“Perfect Days”.

Een film van Wim Wenders.

Van verschillende kanten was ik al heel nieuwsgierig gemaakt voor de film ‘Perfect Days’. Door de jaren heen heb ik veel Japanse films gezien. Bizarre, want daar zijn de Japanners heel goed in. En heel verstilde en liefdevolle, wat intrigerend is in combinatie met de bizarre films. Door mijn niet fanatieke interesse in (en geringe kennis van) Zen Boeddhisme (fanatiek Zen is volgens mij een contradictie) trok me ‘Perfect Days’ ook aan, want in verschillende verwijzingen werd die link gelegd.

Dertien jaar gelden heb ik voor mezelf een fotoboek gemaakt over de steden die we bezocht hadden in de loop van de jaren. Ik schreef daarin: Sinds 2006 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad. En hebben daarmee hun ‘natuurlijke’ omgeving ingeruild voor een ‘cultuurlijke’. Een omgeving die helemaal door onszelf is vormgegeven, waar de natuur voor een belangrijk deel afwezig is en waar we voornamelijk omgeven zijn door dingen. Indrukwekkender nog is het aantal inwoners per vierkante kilometer: in Amsterdam zijn dat er 4880, in Mumbai 21.000!  “Dwalend door een stad kan ik me verbazen dat al die mensen die om mij heen lopen of zitten zich niet of nauwelijks verwonderen over dat cultuurlandschap. We doen alsof dit normaal, gewoon is, net zoals we het normaal zijn gaan vinden dat we met elkaar van over de hele wereld in een splitsecond contact met elkaar kunnen hebben.. De vanzelfsprekendheid is vanzelfsprekend geworden”.

De hoofdrolspeler in de film Perfect Days, Hirayama (Kôji Yakusho) maakt openbare toiletten schoon. In de top-honderd van de beroepsprestigeschaal wordt dit werk niet eens genoemd (ik heb het nagekeken). Maar Hirayama gaat ‘s morgens vrolijk naar zijn werk, blij met het licht dat door de boombladeren schijnt. Iedere dag is hetzelfde: opstaan, deken in vieren opvouwen, zijn kussen er op leggen, matras in drieën vouwen en het geheel als een stapel in de hoek van zijn kamer leggen. Tandenpoetsen met een gewone tandenborstel, gezicht met koud water afspoelen, aankleden en met zijn kleine bestelbusje met schoonmaakspullen naar de wijk Shibuya in Tokyo. In deze wijk staan vijftien modern ontworpen openbare toiletten. En Hirayama maakt die steeds met geconcentreerde precisie schoon. Hij gebruikt zelfs een spiegeltje om te kijken of de onderkant van de wc-pot wel schoon is. Aan het eind van de dag gaat hij naar het badhuis, waarna hij in een eettentje iets gaat eten. “s Avonds voor het slapen gaan leest hij William Faulkner, een intellectuele schrijver, wat je ook weer niet verwacht van een toiletschoonmaker.

In een van de toiletten ziet hij in een rand een papier waarop een beginnend tik tak tok spelletje is getekend. Met een glimlach tekent hij een van de hokjes in en stopt het papier terug. Zo gaat dat in de loop van de dagen door totdat het spelletje uit is; dan is het ineens ondertekend met ‘thank you’ en Hirayama steekt het met een glimlach in zijn zak. Dit is een representatie van maximale ‘alleenheid’, maar geen eenzaamheid, want Hirayama lijkt genoeg te hebben aan zichzelf. Tegelijkertijd is hij niet ‘onsociaal’; wanneer er een nichtje langskomt is hij daar blij mee en maakt leuk contact.

Met enige ironie kan ik soms zeggen: “in de Margriet of de Libelle wordt gesteld, je kunt pas van een ander houden wanneer je van jezelf houdt”. Toch zit daar waarheid in, in die zin dat het niet vanzelfsprekend is om een goede, harmonieuze, realistische liefdevolle relatie met jezelf te hebben. Heb je dat niet kunnen ontwikkelen (bijvoorbeeld door tekorten in je jeugd) dan kan het zomaar gebeuren dat je dat onbewust wilt inhalen in je volwassen relatie(s). Een evenwichtige relatie met jezelf houdt in dat je niet bang bent om alleen te zijn; omdat je niet bang hoeft te zijn voor jezelf, je binnenwereld of je eigen minderwaardigheid gevoelens. En dat je het basisgevoel hebt dat je het alleen wel redt in het leven en de wereld en dat je je kunt vermaken ‘in je eentje’.

Maar dat is iets anders dan alleen leven. We zijn een sociale diersoort. En juist de interactie met anderen heeft onze cultuur voortgebracht en daardoor heeft de wetenschap zich kunnen ontwikkelen. Wat betreft het alleen leven geeft de film een niet realistisch beeld van een mensenleven. Alleen, individueel leven is eigenlijk niet-menselijk; is dus onmenselijk.

Het individuele leven in de film wordt nog versterkt door de beelden van Tokyo. De anonimiteit van een stedelijke agglomeratie van ongeveer 40.000 inwoners is, voor die dat wil zien, confronterend. Alleen leven in zo’n omgeving is veel te veel gevraagd van een individueel mens. Dit is geen kritiek op de film. Wel een grote vraag die ik zet bij de doorgaande verstedelijking. Waar de menselijke maat ontbreekt. De film is prachtig en zet aan het denken over de zin van ons eigen leven. Als reclame voor een grote stad, als een positieve context voor een individueel leven, is de film volgens mij niet realistisch en dus twijfelachtig. Want het is van ieder mens teveel gevraagd om moederziel alleen te leven.

De filmografie van Wim Wenders overziend hebben veel films een diepere en soms filosofische achtergrond. Niet zo gek omdat hij onder andere ook filosofie heeft gestudeerd. Vandaar dat ik me heb afgevraagd waarom hij het schoonmaken van openbare toiletten als thema heeft gekozen. Het animale, dierlijke verstopt, dan wel vermomd in artistieke architectuur? Steeds goed schoongemaakt door een onthechte zenmeester. Het NRC schreef “Een seculiere monnik, het toilet is zijn klooster”. Misschien is dat ook de paradox die er verborgen in huist: om je te ontdoen van het dierlijke, is het nodig dat je het je eerst eigen maakt. Feitelijk en overdrachtelijk: houd je eerst maar bezig met de shit van dit moment en ruim die eerst maar op en verlang, begeer niet meer. Dat is ook de Boeddhistische weg van de onthechting om in het hier-en-nu te kunnen leven. Want de begeerte, het verlangen grijpt altijd vooruit naar dat wat in de toekomst ligt en ons afleidt van het heden. En dan kan het zomaar gebeuren dat ons leven tussen onze vingers doorglipt.

“Perfect Days” draait nog in de bioskopen en is zeker het kijken en overdenken waard.

Naar aanleiding van Meisjes, ons lijf, Pavlov en social media.

Het blijkt voor jongeren in deze tijd heel moeilijk te zijn om je evenwichtig te ontwikkelen.

Wanneer 43% van de puber en adolescentenmeisjes psychische problemen heeft dan is dat geen individueel probleem meer. Denken dat de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) dit kan oplossen is een illusie. Er is met die meisjes geen lichamelijk, somatisch probleem; er is met al die jonge vrouwen een socialisatieprobleem.

Socialisatie is het proces waarbij een individu, bewust en onbewust, door internalisering de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van de groep krijgt aangeleerd. Het is een levenslang proces en een voorwaarde voor integratie. (Wikipedia).

Met integratie wordt hier bedoeld dat je als persoon op een zinvolle manier kunt deelnemen aan de samenleving waar je deel vanuit maakt.

Onze persoonlijkheid op weg naar volwassenheid wordt bepaald door twee belangrijke factoren: onze aanleg, onze genetische blauwdruk aan de ene kant. En aan de andere kant onze persoonsontwikkeling door de invloed van opvoeders, familie, school, etc.

Dit debat is bekend als het nature versus nurture debat.

Het gesprek tussen de biologie en de psychologie over de verhouding genetische blauwdruk van onze persoonlijkheid en de invloed van de omgeving (ouders etc.) is al een oud debat

Door allerlei wetenschappelijk onderzoek is langzamerhand vastgesteld dat die verhouding fiftyfifty is. Dick Swaab heeft met de titel van zijn eerste boek “Wij zijn ons brein” dus voor 50% gelijk. Opvoeden heeft zin, maar wel met verrekening van de genetische mogelijkheden van ons kind. Over dat nurture deel, de invloed van de omgevingsfactoren, wil ik het hier hebben naar aanleiding van een paar artikelen in de Volkskrant.

Veel invloeden op ons als persoon voltrekken zich achter onze rug. Zonder dat we ons dat bewust zijn. Dat begint met de taal die we leren, het soort eten dat we krijgen, of we in een stad of op het platte land opgroeien en de invloed van de  maatschappelijke klasse waartoe onze ouders behoren. En daarbij is geld als een afgeleide factor van die klasse heel belangrijk om je goed te kunnen ontwikkelen.

In gemeenschappen die hecht zijn vindt er een socialisatieproces plaats dat door de eeuwen heen is gevormd en plaatsvindt door middel van rituelen die faseovergangen benadrukken op  weg naar volwassenheid. Zoals de Bar Mitswa voor Joodse jongens en de Bat Mitswa voor meisjes. Het doen van belijdenis in de protestantse kerk, de ontgroening op een universiteit en zo zijn er veel voorbeelden te noemen van initiatierites, overgangsrituelen om toe te treden als volwassene tot een gemeenschap.

En daar is nu een grote ‘leemte’, een gemis in onze maatschappij, waar jongeren ineens na de basisschool mee geconfronteerd worden. Er is geen gemeenschappelijk draagvlak dat de vorming van jongeren van de ouders overneemt en hen begeleidt om ‘sociaal dier’ te worden.

De binnenwereld van het gezin wordt abrupt opengebroken door de overgang naar de middelbare school. En wat tussen onze (en ja, wie zijn ‘onze’!?) vingers is weggeglipt is die vorming van onze pubers en adolescenten tot personen die tevreden zijn met hoe ze zelf zijn. En die zich hebben ontwikkeld tot mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen.

Na de tweede wereldoorlog hadden we als Nederlanders nog enkele gezamenlijke ‘verhalen’ die ons samenbonden. Religie speelde daarin een grote rol, want sta er even bij stil wat het betekent: één dag per week hielden mensen zich bezig met het zichzelf overstijgende. De verhouding met het “AL”, God genoemd en met de medemens, de “naaste”.

Ik kom zelf alleen nog met begrafenissen in een kerk. En ik heb daar een zeer ambivalente relatie mee. Vooral door enerzijds het gemis van een gemeenschapsgevoel, en anderzijds de bevrijding van een veroordelende, onderdrukkende normativiteit.

De afgelopen jaren hebben zich er twee parallelle ontwikkelen voorgedaan. Vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw is ons maatschappelijk leven vooral gedomineerd door het economische denken. Was er daarvoor nog een sociaaleconomisch beleid, daarna verdween het sociale in het denken. Kernwoorden waar ons leven om ging draaien waren geld, winst, marktwerking, bezit en concurrentie. Door de mogelijkheden van de (digitale) techniek kon de handel in goederen én aandelen internationaal worden. Bedrijven werden internationaal bezit en de relatie tussen eigenaren en werknemers werd volslagen anoniem. Werknemers werden ‘een factor, dingen’ waar geen enkele ethische band mee hoefde te bestaan.

De andere ontwikkeling was de sterke teruggang van de kerken. We werden veel mobieler door het bezit van een auto en daardoor ook sociaal mobieler. Wonen en werken werden veel meer gescheiden, en door de opkomst van administratieve, bureaucratische beroepen kon het werken samengebracht worden in grote kantoorcomplexen in stedelijke omgevingen. Het platte land liep voor een groot gedeelte leeg.

Deze ontwikkelingen hadden een fragmentarisering tot gevolg van het maatschappelijk leven; van de sociale, gemeenschappelijke samenhang. Individualisering ging dit heten, met als grondgedachte dat ons leven door ons zelf maakbaar zou zijn. We werden en zijn teruggeworpen op onszelf.

Het punt is dat wij als sociale diersoort anderen nodig hebben voor onze ontwikkeling, voor ons ‘nurture’ deel van onze persoonlijkheid. Zeker in de puberteit en adolescentie hebben we anderen nodig waar we ons mee kunnen identificeren. Volwassenen die als gemeenschap een voorbeeld zijn en leeftijdgenoten als spiegelbeeld. De tragiek is dat deze socialisatievoorwaarde na de basisschool ontbreekt. Jongeren leven vaak in een fysiek, sociaal vacuüm. Het mobielgebruik bij veel jongeren ligt rond de vijf uur per dag!

En op dit sociaal isolement en gemis aan positief identificatiemogelijkheid speelt de commercie handig in.

Iemand die daar recent over schreef in de Volkskrant van 13 januari is Merel van Vroonhoven. Merel van Vroonhoven is een bijzondere vrouw die haar topfunctie inruilde om les te gaan geven op een basisschool. Daarvoor was zij onder andere van 2014 tot 2019 voorzitter van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Van Vroonhoven studeerde in 1993 af in de geofysica en haalde een graad in 2000 aan de INSEAD Business School in Fontainebleau in Frankrijk.

Merel van Vroonhoven vertelt over de dochter van een ex-collega van 19 jaar. De jonge vrouw Linsey vertelt over vriendinnen die op Instagram allerlei foto’s laten zien van hun mooie uiterlijk. Ze wordt er erg onzeker van, gaat zichzelf lelijk vinden. Vindt haar mond, dan wel haar lippen niet mooi. Met het AI schoonheidsfilter van Instagram geeft de jonge vrouw zichzelf met een swipe de perfecte look. “Na het filter kreeg ik ineens megaveel likes en positieve comments!” zegt de jonge vrouw trots. Blij was ze maar ook onzeker. “Ik schaamde me voor mijn echte lippen, durfde nauwelijks meer de deur uit”. Met haar gefilterde foto in de hand klopte ze aan bij een kliniek die ze vond op internet. En voilà, de zo begeerde volle lippen waren een feit, precies zoals op haar instagramselfie”.  Linsey is niet de enige die haar eigen gezicht verruilt voor een door kunstmatige intelligentie gegenereerde nepversie. Overal in de wereld verschijnen Kylie Jenner- en Kim Kardashian-look-alikes in het straatbeeld. Nep is het nieuwe echt. Het kan, dus wie het niet doet, doet zichzelf te kort.

‘Steeds meer jonge vrouwen zijn ontevreden over hun lichaam’, zegt Lauren Conboy, onderzoeker aan de Universiteit van South Australia. ‘Een probleem mede ontstaan doordat sociale media een onbereikbaar schoonheidsideaal promoten.’ Meer en meer deskundigen zijn bezorgd over de verwoestende gevolgen van de TikToks en Instagrams van deze wereld met hun geavanceerde algoritmes die nep prefereren boven echt – gewetenloos de eigen portemonnee spekkend, ten koste van het welzijn van (jonge) gebruikers. ‘Valse informatie levert meer geld op dan de waarheid’, zegt Sandy Parakilas, voormalig werknemer van Facebook (zusterbedrijf van Instagram). ‘De waarheid is saai.’

Ik maak me zorgen over al die jongeren die zich moeten ontwikkelen in een wereld die draait om concurrentie met de buitenkant.

Merel van Vroonhoven over haar zelfde zorgen: “Terecht? Of is het simpelweg de techfobie van een pre-internettijdrepresentant, en zijn de Kylie Jenner-lippen van vandaag niet meer dan het Lady Di-kapsel van vroeger?”

De ander en ik. 

Met mijn existentiële huisgenoot, mijn lief B. had ik ‘s morgens 24 december al vroeg een discussietje of je nu wel of niet de realiteit van het komende jaar onder ogen moet zien. B. is voor mij door haar lichtheid in mijn bestaan een hele goede tegenhanger van mijn soms enigszins sombere, maar realistische inborst. Zij haalde op die ochtend tussen neus en lippen door de Romeins stoïcijns filosoof Epictetus (50 – 130 AD) aan die gezegd heeft: “Er is slechts één weg naar geluk en dat is ophouden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt”. 

Toch, maar, misschien wist je het nog niet, de meer depressieven zijn wel de meest realistische. Nu schrijf ik deze blog en niet B., dus je bent gewaarschuwd.

In deze tijd van “vrede op aarde in de mensen een welbehagen” is het misschien niet zo’n gek idee om stil te staan bij de relatie die we met elkaar hebben. Tegelijkertijd schieten mijn gedachten alle kanten op wanneer ik over verhoudingen denk, want de actualiteit maakt dit onderwerp nou niet direct een eenvoudig onderwerp. Bijvoorbeeld, het nieuwe jaar 2024 zal wat betreft de internationale verhoudingen heel spannend worden. Ik heb het vermoeden dat de meeste mensen zich niet realiseren wat het voor hun eigen, individuele leven gaat betekenen wanneer Donald Trump weer gekozen wordt tot president. In een niet vrolijk makend artikel in het Financiële Dagblad van 23 december wordt beschreven hoe Trump op een ingrijpende manier de instituties waarop de democratie is gebaseerd op een dramatische wijze zal ontmantelen door alle niet-republikeinse werknemers te ontslaan en te vervangen door aanhangers. De steun aan Oekraïne zal stoppen en misschien zal Trump zelfs besluiten uit de NAVO te stappen. Waarmee de relatie met Europa op een dieptepunt komt. Het is ook te verwachten dat XI Jinping Taiwan binnenvalt met grote gevolgen voor de mondiale economie, want in Taiwan staat de grootste chipmaker ter wereld.

En het bovenstaande gaat allemaal over het thema relatie, de onderlinge verhouding tussen individuen en groepen mensen.

Er is door filosofen, psychologen en andere sociaal-wetenschappers veel nagedacht over de relatie van mensen met elkaar. Want dat kan per groep, cultuur en land nogal verschillen.

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de opvattingen, ideeën en overtuigingen over de ‘ander’ in z’n algemeenheid van invloed zijn op de manier waarop we met die ander omgaan. Pijnlijke voorbeelden hiervan zijn de slavernij en de manier waarop mannen door de eeuwen heen met vrouwen zijn omgegaan. En ook per individu kan het veel uitmaken hoe iemand in relaties staat, zoals uit de psychopathologie bekend is. Denk maar aan de narcistische persoonlijkheid.

Hoe we met elkaar omgaan heeft met het volgende te maken.      Globaal hanteren we als mensen een tweedeling in wat er om ons heen is, namelijk levende wezens en dode dingen. Binnen de levende wezens hebben we onszelf een speciale plaats toebedacht, onder andere onder invloed van het christelijke scheppingsverhaal. Sindsdien hebben we eigenlijk een driedeling: mensen, dieren en ander levende wezens, en niet levende dingen. Binnen de filosofie wordt dit onderscheid vaak benoemd als het verschil tussen subject, een mens; en een object, een ding. In dit verband laat ik even de dieren en planten buiten beschouwing. In onze omgang met de wereld kunnen we dan spreken van een relatie waarbij ik ‘het andere’ als mens zie, of waarbij ik ‘het andere’ als ding benader.

Eén van de filosofen die zijn hele leven heeft nagedacht over de verhouding tussen mensen is de joodse filosoof Martin Buber, die leefde van 1878 tot 1965. Ook Buber zag hoe verschillend we met elkaar om kunnen gaan en wat de consequenties  daarvan zijn. De tweedeling in de omgang met ‘het andere’ benoemde hij als een ik-jij relatie, of als een ik-het relatie. “Op alle niveaus van een menselijke gemeenschap”, zo schrijft Martin Buber, “bevestigen personen elkaar in hun persoonlijke kwaliteiten en bekwaamheden, en een gemeenschap kan menselijk genoemd worden naar de mate waarin haar leden elkaar bevestigen”.

Maar, en dat is in zijn consequenties een dramatisch gegeven, we kunnen mensen ook als dingen bekijken en behandelen. Als een ik-het relatie dus. Filipijnse jonge vrouwen die in Saoedi-Arabië gaan werken worden veelal geslagen en seksueel mishandeld: als ding bejegend. Bij de terugkerende aanbesteding van zorginstellingen in gemeenten worden in feite de werkneemsters (meestal vrouwen) als koopwaar (als ding) ingezet in de onderhandelingen. Naar analogie van de beelden uit oude films waarbij mannen ’s morgens vroeg zich verzamelde op een plein en de rijke ondernemer er een paar uitkoos voor die dag.

Ander actueel voorbeeld: Jeff Bezos, eigenaar van Amazon verzet zich met hand en tand wanneer werknemers zich willen aansluiten bij een vakbond. De werkomstandigheden bij Amazon zijn vaak mensonterend. De mensen bij Amazon worden als object behandeld en het is de vraag of je bij zo’n bedrijf moet kopen.

Een film waar dit thema van de menselijke relatie zeer indringend wordt weergegeven is de film “The Old Oak”, van de regisseur Ken Loach. In een armoedig Engels voormalig mijndorp komen een aantal Syrische vluchtelingen aan. Het dorp is na sluiting van de mijn door de overheid aan z’n lot overgelaten en de komst van de vluchtelingen splijt het dorp in tweeën. De eigenaar van het café ‘The old Oak’ is een menselijke man die goedwillend is ten opzichte van de vluchtelingen, maar een ander deel van het dorp is afwerend en heel kritisch, “want waarom juist bij ons en niet bij de heren die beleid maken?!”.

Ken Loach is een heel geëngageerde regisseur met veel prachtige, sociaal betrokken films. Dit is misschien wel zijn laatste film, want Loach is van 17 juni 1936. In de film komt het met het dorp goed, maar je verlaat de bioscoop zonder het stereotiepe feel good gevoel. Dat komt door de film, maar natuurlijk ook door de actualiteit van dit moment. Maar voor de kerst en/of het nieuwe jaar is het echt een aanrader. Wel tissues bij de hand houden.

Ik wens je een heel gezond, voorspoedig en gelukkig 2024.

Anselm Kiefer

Het is heel moeilijk na te gaan wat de invloed van de tweede wereldoorlog is op de naoorlogse generatie. Zelf weet ik dat ik leef met een, op de achtergrond sluimerende angst voor een oorlog; preciezer: voor een wereldoorlog. Hoe meer moet dat spelen wanneer je opgroeit tussen de zichtbare gevolgen van de tweede wereldoorlog.

Anselm Kiefer, geboren in Donaueschingen, Duitsland is opgegroeid tussen de verwoestingen van de bombardementen. Deze oorlogsgeschiedenis heeft hem en zijn latere werk gevormd op een manier die op mij een overweldigende indruk maakt.

Zelfs zonder gedetailleerde herinneringen draag je, wanneer je van direct na de oorlog bent, de sfeer, de zwaarte en de duisternis met je mee. En het slachtofferschap heeft dan zijn voordelen, want je kunt de geleden ellende externaliseren; bij ‘die anderen neerleggen’. Hoe anders moet dat zijn voor de Duitse naoorlogse generatie.

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst kennismaakte met zijn werk, maar één keer staat me nog scherp voor de geest. Ik bezocht het Kunstmuseum (toen nog Gemeentemuseum) in Den Haag. Het was tijdens de verbouwing van het Mauritshuis tussen 2012 en 2014, toen een deel van de collectie van het Mauritshuis vertoond werd in het Kunstmuseum. Ik moest me door dit deel met leuke winterlandschapjes en veel publiek heen werken en kwam in een zaal met een werk, een ‘schilderij’ van Kiefer. Schilderij kun je het niet noemen, want Anselm Kiefer gebruikt allerlei materialen in zijn werken. Het schilderij toonde een dor landschap, in voornamelijk zwartwit en een overweldigend formaat. Niet alleen het formaat is overweldigend, ook de voorstelling zelf was (en is steeds) voor mij een donderslag, een klap voor m’n kop, een stomp in m’n maag.

(Des Herbstes Runengespinst – für Paul Celan, gemengde techniek: acryl, olie-emulsie, houtskool, lood, gips, afmeting: 230×280 cm, 2005) .

Dit is een van zijn ‘kleine’ werken, want sommige zijn 4 bij 6 meter.

Eén van mijn quotes is ‘de schrijver schrijft zichzelf en de lezer leest zichzelf’. Voor kunst geldt dan ‘de kunstenaar creëert zichzelf en de kijker kijkt zichzelf’. Dat Kiefer’s werk mij zo aanspreekt, aangrijpt, gaat vast voor een deel over mezelf. Maar ik ben niet de enige, veel mensen worden door zijn werken gegrepen. Je kunt er niet omheen, en niet alleen door het formaat. Het is duistere kunst en duistere kunst raakt vaak aan het mystieke, het onbewuste en de donkere kanten van ons bestaan.

Met een naoorlogse achtergrond en zeker die van de Duitse, is Kiefers zoeken naar de essentie van ons bestaan begrijpelijk.

Anselm Kiefer is ‘niet voor een kleintje vervaard’. Om de Duitsers niet hun verleden te laten wegmoffelen (hm, speciaal woord in dit verband) maakte hij foto’s van zichzelf waarbij hij de Hitlergroet bracht. Maar ook kwantitatief is hij wel wat megalomaan. Want toen hij zijn studio in 1992 van Duitsland naar Barjac in Zuid-Frankrijk verhuisde had hij 80 vrachtwagens nodig. En toen hij van Barjac naar Parijs verhuisde waren dat er 120 geworden. (Mijn lief B. vindt dat ik al een verzamelaar ben!).

Kiefer is erg beïnvloed door de Duitstalige Joodse dichter Paul Celan, wiens ouders door de Duitsers zijn vermoord. Hij zelf ontsnapte ternauwernood aan een werkkamp. Celan maakte later een eind aan zijn leven. Is het een vereffenen van schuld dat Kiefer zo het werk van Paul Celan centraal stelt? De duistere tragiek van de oorlog, en daarmee het mysterie van het geweld weet Kiefer heel sterk en tegelijkertijd met grote schoonheid te verbeelden. Zelfs zonnebloemen laat hij op deze manier spreken.

Anselm Kiefer (geb. 1945) Houtsnede  zonder titel, schellak en acryl op papier op doek
142½ x 84½in. (362 x 214,5 cm.)
Uitgevoerd in 1996.

Bij de combinatie van schoonheid en tragiek moet ik ook denken aan de fotograaf James Nachtwey. Diens foto’s zijn van een ongekende fotografische schoonheid, terwijl Nachtwey bijna alleen ellende fotografeert. Op de vraag naar de schoonheid van zijn foto’s antwoordde hij een keer “maar vraag mij niet naar mijn nachtmerries”.

Wil je kennismaken met het werk van Anselm Kiefer dan zijn er twee mogelijkheden. Er is nu een grote tentoonstelling in museum Voorlinden in Wassenaar; tot en met 25 februari 2024.

Wil je in stilte genieten van de tentoonstelling: iedere zaterdag en zondag is er in Voorlinden tussen 10.00 en 11.00 uur een stilte uur, waar maximaal 50 bezoekers worden toegelaten. Schoenen uit, telefoon uit en niet praten. Meditatief dus.

En er draait in enkele bioscopen een prachtige film over het werk van Anselm Kiefer van de regisseur Wim Wenders.

Je begrijpt: beide is een aanrader.

Zelfkennis

Nog een keer: Wat je niet doorhebt, is dat je niet doorhebt, wat je niet doorhebt.

Liefdesrelaties bestaan (meestal) uit twee mensen die elkaar kennen. Dat is een opendeur. Maar stel nu eens dat de veronderstelde zelfkennis van de één helemaal niet overeenkomt met de kennis die de ander van hem/haar denkt te hebben. Dit is een bron van ruzie. Daarbij, ik durf te beweren dat in geen enkele relatie de kennis van mensen over elkaar congruent is.

“Je zou weleens wat meer in het huishouden mogen doen!”. Nou ja zeg, dat moet jij nodig zeggen. Je steekt zelf geen poot uit!”.

Of “Zou je alsjeblieft de laden en deurtjes  in de keuken achter je dicht willen doen!”.  “Sorry, maar ik weet echt niet waar je het over hebt. Let niet zo op me altijd. Je lijkt wel een controle junk”.

Zo zijn er legio voorbeelden te bedenken die gebaseerd zijn op deze inconsistentie van kennis.

Zelfkennis dus, als voorwaarde voor persoonlijke wijsheid.

Een paar weken geleden stond er in de bijlage van de Volkskrant een interview met een bekende kinderboekenschrijfster. Uit het interview begrijp ik dat veel kinderen steun vinden bij haar boeken. Veel kinderen en jongeren blijken het moeilijk te hebben. Volgens het Trimbos instituut heeft 43% van de meisjes in het voortgezet onderwijs emotionele problemen. De schrijfster uit het interview legt een grote taak bij het onderwijs, waarop de interviewster zegt: “Er moet een vak zelfkennis komen”.

En daar begint het bij mij te borrelen. Met name over het gemak waarbij het begrip ‘zelfkennis’ genoemd wordt. Alsof zelfkennis voor het oprapen ligt. Een vaak in dit verband aangehaald feitje is dat er boven de ingang van de tempel van Apollo in de buurt van Delphi in het oude Griekenland de spreuk stond “ken uzelf”. Ook toen al wist men blijkbaar dat zelfkennis een zeer ingewikkelde kwestie was.

Het woord ‘zelfkennis’ is een samengesteld woord dat uit de delen zelf en kennis bestaat. Wie weleens googelt of Wikipedia raadpleegt krijgt miljoenen resultaten over deze deelwoorden. Logisch, want beide begrippen zijn heel complex en problematisch.

Laat ik met het ‘zelf’ beginnen. Een uitspraak die we allemaal wel kennen zoals “ik ben vandaag mezelf niet” is een heel intrigerende uitspraak. Wanneer ik dit zeg neem ik enige distantie in van ‘mezelf’. Ik kijk, voel en denk na over ……. mezelf. Ik refereer aan een gemiddelde van mezelf als psychologische continuïteit. Zoals ik mezelf gemiddeld denk te kennen. Ik, als observator, treed als het ware buiten mezelf, en ik denk op deze manier iets over mezelf te kunnen zeggen. Het is trouwens heel goed mogelijk dat een ander, waar je dit tegen hem/haar zegt, antwoordt met “het is anders helemaal niet aan je te merken”.

Hoe kom ik erbij deze uitspraak te kunnen zeggen? Wat is het waarheidsgehalte van die observatie, want als ik zeg dat ik mezelf niet ben, ben ik dan eigenlijk niet juist óók wél mezelf? En is het überhaupt mogelijk om op afstand van mezelf te gaan staan?

Het begrip ‘zelf’ is een vaag begrip en wordt ook wel vertaald als psyche, geest of ziel. Als min of meer bewuste persoonlijkheid. (Let vooral op het min of meer!) Uit de vaagheid wordt duidelijk dat het een ingewikkeld ‘iets’ is dat zelf. In de psychologie en psychiatrie wordt deze complexiteit duidelijk uit het al jaren lange gezoek naar een goede indeling van persoonlijkheidstypen en psychische ziekten. De bekende psychiater Rümke schreef al in 1967 een uitgebreid werk met als titel “Tussen psychose en normaliteit”. De overgang tussen normaliteit en gekte is blijkbaar een glijdende schaal.  Maar een psychose is in de meeste gevallen duidelijk; iemand heeft gestoorde ideeën over de realiteit. Een bekend publiekelijk voorbeeld is dat iemand kan denken dat een bepaalde groep mensen van reptielen afstamt. Nog gekker is dat zo iemand dan ook nog volgelingen heeft. Psychosen worden niet altijd als zodanig onderkend, en dat kan gevaarlijke gevolgen hebben.

Is het begrip ‘zelf’ al zo vaag, dan is het duidelijk dat het ook heel moeilijk is om dat zelf te leren kennen. Kennis krijgen we in eerste instantie vooral door waarneming van onze zintuigen: horen, zien, proeven, ruiken en voelen (met ons tastzintuig). Ik geloof niet in een zesde zintuig; dat is esoterische onzin. Al onze zintuigen hebben als functie om de werkelijkheid, de buitenwereld om ons heen waar te nemen. Werkt een van onze zintuigen niet, dat missen we een belangrijk deel van de werkelijkheid om ons heen. Het geval wil, dat we geen zintuig hebben om onze binnenwereld, ons denken en voelen waar te nemen.  Het enige dat overblijft is introspectie: kijken, voelen of je er achter kunt komen wat je denkt en voelt. Het is goed om te beseffen dat ‘deze kennis’ strikt persoonlijk, subjectief is. En natuurlijk, gevoelens zijn ook ‘feiten’, maar slechts en alleen maar een feit voor jezelf. Alleen maar binnen de context van je eigen binnenwereld. En natuurlijk zijn die gevoelswaarnemingen zaken om heel serieus te nemen. Want wanneer ik me depressief voel (echt depressief als diagnostisch gegeven en niet als ‘off-day’) dan is het nodig dat dat gevoel van mij, die zelfbeleving behandeld wordt.

In het psychologisch onderzoek is bekend dat zelfobservaties zeer onbetrouwbare informatie opleveren. Ik ben het met Frans de Waal, de bekende primatoloog, eens dat vragenlijsten die gericht zijn om van ons gegevens te krijgen over onszelf, heel onbetrouwbaar zijn. Frans de waal geeft in een van zijn boeken in het nawoord het volgende voorbeeld: “Wanneer ik terugkom van een feestje en mijn dochter vraagt hoeveel ik heb gedronken, dan zeg ik ook de halve waarheid”. Bij zelfobservatie zijn we geneigd om óf sociaal wenselijke antwoorden te geven; óf antwoorden die gekleurd worden door mijn eigen ‘bias’ (vooroordeel) ten aanzien van mezelf.

Een niet realistisch zelfbeeld is voor jezelf en in het contact met anderen een vervelend handicap. Een voorbeeld is het minderwaardigheidscomplex. Het woord zegt het al, je kent jezelf minder waarde toe ten opzichte van de waarde die je aan anderen toekent.. En je hebt een verstoord zelfbeeld; je ideeën over jezelf kloppen niet met de feitelijke werkelijkheid. Dit kan gaan over ons lijf waar we onzeker over zijn zonder dat dat nodig of reëel is. Maar ook onzekerheid over onze intellectuele capaciteiten spelen bij veel mensen een rol. Het komt voor dat iemand gepromoveerd is op een moeilijk onderwerp en toch denkt dat hij of zij dom is. Het gevolg kan zijn dat iemand overdreven extra haar best gaat doen, met als gevolg een burn-out. Het bijzondere is dat deze overtuigingen over zichzelf zo verinnerlijkt (geïnternaliseerd) kunnen zijn dat het veel inspanning en tijd kan kosten om die niet reële ideeën over zichzelf kwijt te raken. 

Wil je je zelfkennis vergroten dan is de meest effectieve manier om de reacties en eerlijke feedback van anderen heel serieus te nemen.  En dat introduceert ‘de ander’ in mijn verhaal. Maar daar wil ik het een andere keer over hebben.

Naar aanleiding van de verkiezingen 22 november 2023.

 Een democratisch land is een samenleving waarin men streeft naar een zo groot mogelijke consensus over een gezamenlijk te creëren gedeelde werkelijkheid.

Het is bijna weer zover dat we kunnen gaan stemmen. Ik wilde eerst schrijven ‘dat we mogen gaan stemmen’, om de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid er van aan de orde te stellen. Want een democratie is niet vanzelfsprekend. Het algemeen kiesrecht voor mannen is er  (pas!) sinds 12 december 1917, en dat voor vrouwen sinds 28 september 1919. Ik vind het goed om me te realiseren dat dit pas ruim een eeuw in ons land zo is.

Stemmen betekent kiezen en stelt ons voor de vraag wat de criteria zijn om te kiezen. Ik wil dat proberen uit te leggen.

Het volgende wordt vaker aangehaald. Tot ongeveer 11.000 jaar geleden waren we als homo sapiens jagers verzamelaars. Daarna zouden we ons ontwikkeld hebben tot stadsbewoners omdat er meer mensen kwamen. En omdat tegelijkertijd de agrarische revolutie begon: het houden van dieren en het verbouwen van gewassen. Dit verhaal klopt niet, zo vertellen de schrijvers David Wengrow en David Graeber in hun boek “Het begin van alles”. Toch begin ik maar met het simpele idee van ons als jagers om het verschil met onze maatschappij te benadrukken. En dit verschil is, dat toen er nog heel weinig mensen waren op de aarde, het voor die mensen individueel mogelijk was om in hun levensonderhoud te voorzien. Zo konden we met wat slimmigheid dieren vangen en vruchten en bessen plukken. Later ontstonden er grotere leefgemeenschappen met arbeidsdeling en daardoor weer grotere efficiency. Selfsupporting veranderde in onderlinge afhankelijkheid (interdependentie) en, daar komt het: ik heb het idee dat de meeste politici geen idee hebben van het dramatische effect van de interdependentie en de consequenties daarvan.

Het diepe besef van overleven binnen een maatschappij van onderlinge afhankelijkheid werd zichtbaar in het begin van de coronatijd. Toen de winkelwagentjes ineens volgeladen werden met wc-papier. Wonderlijk trouwens, want ik zou eerder denken aan het beginproces: eten, dan aan het eindproces om je achterste af te vegen.

Deze onderlinge afhankelijkheid doet zich voor in de directe interactie met concrete mensen. Met het maken van een afspraak maak je je onderling afhankelijk. En ga je slordig met je afspraken om dan misbruiken we de tijd van die ander. Maar veel ingewikkelder wordt het wanneer de ander geen persoon is, maar een instantie of een organisatie. Waar dit gegeven zich toespitste is de toeslagenaffaire, waar honderden mensen het slachtoffer zijn geworden van deze afhankelijkheid van de anonieme ander. Een nog veel dramatischer gebeuren waar deze interdependentie speelt én niet wordt onderkent is het nu spelende conflict tussen de Palestijnen en Israël. Met alle vreselijkheden tot gevolg.

Na de toeslagenaffaire zou onze regering vanuit een andere cultuur gaan regeren. In het gesprek daarover van Mark Rutte met Mariëlle Tweebeeke (dat ik heb gezien) werd duidelijk dat Mark Rutte niet weet waar het over gaat bij een cultuur waar mensen onderling afhankelijk zijn van elkaar. Dat is ook logisch, want in het liberalisme staat het individualisme in het denken en doen centraal. Op zich is de ontwikkeling naar een maatschappij met individuele vrijheid een groot goed. Maar vergeten wordt dat ik voor mijn wc-papier afhankelijk ben van anderen. Ik moet er maar op vertrouwen dat er door de anonieme ander voor mij gezorgd wordt. En met betrekking tot dat vertrouwen wringt nu de maatschappelijke schoen. En dat komt volgens mij door de volgende factoren.

In 1950 had Nederland 10 miljoen inwoners. Nu bijna 18 miljoen en binnen enkele jaren 20 miljoen. Het tweede indringende gegeven is: we hebben internet sinds 29 oktober 1969, dus nu 54 jaar. Door de toename van de bevolking is er meer behoefte aan controle gekomen en door internet is de mogelijkheid van controle gekomen; én de controle heeft exorbitante vormen aangenomen. (exorbitant betekent: alle grenzen overschrijdend!).

Controle lijkt vaak expliciet te gaan over veiligheid. Maar het verneu……ve is dat controle impliciet wantrouwen suggereert. In de zorgverlening en ook in mijn vak de psychotherapie, gaat 20% tot 25% van de tijd op aan controlerende verslaglegging. En ik kan je vertellen, 99,99% van mijn collega’s is betrouwbaar. Deze attitude van de overheid induceert daardoor eenzelfde houding van angst en wantrouwen bij de bevolking.

Een politiek van vertrouwen.

De kwestie Pieter Omtzigt geeft in een notendop weer waar het in menselijke (politieke) verhoudingen om draait. Omtzigt had, samen met Renske Leijten, de toeslagenaffaire op de agenda gezet. In plaats van Omtzigt te danken en te prijzen was de regering intern bezig met ideeën om hem uit te rangeren (functie elders) of te sensibiliseren: woorden van onze ‘betrouwbare’ Wopke Hoekstra.

Het gaat bij vertrouwen om de ander, die anders denkt en voelt, in het anders-zijn te accepteren, te respecteren én de relatie met die ander in stand te houden en te bevestigen. Wederzijds vertrouwen gaat over het zekere weten van de wederkerigheid: ik geef vertrouwen en ik ben er zeker van dat ik het van de ander ontvang. Bange mensen vertrouwen niet en zijn overdreven bezig met veiligheid. Een bange overheid zet dus in op controle en induceert, suggereert wantrouwen in, en angst voor de ander. En heeft niet door dat die ander dan ook (onbewust) gaat denken: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten. En, en dit is een zeer ingrijpende consequentie, het suggereert de discontinuïteit van de onderlinge relatie; van de onderlinge verhoudingen. Waarmee loyaliteit en solidariteit erg onder druk komen te staan. En waarmee de basis voor een samenleving wordt ondermijnd.

De afgelopen tijd stellen een aantal tweede Kamerleden dit uitgangspunt van wederzijds vertrouwen expliciet ter discussie. Hun aanhang is nog niet heel groot, maar maatschappelijk ook niet onbetekenend. Deze ontwikkeling is heel zorgelijk, omdat het onze democratie in gevaar brengt. En ik hoop dat je nu niet denkt “het zal zo’n vaart niet lopen”. De ontwikkelingen in India, de grootste democratie wat aantal inwoners betreft, wordt nu gekwalificeerd als een democratie met gedeeltelijke vrijheid. En ook in Amerika zal het er om spannen bij de volgende presidentsverkiezingen of Amerika een vrij en democratisch land blijft.

( Nooit waren er in het recente verleden zoveel onvrije landen, aldus Freedom House. ‘De lange democratische recessie verdiept zich. Zie hieronder’).

null Beeld

De samenhang in een maatschappij wordt, naast de materiele factoren als gebied, taal en instituties, ook gevormd door de cultuur (zie boven). Dit is de meer emotionele factor waar we de beleving bij hebben van ‘ergens bij te horen’. Maar zeker in een grootstedelijke omgeving raakt deze gezamenlijkheid snel verloren. Er wordt weleens gezegd dat we weer een gezamenlijk verhaal nodig hebben, waar we ons met elkaar in kunnen vinden. Maar Nederland is zijn grote verhalen kwijt geraakt, of we doen er schamper over. Daarbij komt dat, wanneer er grote verschillen zijn door culturele afkomst en religie, het heel moeilijk is om een gezamenlijk ‘verhaal’ te hebben waar iedereen zich mee kan identificeren.

Wat inwoners in een maatschappij nog wel kan binden is leiderschap. Hoewel dat in ons autoriteitsgevoelige land een heikele zaak is om dit te veronderstellen. Toch denk ik dat de factor leiderschap weleens de doorslaggevende factor kan zijn voor de komende jaren. Het gaat m.i. niet over een partijprogramma, maar over de mensen, de politici achter zo’n programma. De politiek bestaat niet; het zijn altijd politici, mensen die de ontwikkelingen in een land bepalen. Juist de anonimisering is een gevaar bij het spreken over politiek, omdat er dan niemand meer verantwoordelijkheid lijkt te hebben. Ik waag het om hier enkele kenmerken van een goede leider te noemen.

Een goede leider heeft een visie op samenleven, op onderlinge relaties en kan zich verplaatsen in de belangen van verschillende partijen en groepen. Hij/zij overstijgt het eigenbelang, is integer en verbindend. Hij weet persoonlijke en groepsbelangen in een bredere historische context te zien: vanuit de geschiedenis (want wie de geschiedenis vergeet zal er door getroffen worden), realistisch ten aanzien van het heden met een visie op de toekomst. Hij kan persoonlijk zijn en participeren met emotionele betrokkenheid die zichtbaar is. Hij maakt duidelijk dat existentiële kwesties het primaat hebben boven economische zaken; dus neemt afstand van het neoliberale denken. Durft verantwoordelijkheid te nemen én iedereen op verantwoordelijkheid aan te spreken. Is niet bang voor het electoraat, maar neemt dat natuurlijk wel serieus. En durft ten aanzien van het goede even krachtdadig te zijn als een dictator in het slechte.

Ik hoop dat je gaat stemmen omdat het nu bestaande democratische systeem de beste vorm is die tot nu toe bestaan heeft.

Wat is een persoonlijke relatie?

“Wat je niet doorhebt, is dat je niet doorhebt, wat je niet doorhebt”.

Zwaartekracht en een relatie hebben als overeenkomst dat we met beide dagelijks te maken hebben, maar écht weten wat het is doen we niet. Dat komt omdat beide verschijnselen zo abstract zijn en we hun bestaan alleen maar kunnen afleiden. De zwaartekracht interpreteren we op basis van de effecten, bijvoorbeeld aan het gewicht van dingen. En een relatie leiden we af uit het gedrag van twee mensen gedurende een bepaalde tijd. Zowel bij zwaartekracht als een relatie is het interessant en ook belangrijk om te onderzoeken: wat is nu precies dat fenomeen. Want de zwaartekracht kan gevolgen hebben bij een nare val. En relaties kunnen zo maar ‘knappen’: bijna 40% gaat na vier jaar samenwonen weer uit elkaar.

Bijna iedereen heeft meerdere relaties, maar bijna niemand kent een definitie van een persoonlijke relatie. En dan bedoel ik niet synoniemen als een ‘verhouding, verbintenis, betrekking”, etc.. In al mijn literatuur over relatietherapie ben ik geen definitie van een relatie tegengekomen. Een tijd geleden promoveerde een collega op een bepaalde vorm van relatietherapie, en toen ik hem kort daarna vroeg wat zijn definitie van een relatie was, viel hij stil. Kort daarna mailde hij mij: “Ik ben er het hele weekend mee bezig geweest, maar ik ben er nog niet uit”.

Een grappig voorval is het volgende. Jaren geleden waren wij op een verkooptentoonstelling van ikonen. Naar aanleiding van de cursus die mijn lief (inderdaad: huisgenoot B.) een aantal jaren heeft gedaan in het op oorspronkelijke wijze schilderen van ikonen. Prachtige oude en veelal Orthodox Russische ikonen hingen er. Een bijkomend gegeven was dat de medewerksters op de tentoonstelling (voornamelijk vrouwen) een hoog esoterisch gehalte hadden. Ik stond naar een mooie ikoon te kijken. Een van de dames kwam naar mij toe en ik zei dat ik deze heel mooi vond. Even zweeg ze, keek me doordringend aan en zei toen: “Ja, u kiest niet de ikoon, de ikoon kiest u”. Waarbij ik ter plekke overvallen werd door (in overdrachtelijke zin) een hoge mate van jeuk. Een mooi voorbeeld van antropomorfisme: het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens of dingen. En het, in dit voorval, ontkennen van mijn menselijke eigenschappen.

De begripsverwarring in dit voorbeeld komt vaker voor, bijvoorbeeld wanneer iemand zegt dat hij/zij een speciale relatie heeft met de muziek van Bach of de Beatles. Er is dan geen sprake van een relatie in termen van interactie, maar van een attitude, een persoonlijke houding en waardering van die muziek.

Ik wil in mijn blogs de komende tijd vaker het fenomeen relatie onderzoeken en dan met name persoonlijke relaties. Ik zal allerlei aspecten van een relatie onder de loep nemen en op een moment zal ik mijn definitie van een relatie beschrijven. Nu wil ik stilstaan bij het tijdsaspect van een relatie.

Relaties zijn geen dingen. Relaties zijn processen. Wanneer we elkaar een tijd(je) hebben meegemaakt vinden we dat we een relatie hebben. We onthouden onze gemeenschappelijke gebeurtenissen en trekken daar, na enige tijd, de conclusie uit dat we een relatie hebben. Een collegiale, vriendschappelijke of liefdesrelatie. Afhankelijk van die gemeenschappelijke ‘activiteiten’. En we maken de relatie op die manier, als iets vaststaand, tot een statisch ding. Een begrijpelijke misvatting, maar een idee dat gebaseerd is op de verleden tijd; dat wat gebeurt is tussen twee mensen. Maar wanneer meneer even een pakje sigaretten gaat halen en met de noorderzon verdwijnt, dan dacht mevrouw wel een relatie te hebben. Maar ze had die relatie maar heeft ‘m mooi niet meer.

Onze relatie met elkaar wordt op ieder moment geactualiseerd. Gecreëerd door de manier waarop we met elkaar omgaan. In het voortdurende voortschrijdende moment van onze interactie met elkaar maken we onze relatie. Het speciale van een beginnende liefdesrelatie is het ongecoördineerde, niet geplande ad hoc karakter. Er is geen sollicitatieprocedure, geen voorafgaande persoonlijkheidstest, geen beleidsplan of functieomschrijving. Je zou kunnen zeggen dat we verantwoorder een wasmachine aanschaffen dan dat we een relatie beginnen. We beginnen gewoon maar en is er een intense click dan worden we in veel gevallen vooral door onze hormonen gestuurd. Het patroon in onze omgang met elkaar dat zich na enige tijd aftekent wordt meestal gevormd door ons impulsieve doen en laten. Want in het begin van een liefdesrelatie is niemand planmatig bezig. Wanneer we elkaar regelmatig zien ontstaan er gewoontes met een ogenschijnlijk vanzelfsprekend karakter. Er ontstaat een vanzelfsprekend patroon van zelforganisatie.

Wikipedia: Zelforganisatie is het proces waarbij in een chaotisch systeem structuren ontstaan doordat de onderdelen (personen W.N.) van het systeem ongeleid interacties met elkaar aangaan. Het proces kan spontaan zijn als er voldoende energie (hormonale arousal = verliefdheid W.N.) beschikbaar is. Zelforganisatie wordt vaak veroorzaakt door willekeurige fluctuaties (veranderingen in de tijd W.N.) die versterkt worden door positieve terugkoppeling (Oh, wat zoent hij toch lekker W.N.).

Een relatie is dus geen ding, een relatie is een continuüm, een stroom van interacties, een aaneenschakeling van gebeurtenissen in het hier-en-nu. Al doende schrijven we geschiedenis. We brengen samen tijd door en creëren, zonder dat we ons daar heel bewust van zijn, patronen in de omgang met elkaar.

Bij de meesten van ons ontstaat er een besef van historiciteit: het besef van het verband tussen de tijd die we met elkaar hebben meegemaakt en de betekenis die we er aan geven of hebben gegeven. (Relatieproblemen hebben vaak te maken met het verschil van betekenisgeving aan wat partners hebben gedaan of samen hebben meegemaakt. Maar daarover later.)

Ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen maken hoeveel zich in onze relatie voltrekt en ontwikkelt zonder dat we ons dat bewust zijn. De invloed die we op elkaar uitoefenen, in het tijds-continuüm van onze omgang met elkaar, speelt zich ‘achter onze rug’ af. En dan kan het zomaar gebeuren dat je na een tijd zegt: “We zijn uit elkaar gegroeid”. Dat is een eufemisme voor ‘ik heb geleefd met een zeer gering bewustzijn van de consequenties van mijn gedrag in relatie tot mijn partner’.

Want wat je niet doorhad, was dat je niet doorhad, dat je het niet doorhad wat de gevolgen waren van wat je deed.

Er is een aardig zen verhaaltje wat het bovenstaande duidelijk maakt.

                IEDER-MOMENT-ZEN.

Zenstudenten blijven minstens tien jaar bij hun meesters voor ze het wagen anderen te onderwijzen. Nan-in kreeg bezoek van Tenno die, nu zijn leertijd achter de rug was, leraar was geworden.  Het was toevallig een regenachtige dag, en daarom droeg Tenno houten sandalen en had hij een paraplu bij zich. Na hem begroet te hebben merkte Nan-in op: “U hebt uw houten sandalen zeker in de vestibule laten staan. Ik wil weten of uw paraplu rechts of links van de sandalen staat. Tenno, in de war, had niet onmiddellijk een antwoord klaar. Hij besefte dat hij niet in staat was zijn Zen ieder moment te dragen. Hij werd de leerling van Nan-in en studeerde nog zes jaar om tot zijn ieder-moment-Zen te komen.

(Paul Reps, “Zen-zin, Zen-onzin”. Pagina 41. Uitgeverij Ankh-Hermes, 1979.

Voor alle duidelijkheid: met ieder-moment-Zen wordt bedoelt dat we ons van ieder moment bewust zijn, inclusief de consequenties van ons gedrag).

Is er een verband tussen Artificiële Intelligentie (AI) en Poetin?

Zoals velen ben ik de laatste tijd erg geïnteresseerd in kunstmatige intelligentie. AI op z’n Engels, want de afkorting van Kunstmatige Intelligentie (KI) leidt tot verwarring. Met KI wordt ook wel iets geproduceerd, maar van een andere orde.

In een boeiend artikel in de Volkskrant (25 augustus) schrijft Laurens Verhagen over een onderzoek van AI in relatie tot bewustzijn. Tegelijkertijd ben ik (weer zoals velen) gebiologeerd door de ‘heren’ Prigozjin en Poetin. En dan met name de staat bij beiden van hun bewustzijn.

Mijn eerste werkkring was de reclassering. Ik heb daarin viereneenhalf jaar gewerkt en het heeft me minstens tweeëneenhalf jaar gekost (ik was nog heel jong en onervaren) voor ik een beetje begon te begrijpen hoe het brein van een psychopaat (zo heette dat toen nog) werkte. De denksprong die ik leerde maken was, dat een dergelijke iemand een gestoorde geest heeft. En dat ik de vergelijking met mezelf moest leren loslaten. Mensen verschillen echt onderling, zoals dieren van eenzelfde ras dat ook doen.

Tot nu toe weten we niet goed hoe ons bewustzijn werkt. Hoe de neurofysiologie in elkaar steekt van waarnemen, zien en horen, etc., en het besef van dat wat we waarnemen. Nu is ons besef niet altijd hetzelfde en ook tussen mensen onderling kan het bewustzijn van wat gedacht, gevoeld en gedaan wordt erg verschillen. Zo kunnen we iets wel kennen of er weet van hebben. Maar beseffen, bewustzijn is dat nog niet.

Met betrekking tot onze relatie met de werkelijkheid is het aardig om in de Dikke van Dale de werkwoorden kennen, weten en beseffen op te zoeken. Tussen deze drie werkwoorden vind er een bepaalde verdieping plaats van een oppervlakkig kennen van een feit (bijvoorbeeld biefstuk), naar weten dat een biefstuk een deel is van een koe, naar het besef dat het eten van een biefstuk consequenties heeft voor onze omgeving.

Het feit kennen dat je iemand hebt doodgereden wil dus niet zeggen dat je de consequenties beseft. Het bewustzijn van de gevolgen van ons gedrag is voor een deel een ontwikkelingskwestie. Dat moet je ook geleerd worden. In eerste instantie door conditionering en later ook door inzicht. Maar er kan ook een aanlegfactor meespelen in het missen van het bewustzijn van de (sociale) consequenties van ons gedrag. We kennen het vraagstuk van het bewustzijn bijvoorbeeld in de rechtspraak waar het kan gaan over het vaststellen van de (on)toerekeningsvatbaarheid van een delinquent.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik, terugkijkend op mijn leven, regelmatig verminderd toerekeningsvatbaar ben geweest. Simpelweg bijvoorbeeld bij een impulsaankoop, die bij thuiskomst zinloos bleek. Of bij een belofte die ik te snel had gedaan en niet waar kon maken. (Ja, het is waar, het valt allemaal nogal mee).

Jaren geleden zag ik op de televisie een gesprek met twee jonge Engelse joyriders. Ze hadden een auto gestolen, waren er mee gaan rijden en hadden iemand doodgereden. De interviewer vroeg “Maar vinden jullie het niet erg dat je iemand hebt doodgereden?”. Eén van de jongens: “Hoe bedoelt u?”. Die laatste reactie is me altijd bijgebleven en ik zie nog het onnozele gezicht van de jongen bij zijn reactie. Er was geen enkel besef van de gevolgen van hun gedrag.

Bewustzijn is een zogenaamd samengesteld woord; het is samengesteld uit ‘bewust’ en ‘zijn’. Wikipedia omschrijft het als “besef hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving”. Zen meditatie is er op gericht je bewust te zijn van het hier-en-nu; en als het niet te zweverig is, je ook bewust te worden van de consequenties voor de omgeving, de ander. Zelf vind ik in dit verband de uitdrukking ‘tegenwoordigheid van geest’ mooi. Het voortdurende besef hebben is buitengewoon moeilijk, maar wel te trainen. En daar is niet persé een kussentje voor nodig.

En dan heb ik het nog niet gehad over het deel van het begrip bewustzijn dat ‘zijn’ heet. Ik vertaal dit hier maar eenvoudig in ‘bestaan’, ons dagelijkse doen en laten. De kernvraag van deze blog is wat mij betreft: hebben wij echt wel zoveel regie over ons bestaan? Zijn we ons dat bewust? En de suggestie van mijn vraag zal duidelijk zijn: maar zeer ten dele. Wat mij betreft is hét voorbeeld onze mobielverslaving.

Poetin heeft (voor zover dat nu bekend is) Prigozjin eerst uit de lucht laten schieten en kort daarna betuigt hij, met een stalen gezicht, zijn medeleven voor de nabestaanden. Het is duidelijk dat er iets schort aan zijn empathisch bewustzijn. En omdat het in dit geval zo extreem is, kunnen we tegen elkaar zeggen dat we deze man echt niet begrijpen (wanneer we hem met onszelf vergelijken).

Maar we zijn slechts door de extremiteit van Poetin gescheiden. Want niemand is zich constant bewust van de consequenties van zijn/haar gedrag.

In het door de Volkskrant aangehaalde onderzoek worstelen de ‘geleerden’ met het begrip bewustzijn. Ze trekken vergelijkingen met de neurale werking van onze hersenen. Sommige wetenschappers achten de kans niet uitgesloten dat AI een vergelijkbare ontwikkeling kan doormaken als onze hersenen, wanneer het vergeleken wordt met die neurale werking.

Maar, en hier spreek ik natuurlijk als volslagen leek, de kern van ons bewustzijn is niet of waargenomen informatie (dat wat we zien en horen, etc.) verwerkt kan worden tot een coherent geheel waaruit praktische consequenties getrokken kunnen worden.

De kern van een menselijk bewustzijn is dat we gevoelens kunnen hebben voor een ander. En dat we ons, op basis van die emotionele betrokkenheid, verantwoordelijk voelen én weten. En wanneer we eens een keer de fout ingaan, dat we ons schuldig voelen.

Ik kan me voorstellen dat, wanneer de wetenschappers van het onderzoek, naar Poetin hebben gekeken, dat ze inderdaad op het idee zijn komen dat AI een bewustzijn kan ontwikkelen.

(Het desbetreffende onderzoek is ‘Consciousness in Artificial Intelligence: Insights from the Science of Consciousness’).

Blog 2. Tussen feit en verbeelding (2)

Hoe onverwacht het misschien ook klinkt na mijn eerste blog, alleen met feiten raken we in het leven de weg kwijt. Om het anders te zeggen, zonder verbeelding zijn we richtingloos. Zelfs letterlijk, want rijd ik naar Rotterdam, dan kan ik de hele route voor me zien in mijn verbeelding. En zonder verbeelding weet ik niet wie ik ben, want mijn geschiedenis, mijn herinneringen vormen mijn persoonlijkheid.

Bekend is het voorbeeld van Henry Molaison. Deze 27-jarige jongeman leed zwaar aan epileptische aanvallen. Om deze aanvallen te verminderen werd hij op 25 augustus 1953 geopereerd, waarbij een deel van zijn hypocampus werd weggehaald. (De hypocampus is dat deel in onze hersenen waarin het korte termijn geheugen zetelt.) De operatie was geslaagd, in die zin dat Henry zijn epileptische aanvallen kwijt was, maar ook zijn korte termijn geheugen. Hij stierf op 82-jarige leeftijd, maar dacht nog steeds dat hij 27 jaar oud was.

Mijn geheugen is een grote bak met beelden waaruit ik associatief kan putten. Zeg Willem Alexander en ik zie een enigszins onhandige en (ik denk) aardige man, met een vlotte vrouw; en ook haar krijg ik ‘direct in beeld’. Maar stel je voor dat ik ineens mijn geheugen kwijt zou zijn. Ik zou ’s morgens wakker worden naast huisgenoot B., om met Sylvia Witteman te spreken, en denken: “Hé, er ligt een vreemde vrouw naast me?”. Wat een schrik! (Of niet……. .!?)

Ingewikkeld wordt het wanneer we met elkaar in gesprek zijn en we hebben verschillende herinneringen. Her-inneren: is opnieuw innerlijk maken; het je opnieuw kunnen verbeelden. Bij koppels die gaan ‘voor het gelijk hebben’ kan dit een bron van ruzies zijn. Want ons geheugen is gemankeerd en over herinneringen kissebissen is onzinnig. Of het lukt om het verleden goed terug te halen is ook weer zo’n ingewikkelde kwestie. Waar we in veel gevallen geen greep op hebben. We kunnen wel de voorwaarden om goed te onthouden regelen. Recent is dit aan de orde bij het dringende advies de mobiel uit de klas te weren. Zodat de intensiteit van de aandacht voor datgene wat we aan het doen zijn, vergroot wordt.

Sommige mensen verdenk ik wel van het vermogen om hun geheugen te kunnen regisseren. Zo kun je je ongrijpbaar maken door bijvoorbeeld te zeggen: “Daar heb ik geen actieve herinnering aan”. Voorheen kende ik die uitspraak niet, maar sinds enige tijd wel; tja.

Er is een leuk voorbeeld om duidelijk te maken hoe onze verbeelding werkt. Ik denk dat de meesten van jullie niet gehoord hebben van het Kanizsa-vierkant.

En nog leuker vind ik de Kanizsa driehoek.

Het intrigerende is dat de invulling van de ontbrekende vorm automatisch door ons onbewuste gebeurt. En het bijzondere is dat de ingevulde vorm witter lijkt dan de omgeving. En dan te beseffen dat dit allemaal illusie is. En veel van wat we denken is fantasie, verbeelding of illusie.

Misschien is, naast de functie van ons geheugen, de verbeelding wel het belangrijkst om ons leven te beleven. Vreugde, verdriet, genieten, voorpret, kunst, en noem maar op aan beelden en dus belevingen, maken ons leven inhoudsvol en betekenisvol. Zingeving gaat eerst en vooral over gevoelens, beelden en beleving.

We onderscheiden ons van anderen door bij onze beelden emoties te ervaren die anders zijn dan de emoties van anderen. We voelen allemaal verschillende en we ervaren de dingen anders dan anderen. Theo Maassen heeft in een van zijn optredens de grap gemaakt: “Mijn vrouw en ik zijn heel anders, vooral mijn vrouw”. Dat de ander anders is, is leuk en lastig. Want op die eigenschappen waar we voor gevallen zijn, kunnen zomaar ergernissen worden. Ja, een relatie is een compromissending. Leuker kan ik het ook niet maken.

Zeker wanneer onze beleving en de daarbij spelende emoties heftig zijn, kunnen we zomaar denken dat het wel echt móet zijn. Wat mij terug in de realiteit brengt, is om mijn ervaringen te delen met anderen. Het delen van onze gevoelens met anderen is prettig; daarom gaan we graag samen naar de film of uit eten. De ene keer is het leuk om dezelfde gevoelens te delen, de andere keer is het interessant om het verschil uit te wisselen. En vooral dat laatste kan mij weer terugbrengen in de werkelijkheid. Wanneer ik tenminste niet uitgaat van mijn eigen gelijk.

Ik grijp even terug op mijn vorige blog. Wanneer we onze verbeelding, onze belevingen tot een mening maken en die mening tot een feit, dan wordt het problematisch. In veel gevallen zelfs gevaarlijk. Want dan komt de verbeelding aan de macht. En we kennen de gevolgen van die leiders die hun verbeelding aan de macht brachten, Hitler, Moa, Xi Jinping, Erdohan, Poetin en vele anderen.  En dichter bij huis, en gelukkig nog niet echt aan de macht, ………. vul maar in.

In relaties is het belangrijk of het beeld dat we van onszelf hebben gedeeld wordt door de anderen. De uitspraak “wat verbeeldt hij/zij zich wel” is veelzeggend, want impliceert dat de anderen een ander idee hebben over hem of haar.

Of tegengesteld: een minderwaardigheidscomplex levert ook problemen op in contact met anderen. Bijvoorbeeld omdat er meer van je verwacht wordt dan jezelf in huis denkt te hebben. Zelfkennis is een van de moeilijkste  ‘kennisgebieden’ om daar helderheid en duidelijkheid in te verwerven. Het komt maar al te vaak voor dat anderen een heel ander idee hebben over onze persoonlijkheid dan wij zelf. Laten we ons vooral geen illusies maken.

Een Blog?

Het moest er maar eens van komen. Influencer worden. Met misschien wel af en toe reclame in de betekenis van aanbeveling, kritische reflectie en af en toe het toegeven van een stommiteit. Ik hoop vooral dat je me het laatste, het maken van fouten, welwillend toestaat. Dat ik mezelf hier influencer noem is, afgezien van de knipoog, omdat ik je wil laten delen in mijn onderzoek van de werkelijkheid. En dan met name van de sociale, relationele werkelijkheid. Want misschien wel het grootste probleem tussen mensen is, wanneer ze niet op een vredelievende manier tot een consensus kunnen komen over de waarheid van de werkelijkheid. Ik zal later uitgebreider uitleggen wat ik daarmee bedoel en hoe ik daar over denk.

Influencers worden door de producten die ze aanprijzen er zelf soms rijk door. Mijn product is immaterieel, dus wees niet bang dat ik hier rijk van word. Influencers doen het natuurlijk ook omwille van hun ego. Het lijkt me beter wat dit betreft over mezelf geen uitspraak te doen. Een ding is duidelijk, ik ben geen onthechte goeroe.

Wat is mijn motief dan om deze blog te beginnen? Dat zijn er verschillende. Ik voel me heel betrokken bij de wereld, de mensen om me heen. Ik ben regelmatig in verwondering en dat vind ik belangrijk en leuk om te delen. Met veel anderen maak ik me zorgen over de ontwikkeling in ‘de maatschappij’. En ik ben regelmatig ook verontwaardigd. Genoeg motieven om van me te laten horen lijkt me. Een blog schrijven is ook aanmatigend; ah, daar is dan toch mijn ego. Maar ik meen me dit te kunnen veroorloven door mijn kennis en ervaring, mijn redelijke verstand en leeftijd. Deze laatste twee zijn geen verdienste maar zijn me in de schoot geworpen; de eerste ineens en de laatste iedere dag een beetje meer.

Veel van hoe ik ben en wat ik weet heb ik te danken aan anderen. Privé personen in mijn nabijheid die me hebben gevormd. Veel leermeesters en leermeesteressen die mij een voorbeeld waren zodat ik kon afkijken en nadoen, totdat het van mezelf was geworden.

Mijn blog zou er niet zijn zonder de hulp van Eric t. H.. Als er iemand een voorbeeld is voor anderen dan is hij het: zeer intelligent, creatief, vrolijk, humoristisch, hulpvaardig, totaal niet saai en toch heel harmonieus……… . Laat ik stoppen, want anders wordt deze eerste pagina te lang.

Genoeg gekletst. Op naar de eerste gedachten.