Die warme, zwoele avond, toen we met vriendinnen pizza aten op het gezellige terras aan het fonteinplein in Zutphen, nam het gesprek al snel een existentiële wending. In korte tijd passeerden de CO2 crisis, de polarisatie en de discriminatie, én (de volgens mij regelmatig onterechte) toe-eigening van die discriminatie door met zichzelf begane mensen en groepen. Het individualisme en materialisme; en dat laatste natuurlijk onder invloed van het kapitalisme en neoliberalisme (het marktdenken in combinatie met individuele vrijheid). Het werd dus een serieuze én heel mooie, persoonlijke avond.
Die mij wel aan het denken zette.
De pizza’s waren trouwens heel lekker.
Een van onze vriendinnen, merkte op dat het de laatste tijd (decennia?) gekker is geworden in onze maatschappij. Ik relativeerde dat door te stellen dat we in een gemankeerde wereld leven, gedachtig aan wat ik heb aangehaald in mijn blog over het boek “Het barre land” van Robert Kaplan, waarin Kaplan stelt: “Voor we echter verder gaan moet ik een knagend probleem voor de lezer aanpakken, namelijk mijn vermoeden dat de menselijke aard niet zal verbeteren. Hoe ik dat weet? Ik weet het niet, maar ik denk dat het zo is”. …. Hoe we dat (de gang van de geschiedenis WN) weten? Heel eenvouding. Het verleden is de enige gids voor de toekomst”. (Robert Kaplan Pagina 60 en verder).
In ons gesprek bleek het thema CO2 een lastige te zijn. Ik moest later denken aan de overeenkomst met religie, beide zijn met onze zintuigen niet waarneembaar, en daardoor multi-interpretabele kwesties. Ik bevind me hierin in goed gezelschap want Abram de Swaan, een erudiet socioloog, heeft in de Volkskrant (1 oktober 2005) al eens een paar heel stellige uitspraken hierover gedaan in een artikel dat hij had geschreven. Leuk om te vertellen is dat ik hem in 2016 mailde of hij me kon vertellen waar ik dat artikel nog kon lezen. Direct kreeg ik van hem zelf het artikel in z’n meest uitgebreide vorm toegestuurd. (Zo makkelijk kan het dus gaan.) Abram de Swaan schrijft daar: “De meeste mensen geloven in één boek. Sommigen geloven in een heleboel boeken. En nog anderen geloven in geen enkel boek. Maar nog steeds overheerst de neiging om de oplossing van het wereldraadsel en alle bijbehorende zijnsvragen in één enkel boek te zoeken. Wanneer ginds een oude vrouw een meisje van onderen kapotsnijdt, daar een jonge vrouw met een bomriem om de buik zich opblaast in een overvolle bus, en hier een jonge man een bekende en omstreden Nederlander doodschiet en postuum wil kelen, en wanneer al die mensen daarbij iets roepen over Allah en de koran, dan denken wij dat het dus wel in dat heilig boek zal staan en dat het dus van Allah moet.
Maar in dat boek staat van alles en nog wat, in een taal van vijftien eeuwen her, en waarschijnlijk toen al niet op zijn helderst. Orakeltaal. Daar is door het puik van vroede geesten eeuwen en eeuwen over gedelibereerd en geïnterpreteerd. En elk mogelijke uitleg is aan die raadselteksten gegeven. Elk denkbaar standpunt in ethisch, theologisch of politiek opzicht laat zich in die traditie rechtvaardigen.
Net zo kan een goed christenmens in alle oprechtheid tot de overtuiging geraken dat de bijbel hem gebiedt zijn allereigenste kinderen bloot te stellen aan een virus dat fatale kinderverlamming kan veroorzaken. Een diepvrome jood kan evenzo tot het besluit komen om biddende Palestijnen neer te schieten per dozijn, alles om strikt Talmoedische overwegingen. Weer een andere fanaticus haalt het op zuiver koranieke gronden in zijn hoofd om duizenden mensen in een vuurzee te laten verbranden. Al deze dwepers hebben dat in hun boek gelezen, en in de vele voetnoten die daar door de traditie aan zijn vastgebreid”.
Even verder schrijft de Swaan: “Maar hoe moeten wij de wereld om ons heen dan wel begrijpen? Met wat gevoel, met veel gezond verstand en met behulp der wetenschap”.
Nu is er wel een verschil tussen CO2 en religie, namelijk het eerste is in z’n aanwezigheid te meten, én de effecten zijn met onderzoek vast te stellen; al verschillen de meningen daarover al naar gelang je een andere belanghebbende spreekt. Met religie is dat anders: de aanwezigheid daarvan is niet te meten, en ook de effecten niet, ‘al verschillen de meningen al naar gelang….”.
Het is niet alleen voor een etentje onder vrienden van belang om te kijken hoe je de verschillen van inzicht over de werkelijkheid kunt overbruggen. Vooral maatschappelijk is het van levensbelang, zo blijkt dat langzamerhand, om te kijken hoe we tot een consensus kunnen komen over de oorzaken van problemen als het klimaat, etc. want anders lossen we deze problemen niet op. Mijn eigen houvast hierin is wat Abram de Swaan als laatste zegt: ik probeer me zo veel mogelijk te richten op wat wetenschap zegt over de feiten. En dat is nog helemaal niet zo simpel.
In coronatijd speelde dezelfde, later heftige, discussie over de aanpak van het coronavirus. Omdat ook dit virus niet met het blote oog te zien was, kon je voorspellen dat de fantasie op hol sloeg bij veel mensen. Ik merkte destijds in mijn omgeving dat bijna niemand ging googelen naar ‘virus’ en ‘mRNA’ vaccin (behalve mijn oudste dochter!). En zo ontstond al snel de club ‘viruswaanzin’ (die snel hun naam veranderde in ‘viruswaarheid’) , en al gauw hun eerste naam ‘viruswaanzin’ eer aan deden met hun complottheorieën.
Er is een heel zorgelijke ontwikkeling aan de hand; de interesse in nieuws en dus in feiten is van 61% in 2018 teruggelopen naar 45% nu. Zeker jongeren (onder de veertig) lezen geen krant en kijken geen journaal. Wel halen ze hun nieuws van sociale media, en wanneer je geluk hebt van NU.nl. Achtergrond artikelen worden er nauwelijks gelezen. Maar feitelijke kennis haal je niet van sociale media, en zeker niet via influencers die de meest gevaarlijke onzin de wereld insturen. Wie zich tot de nieuwsgierigen wil rekenen kan ik aanraden om op Wikipedia eens kennistheorie of epistemologie in te toetsen. Dan ontdek je dat kennis en/of wetenschap een ontwikkeling is. Een proces dat voortdurend voortbouwt op de kennis die daarvoor door anderen is vastgesteld. In de achttiende eeuw heeft dit kritische denken, de periode van de Verlichting, een boost gekregen door denkers als Descartes en Spinoza en later door uitvindingen die hebben geleid tot de industrialisatie en allerlei andere technische ontwikkelingen, tot de digitalisering aan toe. Het intrigerende is dat het nu lijkt alsof ‘de verlichting langzaam maar zeker wordt uitgedraaid’. En we terugkeren naar een middeleeuwse domme duisternis, waarbij de eigen verbeelding en het eigen gevoel het criterium is om de waarheid vast te stellen.

Onze tijd is echt veel complexer, onoverzichtelijker dan bijvoorbeeld de middeleeuwen. “Ja, maar dat zeggen alle mensen door de tijd heen”. Deze uitspraak is een bagatellisering die niet opgaat wanneer je de grafieken ziet van de toename van de wereldbevolking, de toename van kennis en techniek, van communicatie en van de digitalisering inclusief AI. Juist nu is een oriëntatie op wetenschappelijk bewezen feiten van wezenlijk en maatschappelijk belang.
Doe dus aan onderzoek, kies je objectieve bronnen, lees achtergrond artikelen en lees een kwaliteitskrant. Misschien word je daar niet rustiger van, maar wel wijzer.