Is er een verband tussen Artificiële Intelligentie (AI) en Poetin?

Zoals velen ben ik de laatste tijd erg geïnteresseerd in kunstmatige intelligentie. AI op z’n Engels, want de afkorting van Kunstmatige Intelligentie (KI) leidt tot verwarring. Met KI wordt ook wel iets geproduceerd, maar van een andere orde.

In een boeiend artikel in de Volkskrant (25 augustus) schrijft Laurens Verhagen over een onderzoek van AI in relatie tot bewustzijn. Tegelijkertijd ben ik (weer zoals velen) gebiologeerd door de ‘heren’ Prigozjin en Poetin. En dan met name de staat bij beiden van hun bewustzijn.

Mijn eerste werkkring was de reclassering. Ik heb daarin viereneenhalf jaar gewerkt en het heeft me minstens tweeëneenhalf jaar gekost (ik was nog heel jong en onervaren) voor ik een beetje begon te begrijpen hoe het brein van een psychopaat (zo heette dat toen nog) werkte. De denksprong die ik leerde maken was, dat een dergelijke iemand een gestoorde geest heeft. En dat ik de vergelijking met mezelf moest leren loslaten. Mensen verschillen echt onderling, zoals dieren van eenzelfde ras dat ook doen.

Tot nu toe weten we niet goed hoe ons bewustzijn werkt. Hoe de neurofysiologie in elkaar steekt van waarnemen, zien en horen, etc., en het besef van dat wat we waarnemen. Nu is ons besef niet altijd hetzelfde en ook tussen mensen onderling kan het bewustzijn van wat gedacht, gevoeld en gedaan wordt erg verschillen. Zo kunnen we iets wel kennen of er weet van hebben. Maar beseffen, bewustzijn is dat nog niet.

Met betrekking tot onze relatie met de werkelijkheid is het aardig om in de Dikke van Dale de werkwoorden kennen, weten en beseffen op te zoeken. Tussen deze drie werkwoorden vind er een bepaalde verdieping plaats van een oppervlakkig kennen van een feit (bijvoorbeeld biefstuk), naar weten dat een biefstuk een deel is van een koe, naar het besef dat het eten van een biefstuk consequenties heeft voor onze omgeving.

Het feit kennen dat je iemand hebt doodgereden wil dus niet zeggen dat je de consequenties beseft. Het bewustzijn van de gevolgen van ons gedrag is voor een deel een ontwikkelingskwestie. Dat moet je ook geleerd worden. In eerste instantie door conditionering en later ook door inzicht. Maar er kan ook een aanlegfactor meespelen in het missen van het bewustzijn van de (sociale) consequenties van ons gedrag. We kennen het vraagstuk van het bewustzijn bijvoorbeeld in de rechtspraak waar het kan gaan over het vaststellen van de (on)toerekeningsvatbaarheid van een delinquent.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik, terugkijkend op mijn leven, regelmatig verminderd toerekeningsvatbaar ben geweest. Simpelweg bijvoorbeeld bij een impulsaankoop, die bij thuiskomst zinloos bleek. Of bij een belofte die ik te snel had gedaan en niet waar kon maken. (Ja, het is waar, het valt allemaal nogal mee).

Jaren geleden zag ik op de televisie een gesprek met twee jonge Engelse joyriders. Ze hadden een auto gestolen, waren er mee gaan rijden en hadden iemand doodgereden. De interviewer vroeg “Maar vinden jullie het niet erg dat je iemand hebt doodgereden?”. Eén van de jongens: “Hoe bedoelt u?”. Die laatste reactie is me altijd bijgebleven en ik zie nog het onnozele gezicht van de jongen bij zijn reactie. Er was geen enkel besef van de gevolgen van hun gedrag.

Bewustzijn is een zogenaamd samengesteld woord; het is samengesteld uit ‘bewust’ en ‘zijn’. Wikipedia omschrijft het als “besef hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving”. Zen meditatie is er op gericht je bewust te zijn van het hier-en-nu; en als het niet te zweverig is, je ook bewust te worden van de consequenties voor de omgeving, de ander. Zelf vind ik in dit verband de uitdrukking ‘tegenwoordigheid van geest’ mooi. Het voortdurende besef hebben is buitengewoon moeilijk, maar wel te trainen. En daar is niet persé een kussentje voor nodig.

En dan heb ik het nog niet gehad over het deel van het begrip bewustzijn dat ‘zijn’ heet. Ik vertaal dit hier maar eenvoudig in ‘bestaan’, ons dagelijkse doen en laten. De kernvraag van deze blog is wat mij betreft: hebben wij echt wel zoveel regie over ons bestaan? Zijn we ons dat bewust? En de suggestie van mijn vraag zal duidelijk zijn: maar zeer ten dele. Wat mij betreft is hét voorbeeld onze mobielverslaving.

Poetin heeft (voor zover dat nu bekend is) Prigozjin eerst uit de lucht laten schieten en kort daarna betuigt hij, met een stalen gezicht, zijn medeleven voor de nabestaanden. Het is duidelijk dat er iets schort aan zijn empathisch bewustzijn. En omdat het in dit geval zo extreem is, kunnen we tegen elkaar zeggen dat we deze man echt niet begrijpen (wanneer we hem met onszelf vergelijken).

Maar we zijn slechts door de extremiteit van Poetin gescheiden. Want niemand is zich constant bewust van de consequenties van zijn/haar gedrag.

In het door de Volkskrant aangehaalde onderzoek worstelen de ‘geleerden’ met het begrip bewustzijn. Ze trekken vergelijkingen met de neurale werking van onze hersenen. Sommige wetenschappers achten de kans niet uitgesloten dat AI een vergelijkbare ontwikkeling kan doormaken als onze hersenen, wanneer het vergeleken wordt met die neurale werking.

Maar, en hier spreek ik natuurlijk als volslagen leek, de kern van ons bewustzijn is niet of waargenomen informatie (dat wat we zien en horen, etc.) verwerkt kan worden tot een coherent geheel waaruit praktische consequenties getrokken kunnen worden.

De kern van een menselijk bewustzijn is dat we gevoelens kunnen hebben voor een ander. En dat we ons, op basis van die emotionele betrokkenheid, verantwoordelijk voelen én weten. En wanneer we eens een keer de fout ingaan, dat we ons schuldig voelen.

Ik kan me voorstellen dat, wanneer de wetenschappers van het onderzoek, naar Poetin hebben gekeken, dat ze inderdaad op het idee zijn komen dat AI een bewustzijn kan ontwikkelen.

(Het desbetreffende onderzoek is ‘Consciousness in Artificial Intelligence: Insights from the Science of Consciousness’).

Blog 2. Tussen feit en verbeelding (2)

Hoe onverwacht het misschien ook klinkt na mijn eerste blog, alleen met feiten raken we in het leven de weg kwijt. Om het anders te zeggen, zonder verbeelding zijn we richtingloos. Zelfs letterlijk, want rijd ik naar Rotterdam, dan kan ik de hele route voor me zien in mijn verbeelding. En zonder verbeelding weet ik niet wie ik ben, want mijn geschiedenis, mijn herinneringen vormen mijn persoonlijkheid.

Bekend is het voorbeeld van Henry Molaison. Deze 27-jarige jongeman leed zwaar aan epileptische aanvallen. Om deze aanvallen te verminderen werd hij op 25 augustus 1953 geopereerd, waarbij een deel van zijn hypocampus werd weggehaald. (De hypocampus is dat deel in onze hersenen waarin het korte termijn geheugen zetelt.) De operatie was geslaagd, in die zin dat Henry zijn epileptische aanvallen kwijt was, maar ook zijn korte termijn geheugen. Hij stierf op 82-jarige leeftijd, maar dacht nog steeds dat hij 27 jaar oud was.

Mijn geheugen is een grote bak met beelden waaruit ik associatief kan putten. Zeg Willem Alexander en ik zie een enigszins onhandige en (ik denk) aardige man, met een vlotte vrouw; en ook haar krijg ik ‘direct in beeld’. Maar stel je voor dat ik ineens mijn geheugen kwijt zou zijn. Ik zou ’s morgens wakker worden naast huisgenoot B., om met Sylvia Witteman te spreken, en denken: “Hé, er ligt een vreemde vrouw naast me?”. Wat een schrik! (Of niet……. .!?)

Ingewikkeld wordt het wanneer we met elkaar in gesprek zijn en we hebben verschillende herinneringen. Her-inneren: is opnieuw innerlijk maken; het je opnieuw kunnen verbeelden. Bij koppels die gaan ‘voor het gelijk hebben’ kan dit een bron van ruzies zijn. Want ons geheugen is gemankeerd en over herinneringen kissebissen is onzinnig. Of het lukt om het verleden goed terug te halen is ook weer zo’n ingewikkelde kwestie. Waar we in veel gevallen geen greep op hebben. We kunnen wel de voorwaarden om goed te onthouden regelen. Recent is dit aan de orde bij het dringende advies de mobiel uit de klas te weren. Zodat de intensiteit van de aandacht voor datgene wat we aan het doen zijn, vergroot wordt.

Sommige mensen verdenk ik wel van het vermogen om hun geheugen te kunnen regisseren. Zo kun je je ongrijpbaar maken door bijvoorbeeld te zeggen: “Daar heb ik geen actieve herinnering aan”. Voorheen kende ik die uitspraak niet, maar sinds enige tijd wel; tja.

Er is een leuk voorbeeld om duidelijk te maken hoe onze verbeelding werkt. Ik denk dat de meesten van jullie niet gehoord hebben van het Kanizsa-vierkant.

En nog leuker vind ik de Kanizsa driehoek.

Het intrigerende is dat de invulling van de ontbrekende vorm automatisch door ons onbewuste gebeurt. En het bijzondere is dat de ingevulde vorm witter lijkt dan de omgeving. En dan te beseffen dat dit allemaal illusie is. En veel van wat we denken is fantasie, verbeelding of illusie.

Misschien is, naast de functie van ons geheugen, de verbeelding wel het belangrijkst om ons leven te beleven. Vreugde, verdriet, genieten, voorpret, kunst, en noem maar op aan beelden en dus belevingen, maken ons leven inhoudsvol en betekenisvol. Zingeving gaat eerst en vooral over gevoelens, beelden en beleving.

We onderscheiden ons van anderen door bij onze beelden emoties te ervaren die anders zijn dan de emoties van anderen. We voelen allemaal verschillende en we ervaren de dingen anders dan anderen. Theo Maassen heeft in een van zijn optredens de grap gemaakt: “Mijn vrouw en ik zijn heel anders, vooral mijn vrouw”. Dat de ander anders is, is leuk en lastig. Want op die eigenschappen waar we voor gevallen zijn, kunnen zomaar ergernissen worden. Ja, een relatie is een compromissending. Leuker kan ik het ook niet maken.

Zeker wanneer onze beleving en de daarbij spelende emoties heftig zijn, kunnen we zomaar denken dat het wel echt móet zijn. Wat mij terug in de realiteit brengt, is om mijn ervaringen te delen met anderen. Het delen van onze gevoelens met anderen is prettig; daarom gaan we graag samen naar de film of uit eten. De ene keer is het leuk om dezelfde gevoelens te delen, de andere keer is het interessant om het verschil uit te wisselen. En vooral dat laatste kan mij weer terugbrengen in de werkelijkheid. Wanneer ik tenminste niet uitgaat van mijn eigen gelijk.

Ik grijp even terug op mijn vorige blog. Wanneer we onze verbeelding, onze belevingen tot een mening maken en die mening tot een feit, dan wordt het problematisch. In veel gevallen zelfs gevaarlijk. Want dan komt de verbeelding aan de macht. En we kennen de gevolgen van die leiders die hun verbeelding aan de macht brachten, Hitler, Moa, Xi Jinping, Erdohan, Poetin en vele anderen.  En dichter bij huis, en gelukkig nog niet echt aan de macht, ………. vul maar in.

In relaties is het belangrijk of het beeld dat we van onszelf hebben gedeeld wordt door de anderen. De uitspraak “wat verbeeldt hij/zij zich wel” is veelzeggend, want impliceert dat de anderen een ander idee hebben over hem of haar.

Of tegengesteld: een minderwaardigheidscomplex levert ook problemen op in contact met anderen. Bijvoorbeeld omdat er meer van je verwacht wordt dan jezelf in huis denkt te hebben. Zelfkennis is een van de moeilijkste  ‘kennisgebieden’ om daar helderheid en duidelijkheid in te verwerven. Het komt maar al te vaak voor dat anderen een heel ander idee hebben over onze persoonlijkheid dan wij zelf. Laten we ons vooral geen illusies maken.

Een Blog?

Het moest er maar eens van komen. Influencer worden. Met misschien wel af en toe reclame in de betekenis van aanbeveling, kritische reflectie en af en toe het toegeven van een stommiteit. Ik hoop vooral dat je me het laatste, het maken van fouten, welwillend toestaat. Dat ik mezelf hier influencer noem is, afgezien van de knipoog, omdat ik je wil laten delen in mijn onderzoek van de werkelijkheid. En dan met name van de sociale, relationele werkelijkheid. Want misschien wel het grootste probleem tussen mensen is, wanneer ze niet op een vredelievende manier tot een consensus kunnen komen over de waarheid van de werkelijkheid. Ik zal later uitgebreider uitleggen wat ik daarmee bedoel en hoe ik daar over denk.

Influencers worden door de producten die ze aanprijzen er zelf soms rijk door. Mijn product is immaterieel, dus wees niet bang dat ik hier rijk van word. Influencers doen het natuurlijk ook omwille van hun ego. Het lijkt me beter wat dit betreft over mezelf geen uitspraak te doen. Een ding is duidelijk, ik ben geen onthechte goeroe.

Wat is mijn motief dan om deze blog te beginnen? Dat zijn er verschillende. Ik voel me heel betrokken bij de wereld, de mensen om me heen. Ik ben regelmatig in verwondering en dat vind ik belangrijk en leuk om te delen. Met veel anderen maak ik me zorgen over de ontwikkeling in ‘de maatschappij’. En ik ben regelmatig ook verontwaardigd. Genoeg motieven om van me te laten horen lijkt me. Een blog schrijven is ook aanmatigend; ah, daar is dan toch mijn ego. Maar ik meen me dit te kunnen veroorloven door mijn kennis en ervaring, mijn redelijke verstand en leeftijd. Deze laatste twee zijn geen verdienste maar zijn me in de schoot geworpen; de eerste ineens en de laatste iedere dag een beetje meer.

Veel van hoe ik ben en wat ik weet heb ik te danken aan anderen. Privé personen in mijn nabijheid die me hebben gevormd. Veel leermeesters en leermeesteressen die mij een voorbeeld waren zodat ik kon afkijken en nadoen, totdat het van mezelf was geworden.

Mijn blog zou er niet zijn zonder de hulp van Eric t. H.. Als er iemand een voorbeeld is voor anderen dan is hij het: zeer intelligent, creatief, vrolijk, humoristisch, hulpvaardig, totaal niet saai en toch heel harmonieus……… . Laat ik stoppen, want anders wordt deze eerste pagina te lang.

Genoeg gekletst. Op naar de eerste gedachten.

Om te beginnen: tussen feit en verbeelding.

De laatste jaren is mijn verwondering, beter nog: mijn verbazing over de wereld en alles wat er plaats vindt steeds groter geworden. Tegelijkertijd ben ik in de loop van de jaren veel meer gaan begrijpen. Met als gevolg de zin die vaak terugkeert “ik begrijp het wel, maar ik snap het niet”. En ‘het’ gaat over veel, maar vooral over hoe we als mensen met elkaar omgaan. Mijn plan is om de komende tijd naar aanleiding van(de titel van deze blog) gebeurtenissen, artikelen, boeken, kortom alles wat langskomt, de werkelijkheid, de realiteit te onderzoeken.

En ik nodig je uit om met me op te lopen op deze ontdekkingsreis. Dat zal soms inspanning en concentratie vragen, want de wereld en met name hoe we met elkaar omgaan, is ingewikkeld. Of beter nog, complex. Ik zal later stilstaan bij het verschil tussen ingewikkeld en complex.

In de loop van de tijd ben ik me steeds meer gaan realiseren dat bijna alles draait om de vraag: “wat is de waarheid van de werkelijkheid”. Wat is waar? Nu is dit niet zo origineel, want al eeuwen is dit ook een van de kernvragen binnen de filosofie.

We gaan even terug in de tijd, naar het jaar 1612. De natuurkundige Galileo Galilei had vastgesteld dat de aarde niet het centrum van het heelal was. Dat druiste in tegen de opvatting van de Katholieke Kerk die stelde dat de aarde wel het centrum van het heelal was.

Kleine kinderen in de eerste fase van hun leven zien de wereld alleen in relatie tot henzelf en hun eigen positie. Ze denken nog dat ze het centrum van de wereld zijn. Kleine kinderen denken ook dat anderen de wereld zien zoals zij die zelf zien. Trouwens niet alleen kinderen doen dat. Zoals uit het bovenstaande blijkt denken ook veel volwassenen dat ze het centrum van de wereld zijn en beoordelen andere mensen door zichzelf als maatstaf te nemen. Vooral dit laatste leidt nogal eens tot misvattingen en onbegrip over hoe een ander denkt. Zo hoor je vaak dat mensen zeggen dat ze Poetin of Trump niet begrijpen, omdat ze veronderstellen dat anderen gelijk zijn aan henzelf.

De coronapandemie heeft ons helemaal met de neus op de werkelijkheid gedrukt, doordat ons leven ineens en intens onderbroken werd. De gewoonheid van ons leven werd abrupt verstoord, waardoor alles in een ander daglicht kwam te staan. De zorg bleek veel belangrijker dan de nagelstudio. En wereldwijd reisden mensen naar hun familie omdat we voelden dat bij een essentiële dreiging ‘de holding’, de geborgenheid van familie essentieel is.

Al snel, na de eerste schrik, werden er vragen gesteld over de werkelijkheid van het virus. De onzichtbaarheid van het virus speelde daar een grote rol in. Want onwetendheid vult zich met fantasie, met verbeelding. Én met angst. Vooral dit laatste is heel belangrijk om voor ogen te houden. Want onzichtbare werkelijkheden roepen onzekerheid en angst op. En om dit te beteugelen creëren we (meestal onbewust) angstreductiemethoden. Manieren om op de een of andere manier greep te krijgen op die onduidelijke realiteit. Want een gevoel van controle maakt ons minder bang. Rondom het virus gingen mensen complottheorieën verzinnen. Liever een schijnzekerheid dan onzekerheid.

Om een goed zicht op de realiteit te krijgen is het goed om een onderscheid te maken tussen feiten aan de ene kant, en meningen, opvattingen aan de andere kant. Want onze ideeën en meningen over wat waar is kloppen vaak niet met de feiten. Onze verbeelding hebben we nodig om ons te oriënteren, bijvoorbeeld om de weg te weten als we reizen. Maar ons innerlijke beeld van de route is de route zelf niet.

We hebben als mensen een lange weg afgelegd in het bestuderen van de werkelijkheid. Van het geloof in allerlei geesten die bijvoorbeeld rampen zouden veroorzaken, weten we nu beter. Aardbevingen worden veroorzaakt door schuivende aardplaten en corona is een virus.

Edoch……., de bijgelovigheid lijkt bij veel mensen teruggekeerd. Dit veroorzaakt grote problemen in onze samenleving. Want wanneer er op essentiële terreinen geen consensus is over ‘wat waar is’, dan blijkt polarisatie niet ver weg.

In een mooi artikel over politiek leiderschap op de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen (3 november 2020) schrijft Arnon Grunberg in het kader van Donald Trump ’s leiderschap:

“Een ander symptoom is anti-intellectualisme en minachting voor wetenschap; waar feiten niet tellen en het verleden half verzonnen mag worden, moet iedereen die probeert aan waarheidsvinding te doen wel als vijand worden voorgesteld. Het zoekende karakter van de wetenschap is de sterke man, die niet zoekt maar weet, een gruwel. (Arnon Grunberg,  Volkskrant 3 november 2020; de dag van de presidentsverkiezingen in Amerika.)”

Volgens mij is er maar één manier die een uitweg biedt, en dat is overeenstemming over de methode om achter de waarheid van de werkelijkheid te komen. En ik weet het, nu begint de discussie over wat de beste methode is. De enige manier om met elkaar contact te houden is om ook hierin met elkaar ingesprek te blijven. Mijn uitgangspunt is allereerst de methode van het  wetenschappelijk onderzoek, die van het positivisme. Kort samengevat betekent dit dat we achter de feiten komen door onderzoek te doen volgens bepaalde regels.

Ons leven bestaat natuurlijk uit meer dan feiten alleen. We hebben het gevoel pas echt te leven wanneer we emotioneel geraakt worden. Vreugde, verdriet, schoonheid en alle andere gevoelsbelevingen maken ons leven waardevol. Die belevingen zijn echter strikt individueel en zijn niet te generaliseren. “Over smaak valt niet te twisten” en zo is het met onze gevoelens én verbeeldingen ook. Vandaar zoveel verschillende religies en religieuzen die vaak hun verbeelding tot feit verklaren. De enige mogelijkheid om met elkaar in contact te blijven over onze belevingen van de realiteit is het met elkaar uitwisselen van onze gevoelens en beelden die we daarbij hebben.

Wil je je verdiepen in de manier, de methode om achter de waarheid van de werkelijkheid te komen dan raad ik je een klein boekje aan van Vincent Icke (vooral niet te verwarren met de complotdenker David Icke!), met als titel “Licht. Tussen waarheid en wetenschap”.

Vincent Icke lijkt mij een leuke man. (Hoewel je daar mee moet oppassen na de onthullingen rond Matthijs van Nieuwkerk.) Vincent Icke is hoogleraar astronomie, (Nee, nee, nee, geen astrologie, want dat is esoterische softerie), en beeldend kunstenaar. Hij zit onder andere in de raad van advies van het tijdschrift “Skepter”. Een tijdschrift dat kritisch onderzoek doet naar beweringen die onwaarschijnlijk zijn.

Icke over feiten: “Feiten bestaan, maar zijn nooit 100 procent zeker. Je kunt dat percentage schatten door erop te wedden. Probeer het eens met iemand die volhoudt dat feiten niet bestaan, door na te gaan of die losjes uit het raam van de tiende verdieping durft te stappen omdat de zwaartekracht ook maar een mening is, of een samenzwering van de academische elite (die Newton was een buitelander, toch?)”.

Hij doet ook enkele uitspraken die mij aan het denken hebben gezet. Al heel lang ben ik een ‘aanhanger’ van nieuwsgierigheid. Icke: “Niet nieuwsgierigheid is de drijvende kracht, maar opmerkzaamheid. Niet de vraag, maar de hypothese is de kern van vooruitgang. Niet kennis, maar begrip is het voornaamste product van wetenschap”.

Icke kent ook een grote betekenis toe aan onze verbeelding om tot nieuwe gedachten (hypothesen) te komen om een stap te maken in het onbekende. In het gebied dat we nog niet kennen. Wetenschap als avontuur met als motivatie nieuwsgierigheid en het ontdekken door opmerkzaamheid. Wat duidelijk wordt in dit boekje is dat wetenschap een proces is volgens een wetenschappelijke methode. Dat proces betekent dat we enerzijds voortbouwen op opgedane kennis. Anderzijds dat soms ogenschijnlijk vaststaande kennis toch anders gezien en beoordeeld moet worden door nieuw ontdekte feiten. Waarbij uiteindelijk de rede het laatste woord heeft volgens mij.

Een klein boekje, een grote aanrader voor wie denkt dat-ie nog niet alles weet.

Vincent Icke, “Licht. Tussen waarheid en wetenschap”. Uitgeverij Prometheus.