillen van die kenmerken, er 100 ‘bouwstenen’ zijn. Door voor elk kenmerk een keuze uit de bijbehorende bouwstenen te maken, zijn er zo 10 10  (tien tot de tiende macht) combinaties te genereren. In het geval van gezichten levert dat tien miljard verschillende herkenbare gezichte – genoeg om voor elk levend mens een individuele beschrijving te geven”.

(figuur uit John H. Holland, pagina 63; Amsterdam University Press, 2017)

Bij een gezicht zijn dat vaststaande kenmerken (afgezien van botoxgedoe), maar het wordt veel complexer wanneer kenmerken/onderdelen elkaar beïnvloeden, zoals bijvoorbeeld bij kwesties op het gebied van psychosomatiek, vluchtelingenproblematiek, milieufactoren die op elkaar reageren, en natuurlijk de interactie tussen twee (of meer) mensen. Wanneer je bedenkt dat één persoon al bestaat uit een veelheid van eigenschappen zoals subjectieve waarneming en interpretatie, karakter, intelligentie, of het vermogen om anderen al of niet aan te voelen (empathie), dan is het niet verwonderlijk dat we vaak vastlopen in de omgang met elkaar.

(Voor wie hierin geïnteresseerd is: in een situatie (zoals een persoonlijke relatie) waarin de veelheid van invloeden elkaar beïnvloeden, en tegelijkertijd zich aan elkaar aanpassen: google naar een Complex Adaptief Systeem (CAS). Vooral voor gezins- en relatietherapeuten een must vind ik).

Bewustzijn.

Een grote fout die gemaakt wordt wanneer complexiteit een onderdeel van het probleem is, is tot simplificatie over te gaan. Dit zie je gebeuren wanneer er een schuldige gezocht wordt (blaming), wanneer het eigen aandeel ontkent wordt, of wanneer men de machteloosheid die opgeroepen wordt door complexiteit niet kan verdragen. Zowel in de politiek als bij ouders ten opzichte van hun kinderen zijn ter twee reacties te onderscheiden: of een versterking en verharding van de controlemaatregelen, of een laissez faire houding met gedogen als resultaat. Voorbeelden in de politiek zijn verrechtsing, verabsolutering en uitschakeling van anders denkenden. In de opvoeding gaan ouders het opgeven, vermijden het gesprek en/of de confrontatie met hun kinderen.

De mogelijkheid voor een oplossing begint bij het onderkennen en bewust worden van de complexiteit. Met daarbij de vervelende conclusie dat eenvoudige oplossingen (misschien) niet bestaan. Een toeslagenaffaire is een voorbeeld van een systeemcomplexiteit die door de politici, leidinggevenden en medewerkers niet is onderkent.

In persoonlijke relaties waarin men zegt: “we zijn elkaar in de loop van de tijd kwijtgeraakt” speelt hetzelfde. Continue bewustzijn van de effecten en consequenties van ons eigen denken, voelen en gedrag is een van de meest complexe zaken die er zijn.

Bewustzijn, dat vraagt om nader onderzoek.

Van nabootsing naar autonomie naar existentieel dolende. (de digital nomads).

Het is vandaag, dat ik dit schrijf, 1 juli. Er is een debat geweest tussen Biden en Trump in Atlanta in de staat Georgia in Amerika. Chimpansees doen dit in een gevecht om aan de top te staan en zodoende met de meeste vrouwtjes te kunnen paren. In de menselijke, westerse wereld hebben we dit omgezet in een verbaal gevecht. CNN had bij voorbaat al aangegeven dat de microfoons zijn uit te schakelen, zodat Biden en Trump (en dan natuurlijk vooral Donald Trump), elkaar laten uit praten. En och arme, ‘de oudste aap lijkt het afgelegd te hebben’.

Wat is er in vredesnaam (nou ja, vredesnaam…) aan de hand met het type kiezers die nu kiezen én de leiders die gekozen worden?!

Wanneer je het weet en je bent het je bewust dan zie je het ineens overal: we doen elkaar constant na. In alles en overal. Iedereen heeft zijn eigen ‘soortgenoten’ waarmee hij zich identificeert en die hij/zij nadoet. Ieder heeft zijn eigen sociale netwerk, ‘bubbel’ waarin we leven, afspraken maken en informatie verzamelen die onze (voor-)oordelen bevestigen. En deze imitatie lijkt zich onder invloed van social media ook wereldwijd te voltrekken.

Eerst accepteerde we onze positie, als door God gegeven…,

Ieder mens worstelt, meer of minder, met zichzelf en zijn plek in zijn bestaan. In onze tijd, en zeker in de westerse wereld is daarbij de individuele eis van erkenning een vanzelfsprekende. Dat is lang niet altijd zo geweest. Dat realiseren wij ons als Nederlanders met een collectief autoriteitsprobleem vaak niet zo, maar in het feodale tijdperk bijvoorbeeld was dat anders. De leenheren, de grootgrondbezitters hadden onderhorigen die land pachtten. En weer daaronder, de arbeiders die bij de pachters in dienst waren. Het feodalisme (het leenstelsel) was het maatschappelijke systeem dat gedurende de hele middeleeuwen (van ongeveer het jaar 500 tot 1500) bestond. En waarin ieder zijn plaats kende en accepteerde, want er werd meer in  (nood-)lot gedacht dan in een maakbare wereld.

….maar toen werden we in de geglobaliseerde wereld op onszelf teruggeworpen…, en wisten we niet meer goed wie we waren.

In de periode van  1500 tot 1800 vonden er grote veranderingen plaats. Het was een tijd van grote ontdekkingen en van de industriële revolutie. En een tijd van politieke revoluties zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Franse Revolutie. De weer latere technologische ontwikkelingen en de daardoor mogelijk gemaakte globalisering, veranderde de persoonlijke feodale verhoudingen in anonieme relaties. Individuen kregen informatie die voorheen het privilege was van de hogere standen. De digitalisering vervolgens maakte persoonlijk contact mogelijk zonder lijfelijk persoonlijk te zijn. Met als uitwas de virtuele mevrouw of meneer aan de lijn die ons het ultieme gevoel van eenzaamheid geeft. Al deze ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat sociale verbanden in veel gevallen verloren zijn gegaan. In steden van een miljoen of meer inwoners is het voor veel mensen niet gemakkelijk om een sociale kring, een ‘sociaal netwerk’, (op zich al zo’n kille term) op te bouwen.

Globalisering is een abstracte term waar je, als je er niet verder over nadenkt, niet veel bij kunt voorstellen. Concreter wordt het wanneer we stilstaan bij het ontstaan van internationale bedrijven. De werknemer werkt hier, het hoofdkantoor met de beleidsbepalende CEO zit in China of Amerika. En voor zo’n CEO is het heel gemakkelijk om met vestigingen te schuiven, te verplaatsen of op te heffen. Recent ontsloeg Philips 400 banen in Drachten in Friesland, om het werk te verplaatsen naar Indonesië. Volvo was van origine een Zweeds automerk, maar is sinds 2010 in Chinese handen. Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen dit weten

In 1998 schreef Richard Sennett het boek “the Corrosion of Character”. In een cultuur van vluchtigheid en waar het gezamenlijke (verhaal) afwezig is, valt het ‘ik’ uit elkaar, zo schrijft Sennett. Onze persoonlijkheid, ons karakter corrodeert. Het toppunt van losgeslagen te zijn van een context, zijn bijvoorbeeld de ‘digital nomads’, dertigers die steeds op wisselende plekken op de wereld hun digitale arbeid verrichten. Wil je de fragmentering van onze tijd en de gevolgen voor jezelf goed begrijpen: lees Richard Sennett. (In het Nederlands alleen nog tweedehands te krijgen, in het Engels nog nieuw.)

Het idee van individuele erkenning en waardigheid is dus niet meer voorbehouden aan een speciale klasse, maar is iets waarop iedereen vindt dat hij/zij recht heeft. Francis Fukuyama in “Identiteit, waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek” (uitgeverij Atlascontact, 2019): “De verbreding en veralgemening van waardigheid maakte van de persoonlijke zoektocht naar het zelf een politiek project (p.58)……….. Met een liberaal-democratisch regime gebaseerd op individuele rechten wordt het idee van gelijkwaardigheid voor de wet vastgelegd door burgers te erkennen als morele actoren die deel kunnen hebben aan hun zelfbestuur (p.61). Met andere woorden, we worden geacht onze eigen persoonlijkheid te ontwerpen en onszelf hierin te redden.

Een zoektocht naar wie we zijn.

Nu kunnen we zelf onze identiteit en waardigheid bepalen…… denken we. Maar ideeën, opvattingen en gevoelens over onszelf komen niet aanwaaien. Die ontlenen we aan de omgang met anderen. We zijn als mens een zeer sociale diersoort en onze identiteit verwerven we in de omgang met anderen: eerst onze ouders, later onze ‘peergroup’ en weer later collega’s of andere identificatiegroepen.

In dit ‘ontwerp’ van onszelf zit een paradox. Aan de ene kant willen we graag ergens bij horen. Aan de andere kant vooral uniek zijn. De mode is hier een duidelijk voorbeeld van. We kopen kleding die ‘in’ is en denken vervolgens origineel te zijn. We denken dan een jurk te kopen, maar we willen in feite dat wat de ander heeft. Sterker nog, we willen als de imaginaire ander zijn door te bezitten wat die ander heeft. We zitten gevangen in de nabootsing van de ander.

Niemand is iemand zonder de ander. Zeker niet in een levensfase waarin je (onbewust) bezig bent je persoonlijkheid te vormen. In een land waar de essentie draait om materieel bezit en de leiders van de afgelopen jaren de cultuur van het sociale sterk verwaarloosd hebben, zijn we als individu ‘stuurloos varend op de levenszee’. De techbedrijven zijn daar op in gesprongen door google, facebook, Instagram, TikTok en X (Twitter) het individu een schijnidentificatie aan te bieden. En bedenk, bij bovengenoemde bedrijven werken veel meer psychologen dan in de hele GGZ van Nederland.

De meeste kinderen bootsen hun ouders na die zelf uren per dag op social media zitten. En doen natuurlijk hun leeftijdgenoten na, want ‘er bij horen’ is in de puberteit en adolescentie van levensbelang.

Niet de Paus is dus cultuurbepalend. Dat zijn onze nieuwe leiders: Elon Musk (X), Mark Zuckerberg (Facebook), en Zhang Yiming (TikTok).

Trouwens, de vraag dringt zich op of ik zelf wel autonoom ben. Want stem ik niet op Wilders omdat ik het met zijn standpunten niet eens ben, of omdat mijn omgeving me zal laten vallen? En, zijn diegenen die mij zouden laten vallen wel autonoom, of zijn zij ook bang voor uitsluiting? Boeiend is de theorie van het ‘sociale kantelpunt’. Wanneer er binnen een sociale kring een bepaald percentage mensen is die het aandurven een afwijkende mening te hebben, kan er een kantelpunt (tipping point) optreden, waarna ineens veel meer mensen die afwijkende mening durven te hebben. Dat percentage hoeft niet eens zo groot te zijn, want bij Extinction Rebellion gaan ze er vanuit dat er bij 3,5 procent aanhangers een sociaal kantelpunt kan optreden ten aanzien van klimaatopvattingen. En langzamerhand lijkt deze theorie ook van toepassing op een rechts-radicaal standpunt.

Toch eens verder nadenken over mijn eigen autonomie.

Wat is een persoonlijke relatie? (2)

Hier-en-nu, of daar en straks. Je relatie van alledag wordt langzaam een geschiedenis.

Omdat ik dit zo’n belangrijk onderwerp vind, herhaal ik enigszins een eerdere blog. Maar wel iets meer en anders uitgewerkt. Een persoonlijke relatie is juist door z’n vanzelfsprekendheid zo’n moeilijk te vatten ‘ding’, dat er vaker over nadenken geen kwaad kan. Voordat je het doorhebt is ‘het’ tussen je vingers door geglipt. Vandaar dit verdere onderzoek, want iedere relatie maken we zelf: ‘iedere relatie is een creatie’.

Op mijn zestiende, zeventiende jaar heb ik enige tijd in een elektrotechnische fabriek gewerkt. (Ik heb in ‘mijn vorige leven’ een elektrotechniek opleiding gedaan, zodoende.)

Ik moest daar de bedrading in schakelkasten monteren. Het was een grote fabriekshal, en om het ons als werknemers/arbeiders naar de zin te maken klonk er muziek. Werden er nummers gedraaid die toen ‘in’ waren. De fabriekshal was groot, klonk hol, we zaten een eind uit elkaar en hadden geen contact met elkaar.

Twee nummers werden toen veel gedraaid, “Oh carol, I am but a fool, Darling I love you, Though you treat me cruel”, van Neil Sedaka.

Het tweede nummer was “Willem wordt wakker, Willem”, van de Butterflies.

Een enkele keer hoor ik een van die nummers en direct ben ik weer terug in de tijd in de fabriek. Wonderbaarlijk hoe ons geheugen werkt. De klank, het gevoel van die tijd en de geur van de fabriek komen direct terug en vormen een stuk van mijn geschiedenis. Ik blijk bepaalde episoden, periodes te kunnen her-inneren: opnieuw innerlijk bewust te worden. Wanneer ik daar over nadenk vind ik dat een buitengewoon wonder.

De werking van ons geheugen.

Het onthouden van gebeurtenissen, dus van wat er gebeurd is, wordt het declaratief of episodische geheugen genoemd, en gaat over expliciete zaken.  Wanneer je in een restaurant eet weet je daarna meestal nog wel waaruit het menu bestond, wat je er voor betaald hebt en hoe laat je weg ging.

De betere restaurants denken niet alleen na over het eten, maar proberen er ook een beleving van te maken. Hoe de inrichting is, en vooral hoe je bedient wordt maakt of we het uit eten geslaagd vinden. Alles wat plaatsvindt verloopt op een bepaalde manier, namelijk hoe het gebeurt; en dat wordt door ons heel vaak niet bewust, maar impliciet ervaren. En is later ook lastiger te beschrijven. Dit wordt het niet-declaratieve geheugen genoemd, of soms ook het impliciete geheugen.

Daardoor is wat er gezegd is ook gemakkelijker te herinneren en te beschrijven dan hoe het gezegd is.

Betrekkingsblindheid. Verschil tussen mannen en vrouwen?

Mannen hebben vaak een meer  bewust wat-geheugen, en vrouwen een meer bewust hoe-geheugen. Dit is natuurlijk gegeneraliseerd, maar goed, even voor de duidelijkheid.

De volgende anekdote is hier een voorbeeld van: ‘Twee vrouwen bespreken een probleem; een man zit er zijdelings bij. Na een uur zijn de beide vrouwen van plan op te stappen, maar de man zegt: “Jullie hebben een uur lang een probleem besproken, maar niets opgelost!?”. Waarbij de vrouwen zeggen: “Maar we hebben wel heel fijn met elkaar gesproken!”.

Ik benadruk hierboven het woord bewust, want uit onderzoek is gebleken, dat juist het onbewuste,  het impliciete ‘hoe’ vaak van veel meer invloed is op onze herinnering dan het expliciete ‘wat’.

Bijvoorbeeld, wanneer je een afspraak hebt gemaakt en je komt te laat zonder dat te laten weten, dan zal dat de wachtende frustreren. Bel je op en zeg je hoe veel te laat je bent, dan wordt er meestal accepterend gereageerd. Het harde feit dat je te laat komt, wordt verzacht door de manier waardoor het komt, het hoe. Tenzij je structureel dit grapje uithaalt, want dan wordt het niet meer geaccepteerd op basis van het ‘episodisch geheugen’ van de ander.

Besef van verleden, heden en toekomst.

De meesten van ons hebben ‘min of meer’ een besef van historiciteit: het besef van het verband tussen de tijd die we met elkaar hebben doorgebracht, de gebeurtenissen die we meegemaakt hebben en de betekenis die we aan de gebeurtenissen geven. Relatieproblemen hebben vaak te maken met het verschil van betekenisgeving aan datgene, wat partners hebben gedaan of samen hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld de ene partner zegt “Hoe heb je dit nu kunnen doen?!”. De ander “Ik heb me niet gerealiseerd dat je er zo’n punt van zou maken.

Het zal me trouwens niet verbazen wanneer de meesten van jullie de eerste uitspraak toedichten aan een vrouw en de tweede aan een man.

Ongevoeligheid voor het ‘hoe’, voor de impliciete betekenis van wat er tussen mensen gebeurt, wordt ook wel betrekkingsblindheid genoemd: ongevoeligheid voor het relationele, voor de betekenis van wat er gebeurt. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan onderdeel zijn van het autismespectrum waar iemand (min of meer) last van heeft. Het kan een gebrek aan empathie zijn, egocentrisme, of nog indringender, een gemis aan een ontwikkelde gewetensfunctie. Of de ontwikkeling van de gewetensfunctie een kwestie is van aanleg of opvoeding is nog steeds niet echt heel duidelijk. Wel is het confronterend te beseffen dat bovengenoemde minder leuke eigenschappen meer voorkomen bij mannen dan bij vrouwen. Er plegen veel meer mannen misdrijven dan vrouwen. In 2023 bestond het aantal reclassenten van de reclassering voor 90% uit mannen en 10% uit vrouwen!

Wat we in het dagelijks leven vaak doen is een dergelijk gemis, zoals betrekkingsblindheid, eerder toeschrijven aan onwil dan aan onvermogen. Want bij onwil veronderstellen we nog de mogelijkheid van verandering. En dat is natuurlijk ook goed om daar in eerste instantie van uit te gaan. Maar…, bij nogal wat mensen, waartoe wij zelf af en toe ook horen, is het onvermogen. Dat is naar voor de persoon zelf, en frustrerend voor de partner. Want de hoop op verandering wordt de bodem ingeslagen. En dan sta je soms bij essentiële kwesties, wanneer dat in je relatie speelt, voor het dilemma: óf accepteren, óf een eind aan de relatie maken.

Wat in alle gevallen en situaties wél perspectief biedt, is de feedback van de ander serieus nemen. Ook, of misschien wel juist, wanneer je een en ander niet direct herkent.

Maak gebruik van je macht! Ga stemmen voor de Europese verkiezingen.

“Ach, wat maakt die ene stem van mij nou uit”.

Dit is een niet-kloppende gedachte en dat zal ik uitleggen.

Maar eerst even een opmerking vooraf. Want ik heb erg zitten dubben of ik dit wel zou schrijven. Mijn blogs wil ik vooral informatief en vrijblijvend laten zijn. En dat geldt nog steeds, ook bij deze blog, ook wanneer je aan het eind van dit schrijven bent. Dus voel je vrij wanneer je bij het eind van deze blog bent, om mijn appél naast je neer te leggen.

Bij iedere volwassene is de uitnodiging voor de Europese verkiezingen ‘op de mat gevallen’. Het voelt misschien als een ver van mijn bed show. Maar dat komt omdat we de mensen daar niet kennen, waardoor het zo onpersoonlijk voelt. Maar echt, iedere stem is belangrijk. Het voelt misschien onlogisch, maar hoe meer mensen gaan stemmen, des te groter is jouw invloed.

Stel dat ik met mijn standpunt in m’n eentje op de Dam in Amsterdam ga staan roepen. Dat zal weinig invloed hebben. Wanneer jullie, lezers, allemaal met mij meedoen, dan vergroot dat mijn invloed ‘omgekeerd evenredig’ aan mijn (getalsmatig) aandeel.

Op 21 november 1981 namen 400.000 mensen deel aan de demonstratie tegen de kruisraketten. Ik was daarbij en dacht op een moment: “Raar eigenlijk, mijn aandeel in deze massa is héél klein, maar juist daardoor mijn invloed héél groot! Dit fenomeen heet in de wiskunde ‘omgekeerde evenredigheid”. En dat kan nogal eens een raar tegenstrijdig gevoel oproepen, waardoor je gaat denken “ach, wat maakt die ene stem van mij nou uit”.

Het fenomeen van de omgekeerde evenredigheid doet zich vaak voor en dan vinden we dat wel heel normaal. De snelheid van een trein bijvoorbeeld, varieert omgekeerd evenredig met de tijd die nodig is om een bepaalde afstand af te leggen. Hoe hoger de snelheid van de trein, hoe minder tijd het kost om de afstand af te leggen. Dat vinden we allemaal heel logisch, omdat onze beleving van onszelf in de context van de trein niet verandert. Hoe anders is dat in een menigte.

Mijn motivatie om je te overtuigen om je invloed te gebruiken bij de Europese verkiezingen komt voort uit de grote zorgen die ik me maak over de politieke ontwikkelingen binnen Europa. En het gaat niet over ‘de politiek’, maar of we met elkaar in Europa een menselijke ethiek in stand houden. Een omgaan met elkaar waarbij we van mening kunnen verschillen zonder elkaar de hersens in te slaan. In Duitsland, het land met de grootste (economische) invloed binnen Europa, zijn er nu rechts-extremistische bewegingen die vergelijkbaar zijn met de opkomst van het nationaalsocialisme in de jaren dertig van de vorige eeuw. Redelijke politici worden weer met geweld bejegent. En denk niet “het zal zo’n vaart niet lopen”. Dat zijn gedachten van de redelijke, maar zwijgende (vaak niet stemmende) meerderheid. Maar laten we van de geschiedenis leren. Want het politieke klimaat kan heel snel omslaan: in Duitsland 7 jaar (!) van het ontstaan van het nationaalsocialisme/nazisme tot het begin van de tweede wereldoorlog.

In een mooi artikel/interview in het Financiële Dagblad van 11 mei met Mart de Kruif, voormalig commandant Landstrijdkrachten, wordt duidelijk waar ontkennende onverschilligheid toe kan leiden. “Vanaf 2016 wist iedereen dat Poetin bezig was met het systematisch onder controle brengen van Oekraïne. Er lagen analyses bij alle denktanks. Het Westen had tegen Poetin moeten zeggen: “We weten wat je wilt. Je hebt twee opties. Of je gaat een langdurige handelsrelatie met ons aan en Oekraïne krijgt een aparte status en daar blijf je verder van af. Of je valt Oekraïne aan en dan zijn de consequenties voor jou: Finland en Zweden in de NAVO, Duitsland herbewapend, en meer. Maar we hebben de andere kant op gekeken, tot het te laat was. De prijs wordt betaald door het Oekraïense volk. En met tot nu toe 600.000 doden en gewonden. … We vergeten dat de basis van bestaanszekerheid is dat je in vrede en vrijheid kunt leven. En dat staat na tachtig jaar echt onder druk”.

Een andere grote zorg is dat de vrije publieke omroep in een aantal Europese landen onder druk staat. Wilders wil de NPO afschaffen, in Italië bemoeit de politiek zich steeds meer met de vrije omroep, evenals in Slowakije en Hongarije. En een vrije pers is een van de belangrijkste voorwaarden voor een vrije democratie.

Er lijkt een elkaar-nabootsende beweging aan de orde te zijn in de wereld. We lijken en blijken apen te zijn in het na-apen van elkaar. En extremistische partijen, zo leert ook de geschiedenis, maken veel geraffineerder gebruik van allerlei media dan het redelijke midden om mensen er toe te bewegen extremisme na te apen.

Dus maak gebruik van je macht. Met elkaar kunnen we de redelijkheid laten winnen.

Ben je het met mijn standpunt eens, dat we een menselijke, verdraagzame ethiek in onze maatschappij en de politiek moeten blijven nastreven, dan heb ik het volgende idee. Én de vraag aan je om mee te doen.

Je stuurt al je e-mailcontacten deze blog door, met de vraag of zij datzelfde met hun e-mailcontacten willen doen. Stel dat 100 mensen dat doen met 100 eigen contacten, dan zijn dat er (100 x 100) 10.000 !!! En doen die dat ook allemaal één keer, dan worden er 1.000.000 mensen bereikt. Dat is een substantieel aantal stemmen binnen Europa!

En stel je voor dat die miljoen, …. Etc.!

En omdat met elkaar te bereiken is een kleine moeite (zo zie je maar weer). En waarom zouden wij dat niet met elkaar kunnen realiseren, wanneer Kim Kardashian dat wel kan (met meer dan 300.000.000 volgers), en dat alleen maar voor de verkoop van haar cosmeticaspullen!?

Daarom: doe eens gek, doe eens wijs, doe mee!

Frans de Waal

Toen op 18 mei 2007 de gorilla Bokito uit zijn verblijf ontsnapte (dat was nog eens grensoverschrijdend gedrag) om Yvonne v. H. te molesteren die hem verschillende keren per week langdurig had gestalkt, was mijn eerste gedachte: “Wat voor een man heeft die Yvonne, dat zij zo geobsedeerd is door zo’n mannelijke oerkracht?” (Nu is het goed om als lezer te bedenken dat mijn gedachten minstens zoveel zeggen over mij als persoon, als over de inhoud van wat ik denk. Maar dat daar gelaten).

Bokito sleurde de vrouw mee richting het restaurant van diergaarde Blijdorp. Ze werd door Bokito vele malen gebeten. In het volle restaurant ontstond grote paniek, maar, naar ik heb begrepen, zag Bokito het eten, liet Yvonne v. H. los en ging zitten snacken. Wat mij op de tweede gedachte bracht: “Zo zie je maar weer, de liefde van de man gaat uiteindelijk door de maag”. Even later werd Bokito verdoofd door een dierenarts van Blijdorp en weer naar zijn hok teruggebracht. De uitleg van het gedrag van Bokito werd later gedaan door de hoogleraar evolutiebiologie en primatoloog Jan van Hooff, die gepromoveerd is op gelaatsuitdrukkingen van chimpansees. “Bokito raakte echter gefrustreerd doordat die vrouw die schijnbaar in hem geïnteresseerd was telkens weer wegliep. Van Hooff vroeg zich af wat er gebeurd zou zijn als de vrouw zich niet verzet had en gewoon was blijven staan. “Ik denk dat hij haar een paar lellen op de rug had verkocht. En dan, ja, dan had hij misschien gedaan wat gorillamannen met gorillavrouwen doen.”

En dan maar denken dat we niet van de apen afstammen.

Bokito, overleden 4 april 2023, was een mensaap, een ondersoort van de primaten waar wij mensen ook toe behoren. Dit gezegd hebbende kun je niet om de primatoloog Frans de waal heen, die trouwens gepromoveerd is bij Jan van Hooff.

In memoriam Frans de Waal, 29 oktober 1948 – 14 maart 2024.

Op 13 maart 2013 hield Frans de Waal de van Eedenlezing op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Ik had het geluk om daarbij te kunnen zijn en denk daaraan met veel plezier terug. Want het is bijzonder om zo’n sympathiek, wijs en erudiet wetenschapper een dag meegemaakt te hebben. Frans de Waal was en is ’s werelds bekendste primatoloog. Wat zijn primaten eigenlijk: De primaten of opperdieren (Primates) vormen een  orde van zoogdieren, waartoe alle soorten halfapen en apen, inclusief de in de evolutie enige overgebleven mensensoort, Homo Sapiens, (dat zijn wij dus; WN) behoren. De wetenschappelijke naam “Primates” betekent “eersten”. (Wikipedia).

Frans de Waal hield zich niet alleen bezig met de aap als primaat, maar legde vaak en graag de vergelijking met de mens. Onderstaande foto’s zijn door Frans de Waal zelf gemaakt en het is bijna onvermijdelijk om niet de vergelijking met mensen te maken.

Dat die vergelijking lang taboe is geweest komt volgens mij door onze eeuwenlange christelijke cultuur, waarbij in het scheppingsverhaal een duidelijk onderscheid werd/wordt gemaakt tussen dier en mens. Charles Darwin heeft dit ter discussie gesteld in zijn evolutietheorie, en nog altijd is dat soms voor (orthodox) gelovigen een lastig te combineren gegeven met hun geloofsopvatting. Dat wij een onderdeel van de natuur zijn en er niet boven staan wordt langzamerhand duidelijk nu we door de klimaatverandering ontdekken dat wij ons moeten aanpassen aan de natuur en niet andersom.

Frans de Waal is, zeker in het begin van zijn carrière, antropomorfisme verweten: het toekennen van menselijke eigenschappen aan bijvoorbeeld dieren. (Op dit moment speelt eenzelfde discussie rond artificial intelligence AI). Maar misschien meer nog is hij bekritiseerd om dierlijke eigenschappen aan mensen toe te schrijven. In zijn boek “Chimpansee politiek; macht en seks onder mensapen”, (uitgeverij Contact 2007, pagina 225,) schrijft hij: “De mens is een sprekende aap, maar zijn gedrag verschilt in wezen niet veel van dat van een chimpansee. Mensen houden zich bezig met verbale gevechten, provocerend of imponerend woordvertoon, verontwaardigde interrupties, verzoenende opmerkingen en al die andere gedragspatronen die chimpansees zonder begeleidende tekst uitvoeren. Als de mens zijn toevlucht neemt tot handelingen is de overeenkomst nog groter. Chimpansees krijsen en schreeuwen, slaan met deuren, gooien met voorwerpen, roepen om hulp en maken het na afloop met een vriendelijke aanraking of omhelzing goed. Wij mensen vertonen al deze patronen ook, gewoonlijk zonder een bewuste beslissing om zo te doen, en het zou best kunnen dat onze motieven niet zoveel van die van chimpansees verschillen”.

Een wetenschapper als Frans de Waal zet ons op het spoor om vooral ook over onszelf na te denken. De arrogantie achter ons te laten en op zoek te gaan naar wie we zijn als soort. En binnen onze soort te onderzoeken wat de werkelijkheid van mezelf is en de mensen om ons heen. In zijn beschrijvingen staat ook de groep als belangrijke eenheid steeds centraal, om goed te kunnen ontdekken hoe de enkeling gevormd wordt door de combinatie van aanlegfactoren, onze genetische blauwdruk, en de beïnvloeding door de groep als omgeving.

Na zijn overlijden verschijnen er talloze positieve reacties. Niet alleen over zijn vakmanschap, maar vooral ook over zijn menselijke kant. Hij heeft veel promovendi begeleidt en gunde hen het resultaat van hun onderzoek; dat in tegenstelling van veel professoren die met de eer strijken van het onderzoek van hun studenten. Dit menselijke komt ook tot uiting in zijn boeken die vol staan met kennis en onderzoeken, maar lezen als een roman. Zijn laatste boek zie ik als de kroon op zijn werk. In coronatijd heeft hij geschreven over genderdiversiteit in het dierenrijk in zijn boek getiteld “Anders”. Hierin verheldert hij, legt duidelijk verband van het thema van genderdiversiteit bij dieren met ons mensen, en is in dit boek het meest persoonlijk met zijn eigen opvattingen.

In een volgende blog zal ik uitgebreider ingaan op dit boek.

Wat is een democratie?

De tijd waarop ik dit schrijf is april 2024. De periode waarin Geert Wilders een regering probeert te formeren. Natuurlijk had ik deze overweging beter voor de verkiezingen kunnen schrijven, maar goed, het is niet anders. En voor het geval er nieuwe verkiezingen komen is deze blog misschien een hulp om na te denken op welke partij, maar vooral op welke personen je gaat stemmen. En ik sluit niet uit dat het geen vier jaar duurt voor dat er weer verkiezingen zijn. Want het feit dat ze elkaar nu al schofferen via social media is een slecht teken.

Vooralsnog leven wij in Nederland in een democratie (je leest enige voorlopigheid, want wereldwijd staan democratieën heel erg onder druk) . Maar wat is een democratie eigenlijk? Ik heb het sterke vermoeden dat de meeste mensen zich niet hebben verdiept in de essentie van een democratie. Meestal denken we aan een procedure die bij een democratie hoort, namelijk het tellen van stemmen. Met als resultaat de meeste stemmen gelden.

Wikipedia (4 oktober 2023) definieert een democratie als: In een directe democratie heeft het volk de directe bevoegdheid om over wetgeving te beraadslagen en te beslissen. In een representatieve democratie kiest het volk via verkiezingen regeringsfunctionarissen om dit te doen. Wie wordt beschouwt als een onderdeel van ‘het volk’ en hoe autoriteit wordt gedeeld onder of gedelegeerd door het volk, is in de loop van de tijd en in verschillende snelheden in verschillende landen veranderd. Kenmerken van democratie omvatten vaak de vrijheid van vergadering, vereniging, persoonlijk eigendom, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, burgerschap, instemming van de geregeerden, stemrecht, vrijheid van ongerechtvaardigde ontneming door de overheid van het recht op leven en vrijheid, en de rechten van minderheden.

In deze definitie van democratie valt het op dat het vooral over vrijheden gaat die gewaarborgd zijn. En al deze vrijheden bestaan in wezen op basis van de rechten van minderheden’. De essentie van een democratie wordt zomaar terloops genoemd. Ik wil proberen dit uit te leggen.

In een democratische samenleving, waar er gezocht wordt naar een meerderheid van stemmen om met elkaar beslissingen te kunnen nemen, is de procedure van ‘de helft plus één’, doorslaggevend voor het bepalen van beleid. Beleid over alle zaken die met de inwoners, in ons geval Nederland, te maken hebben.

Zoals de laatste tijd zeker laat zien, is er heel vaak geen overeenstemming over het denken over de werkelijkheid. Over alle zaken die ons aangaan is er verschil van mening. Van al of geen suikertaks, tot hondenbelasting, CO2 regels, immigratie, belastingschijven en noem maar op. De realiteit is heel divers en daar hebben we allemaal verschillende ideeën over. Zeker nu we al een aantal decennia steeds minder een ‘gemeenschappelijk verhaal’ hebben dat als richtlijn voor de meeste mensen geldt. Het meest gemeenschappelijke is langzamerhand ons consumentisme en de vergelijking met elkaar, die ons (zonder dat wij ons dat bewust zijn) door de commercie wordt opgedrongen. Zie mijn blog over meisjes en hun lijf.

Het mooie van onze cultuurvorming van de laatste eeuwen is dat we een overeenstemming hebben dat de meerderheid ook rekening moet houden met de minderheid. Dit gegeven is heel bijzonder!!! Ik zou het wel van de daken willen roepen dat dit, kijkend naar de geschiedenis, echt uitzonderlijk is. En juist dit gegeven staat de afgelopen tijd zo onder druk.

Om het actueel te maken met betrekking tot de uitslag van de laatste verkiezingen: op dit moment is de grootste partij de partij die dit recht van de minderheid niet onderschrijft. Trouwens, de grootste partij is geen partij. Dat is één man die geen tegenspraak duldt van anderen die het met hem oneens zouden kunnen zijn. En wanneer iemand geen andere meningen duldt dan heeft zo iemand dictatoriale trekken.

Victor Orban van Hongarije, de PIS partij van Polen, Donald Trump en natuurlijk Poetin zijn allemaal leiders die geen tegenstem dulden.

In dit verband wordt vaak de aan Voltaire toegeschreven zin aangehaald “Ik keur af wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen”. [i]

Deze uitspraak houdt in dat ik bereid ben mijn eigen overwegingen in twijfel te trekken, omdat ik de ander niet wil uitschakelen, maar heel serieus wil nemen.

Ik ben er van overtuigd dat heel veel mensen zich niet realiseren dat, wanneer ze op een dictatoriaal iemand stemmen, ze het grote gevaar lopen om zelf op een moment uitgeschakeld te worden wanneer ze een mening hebben die afwijkt van het dictatoriale regime. Denk maar aan wat er met Aleksej Navalny is gebeurt.

Hele begrijpelijke gedachten zijn, “ach, zo’n vaart zal dat toch niet lopen in ons land”. Maar kijk naar de landen om ons heen, en kijk vooral naar de geschiedenis. En je ziet, in een tijdsbestek van een paar jaar is een democratie zomaar ineens verleden tijd en veranderd in een dictatuur.


The 2023 Economist Intelligence Unit Democracy Index map Full democracies   9.00–10.00   8.00–8.99 Flawed democracies   7.00–7.99   6.00–6.99 Hybrid regimes   5.00–5.99   4.00–4.99 Authoritarian regimes   3.00–3.99   2.00–2.99   1.00–1.99   0.00–0.99 No data   

In de bovenstaande afbeelding is de verdeling wereldwijd van democratieën en dictaturen weergegeven.

Het aantal mensen dat leeft in een democratie is 9,5 %, en dat leeft in een dictatuur 35,9 %.

De komende tijd zullen er in de wereld veel belangrijke verkiezingen worden gehouden: Amerika, India en ook in de EU. De meest spannende is de verkiezing in Amerika. Laat ik er voor dit moment maar niet meer over zeggen dan dat ik me grote zorgen maak.

Wanneer je je wilt verdiepen in het thema ‘vrijheid’ dan is er voor de diehard het boek van Annelien de Dijn, “Vrijheid”, Alfabetuitgevers, 2020, een kleine 400 pagina’s. Maar met dit soort boeken is het zo, dat je jezelf kunt toestaan er in te grasduinen.

Maar Wikipedia er op naslaan is al een goed begin, want onze democratie is echt, historisch gezien, geen vanzelfsprekendheid.


[i] De uitspraak is niet tot Voltaire te herleiden. Het citaat is van Evelyn Beatrice Hall, die onder het pseudoniem  Stephen G. Tallentyre in The Friends of Voltaire (1906) deze maxime, dit principe gaf als een samenvatting van  Voltaires gedachtegoed.(Wikipedia 08-01-2021.)

Paul Verhaeghe

Over zijn laatste boek “Onbehagen”.

Er is bijna geen kwestie in het leven die eenduidig is. Veel zaken hebben een andere kant, een tegenpool. Het weer is zo’n kwestie: teveel zon is niet goed en teveel regen ook niet. Bijna alles is wel één van de  kanten (één van de lemma’s) van een dilemma. Een uitspraak die hieraan refereert is “alles heeft z’n prijs”. Ook een relatie van mensen met elkaar is een en al dilemma. Een relatie is een compromisse ding. Formeler of wetenschappelijker gezegd, een relatie is de balans tussen individu en gemeenschap. Tussen individualiteit en socialiteit. Over personen die samen hiermee blijven tobben wordt wel gezegd: ze kunnen niet met en niet zonder elkaar.

Dit dilemma kan een gevoel van onbehagen geven, want wat je ook doet, het is nooit helemaal goed. Het is het gevecht tussen autonomie aan de ene kant, en onderlinge afhankelijkheid aan de andere kant. Over onder andere dit onbehagen gaat het laatste boek van Paul Verhaeghe.

Paul Verhaeghe is een Belgische hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse. Hij is onder andere bekend geworden met zijn boek “Liefde in tijden van eenzaamheid”, dat direct wereldwijd een bestseller werd. Wat ik buitengewoon bewonderenswaardig vind is zijn ontwikkeling van heel individueel gericht denker naar een wetenschapper die een veel socialer, maatschappelijk focus heeft. Waarmee hij binnen de menswetenschappen een van de weinigen is die over de grenzen van zijn eigen vak is gaan kijken. Ik las laatst zijn uitspraak dat de belangrijkste psychologie de sociale psychologie is, om hiermee te benadrukken dat ‘we’ elkaar voortdurend beïnvloeden op een manier die we meestal niet doorhebben. Zo’n uitspraak is wat voor een psychoanalyticus; een benadering die Paul Verhaeghe trouwens altijd trouw is gebleven.

Een voorbeeld van onderlinge beïnvloeding. Ga eten in een veganistisch restaurant en om je heen zie je een bepaald type mens. Niet zozeer een psychologische typering, wel een maatschappelijke. Loop vervolgens even door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam en je ziet een totaal ander maatschappelijk type mens. Ik sluit niet uit dat ze wel een overeenkomst hebben: die van ‘het eigen gelijk’. Hebben ze toch iets gemeenschappelijks. Wat deze twee groepen scheidt (als voorbeeld) is een verschillend gemeenschappelijk ‘verhaal’. Dit verhaal wordt tegenwoordig nogal eens een narratief genoemd. Wanneer binnen een maatschappelijke context mensen geen gemeenschappelijk verhaal, narratief hebben, dan roept dat onbekendheid op met diegenen die een ander verhaal hebben. Die een andere kijk op het leven, de omgang met elkaar en de inrichting van de maatschappij hebben. Dat verschillend zijn kan al snel de daarbij behorende angst oproepen met als gevolg in veel gevallen polarisatie.

Een gemeenschappelijk verhaal binnen een maatschappij maakt dat de mensen overeenstemming hebben over de belangrijkste thema’s van het leven. Deze thema’s zijn bijvoorbeeld: hoe gedraag je je als man en als vrouw. Hoe vorm je samen je liefdesrelatie en het geeft helderheid over de verschillende rollen binnen die verhouding. Wat zijn de omgangsvormen met betrekking tot seksualiteit, tot autoriteit en wat zijn de rituelen om jongeren tot goede deelnemers in de maatschappij te maken. (Zie mijn blog over meisjes en hun lijf). Rond al deze levensgebieden was jarenlang religie de bepalende factor voor ons gezamenlijke verhaal. Niet alleen voor individuen maar ook voor de maatschappelijke verhoudingen.

Maar in de afgelopen decennia is ons ‘narratief’ fundamenteel veranderd. Paul Verhaeghe geeft het volgende voorbeeld. Terwijl hij in de auto zit hoort hij het volgende bericht: “Australië staat op het punt het homohuwelijk goed te keuren. Geschat wordt dat dit de Australische economie op korte termijn een boost zal geven van 335 miljoen euro”. Verhaeghe: “Een ethische vooruitgang van formaat wordt gereduceerd tot economische groei, wat betekent dat de beslissing nauwelijks te maken heeft met ethiek”.

Dit economische denken heeft langzamerhand ons hele leven én ons denken doordrenkt. Niet de paus maar Elon Musk is voor veel mensen, jong en oud, een voorbeeld. Want de rijkste man ter wereld. Ons denken over de maatschappij is veranderd van een sociaaleconomisch denken, naar een economisch denken én handelen. Deze verschuiving heeft vooral plaats gevonden door de globalisering, wat bijvoorbeeld gemaakt heeft dat bedrijfseigenaren in een ander land gevestigd zijn dan het bedrijf zelf. En deze globalisering is mogelijk gemaakt door een verregaande industrialisering én door de mogelijkheid om via internet overal met elkaar te kunnen communiceren. Zo is het mogelijk geworden dat Volvo nu een Chinese eigenaar heeft.

Deze ontwikkeling wordt wel het neoliberalisme genoemd. Een lastige term, waarmee wordt bedoeld dat de overheid vooral het bedrijfsleven bevoordeeld, met daaraan gekoppeld het terugdringen van staatsbedrijven, dus zoveel mogelijk is gaan privatiseren om het concurrentiemodel door te voeren. Soms tot idiotie zoals het scheiden van treinen en de rails. (In de meeste landen heeft dit geleid tot een grote verslechtering van de spoorwegen, waarbij Engeland het meest dramatische voorbeeld is).

Het ontbreken van een gemeenschappelijk relationeel-ethisch verhaal heeft ook tot een zingevingscrisis geleid. Waarin niet meer de relatie met de medemens centraal staat, maar het hebben van spullen en het individueel kunnen genieten, als het kan op een extatische manier.  Een existentieel vacuüm waarin de commercie en de grote techbedrijven heel slim op in zijn gesprongen. Door vooral bevrediging te stimuleren door kicks: een staat van opgewondenheid, door consumentisme en vooral de laatste tijd door steeds meer drugsgebruik. Festivals en nachtleven kunnen niet meer zonder een pilletje of een snuifje cocaïne om de extase te bereiken.

Het bijzondere is dat er als tegenhanger een trend is om te bezinnen door middel van mindfulness, familieopstellingen “waar we oh zoveel beleven”, en andere meer esoterische stromingen, gericht op de eigen binnenwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar al deze benaderingen zijn ik-gericht. En verhelpen ons sociale isolement niet. Deze ik-gerichtheid wordt heel zichtbaar in het aantal winkels en zaken gericht op ons uiterlijk. Op dit moment zijn de meeste winkels in het winkelcentrum van Amstelveen zaken die iets, producten of behandelingen aanbieden voor ons (vooral dat van vrouwen!?) uiterlijk. Deze egocentrische gerichtheid maakt ons heel alleen, geïsoleerd, vaak zonder dat we het zelf door hebben. Er is dan ook een hoofdstuk in Verhaeghes boek dat gaat over het vervreemde individu.

Deze recensie is een beschrijving in een notendop. Het boek geeft een overvloed aan inzichten en feiten die deze inzichten ondersteunen.

Wil je inzicht krijgen in onze tijd en je eigen positie daarin dan is dit boek een must. Wat zeg ik: ik beveel dit boek aan (wat geloof ik een bevel inhoudt……). Paul Verhaeghe is een zeer erudiete schrijver; zijn betrokkenheid als psychotherapeut, wetenschapper én maatschappelijke deelnemer ‘komt je tegemoet’ in dit boek.

Wil je uitgebreider met hem kennismaken, ga dan naar zijn boekenblog:

https://boekenblog.paulverhaeghe.com;

Paul Verhaeghe, “Onbehagen”, uitgeverij de Bezige Bij. € 24,99.

Een aanrader. Sowieso voor iedereen ‘die met mensen werkt’, zoals psychotherapeuten, artsen, pastores en ander hulpverleners. Maar eigenlijk voor iedereen die zichzelf en zijn tijd beter wil begrijpen.