Wat is een persoonlijke relatie? (2)

Hier-en-nu, of daar en straks. Je relatie van alledag wordt langzaam een geschiedenis.

Omdat ik dit zo’n belangrijk onderwerp vind, herhaal ik enigszins een eerdere blog. Maar wel iets meer en anders uitgewerkt. Een persoonlijke relatie is juist door z’n vanzelfsprekendheid zo’n moeilijk te vatten ‘ding’, dat er vaker over nadenken geen kwaad kan. Voordat je het doorhebt is ‘het’ tussen je vingers door geglipt. Vandaar dit verdere onderzoek, want iedere relatie maken we zelf: ‘iedere relatie is een creatie’.

Op mijn zestiende, zeventiende jaar heb ik enige tijd in een elektrotechnische fabriek gewerkt. (Ik heb in ‘mijn vorige leven’ een elektrotechniek opleiding gedaan, zodoende.)

Ik moest daar de bedrading in schakelkasten monteren. Het was een grote fabriekshal, en om het ons als werknemers/arbeiders naar de zin te maken klonk er muziek. Werden er nummers gedraaid die toen ‘in’ waren. De fabriekshal was groot, klonk hol, we zaten een eind uit elkaar en hadden geen contact met elkaar.

Twee nummers werden toen veel gedraaid, “Oh carol, I am but a fool, Darling I love you, Though you treat me cruel”, van Neil Sedaka.

Het tweede nummer was “Willem wordt wakker, Willem”, van de Butterflies.

Een enkele keer hoor ik een van die nummers en direct ben ik weer terug in de tijd in de fabriek. Wonderbaarlijk hoe ons geheugen werkt. De klank, het gevoel van die tijd en de geur van de fabriek komen direct terug en vormen een stuk van mijn geschiedenis. Ik blijk bepaalde episoden, periodes te kunnen her-inneren: opnieuw innerlijk bewust te worden. Wanneer ik daar over nadenk vind ik dat een buitengewoon wonder.

De werking van ons geheugen.

Het onthouden van gebeurtenissen, dus van wat er gebeurd is, wordt het declaratief of episodische geheugen genoemd, en gaat over expliciete zaken.  Wanneer je in een restaurant eet weet je daarna meestal nog wel waaruit het menu bestond, wat je er voor betaald hebt en hoe laat je weg ging.

De betere restaurants denken niet alleen na over het eten, maar proberen er ook een beleving van te maken. Hoe de inrichting is, en vooral hoe je bedient wordt maakt of we het uit eten geslaagd vinden. Alles wat plaatsvindt verloopt op een bepaalde manier, namelijk hoe het gebeurt; en dat wordt door ons heel vaak niet bewust, maar impliciet ervaren. En is later ook lastiger te beschrijven. Dit wordt het niet-declaratieve geheugen genoemd, of soms ook het impliciete geheugen.

Daardoor is wat er gezegd is ook gemakkelijker te herinneren en te beschrijven dan hoe het gezegd is.

Betrekkingsblindheid. Verschil tussen mannen en vrouwen?

Mannen hebben vaak een meer  bewust wat-geheugen, en vrouwen een meer bewust hoe-geheugen. Dit is natuurlijk gegeneraliseerd, maar goed, even voor de duidelijkheid.

De volgende anekdote is hier een voorbeeld van: ‘Twee vrouwen bespreken een probleem; een man zit er zijdelings bij. Na een uur zijn de beide vrouwen van plan op te stappen, maar de man zegt: “Jullie hebben een uur lang een probleem besproken, maar niets opgelost!?”. Waarbij de vrouwen zeggen: “Maar we hebben wel heel fijn met elkaar gesproken!”.

Ik benadruk hierboven het woord bewust, want uit onderzoek is gebleken, dat juist het onbewuste,  het impliciete ‘hoe’ vaak van veel meer invloed is op onze herinnering dan het expliciete ‘wat’.

Bijvoorbeeld, wanneer je een afspraak hebt gemaakt en je komt te laat zonder dat te laten weten, dan zal dat de wachtende frustreren. Bel je op en zeg je hoe veel te laat je bent, dan wordt er meestal accepterend gereageerd. Het harde feit dat je te laat komt, wordt verzacht door de manier waardoor het komt, het hoe. Tenzij je structureel dit grapje uithaalt, want dan wordt het niet meer geaccepteerd op basis van het ‘episodisch geheugen’ van de ander.

Besef van verleden, heden en toekomst.

De meesten van ons hebben ‘min of meer’ een besef van historiciteit: het besef van het verband tussen de tijd die we met elkaar hebben doorgebracht, de gebeurtenissen die we meegemaakt hebben en de betekenis die we aan de gebeurtenissen geven. Relatieproblemen hebben vaak te maken met het verschil van betekenisgeving aan datgene, wat partners hebben gedaan of samen hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld de ene partner zegt “Hoe heb je dit nu kunnen doen?!”. De ander “Ik heb me niet gerealiseerd dat je er zo’n punt van zou maken.

Het zal me trouwens niet verbazen wanneer de meesten van jullie de eerste uitspraak toedichten aan een vrouw en de tweede aan een man.

Ongevoeligheid voor het ‘hoe’, voor de impliciete betekenis van wat er tussen mensen gebeurt, wordt ook wel betrekkingsblindheid genoemd: ongevoeligheid voor het relationele, voor de betekenis van wat er gebeurt. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan onderdeel zijn van het autismespectrum waar iemand (min of meer) last van heeft. Het kan een gebrek aan empathie zijn, egocentrisme, of nog indringender, een gemis aan een ontwikkelde gewetensfunctie. Of de ontwikkeling van de gewetensfunctie een kwestie is van aanleg of opvoeding is nog steeds niet echt heel duidelijk. Wel is het confronterend te beseffen dat bovengenoemde minder leuke eigenschappen meer voorkomen bij mannen dan bij vrouwen. Er plegen veel meer mannen misdrijven dan vrouwen. In 2023 bestond het aantal reclassenten van de reclassering voor 90% uit mannen en 10% uit vrouwen!

Wat we in het dagelijks leven vaak doen is een dergelijk gemis, zoals betrekkingsblindheid, eerder toeschrijven aan onwil dan aan onvermogen. Want bij onwil veronderstellen we nog de mogelijkheid van verandering. En dat is natuurlijk ook goed om daar in eerste instantie van uit te gaan. Maar…, bij nogal wat mensen, waartoe wij zelf af en toe ook horen, is het onvermogen. Dat is naar voor de persoon zelf, en frustrerend voor de partner. Want de hoop op verandering wordt de bodem ingeslagen. En dan sta je soms bij essentiële kwesties, wanneer dat in je relatie speelt, voor het dilemma: óf accepteren, óf een eind aan de relatie maken.

Wat in alle gevallen en situaties wél perspectief biedt, is de feedback van de ander serieus nemen. Ook, of misschien wel juist, wanneer je een en ander niet direct herkent.

Maak gebruik van je macht! Ga stemmen voor de Europese verkiezingen.

“Ach, wat maakt die ene stem van mij nou uit”.

Dit is een niet-kloppende gedachte en dat zal ik uitleggen.

Maar eerst even een opmerking vooraf. Want ik heb erg zitten dubben of ik dit wel zou schrijven. Mijn blogs wil ik vooral informatief en vrijblijvend laten zijn. En dat geldt nog steeds, ook bij deze blog, ook wanneer je aan het eind van dit schrijven bent. Dus voel je vrij wanneer je bij het eind van deze blog bent, om mijn appél naast je neer te leggen.

Bij iedere volwassene is de uitnodiging voor de Europese verkiezingen ‘op de mat gevallen’. Het voelt misschien als een ver van mijn bed show. Maar dat komt omdat we de mensen daar niet kennen, waardoor het zo onpersoonlijk voelt. Maar echt, iedere stem is belangrijk. Het voelt misschien onlogisch, maar hoe meer mensen gaan stemmen, des te groter is jouw invloed.

Stel dat ik met mijn standpunt in m’n eentje op de Dam in Amsterdam ga staan roepen. Dat zal weinig invloed hebben. Wanneer jullie, lezers, allemaal met mij meedoen, dan vergroot dat mijn invloed ‘omgekeerd evenredig’ aan mijn (getalsmatig) aandeel.

Op 21 november 1981 namen 400.000 mensen deel aan de demonstratie tegen de kruisraketten. Ik was daarbij en dacht op een moment: “Raar eigenlijk, mijn aandeel in deze massa is héél klein, maar juist daardoor mijn invloed héél groot! Dit fenomeen heet in de wiskunde ‘omgekeerde evenredigheid”. En dat kan nogal eens een raar tegenstrijdig gevoel oproepen, waardoor je gaat denken “ach, wat maakt die ene stem van mij nou uit”.

Het fenomeen van de omgekeerde evenredigheid doet zich vaak voor en dan vinden we dat wel heel normaal. De snelheid van een trein bijvoorbeeld, varieert omgekeerd evenredig met de tijd die nodig is om een bepaalde afstand af te leggen. Hoe hoger de snelheid van de trein, hoe minder tijd het kost om de afstand af te leggen. Dat vinden we allemaal heel logisch, omdat onze beleving van onszelf in de context van de trein niet verandert. Hoe anders is dat in een menigte.

Mijn motivatie om je te overtuigen om je invloed te gebruiken bij de Europese verkiezingen komt voort uit de grote zorgen die ik me maak over de politieke ontwikkelingen binnen Europa. En het gaat niet over ‘de politiek’, maar of we met elkaar in Europa een menselijke ethiek in stand houden. Een omgaan met elkaar waarbij we van mening kunnen verschillen zonder elkaar de hersens in te slaan. In Duitsland, het land met de grootste (economische) invloed binnen Europa, zijn er nu rechts-extremistische bewegingen die vergelijkbaar zijn met de opkomst van het nationaalsocialisme in de jaren dertig van de vorige eeuw. Redelijke politici worden weer met geweld bejegent. En denk niet “het zal zo’n vaart niet lopen”. Dat zijn gedachten van de redelijke, maar zwijgende (vaak niet stemmende) meerderheid. Maar laten we van de geschiedenis leren. Want het politieke klimaat kan heel snel omslaan: in Duitsland 7 jaar (!) van het ontstaan van het nationaalsocialisme/nazisme tot het begin van de tweede wereldoorlog.

In een mooi artikel/interview in het Financiële Dagblad van 11 mei met Mart de Kruif, voormalig commandant Landstrijdkrachten, wordt duidelijk waar ontkennende onverschilligheid toe kan leiden. “Vanaf 2016 wist iedereen dat Poetin bezig was met het systematisch onder controle brengen van Oekraïne. Er lagen analyses bij alle denktanks. Het Westen had tegen Poetin moeten zeggen: “We weten wat je wilt. Je hebt twee opties. Of je gaat een langdurige handelsrelatie met ons aan en Oekraïne krijgt een aparte status en daar blijf je verder van af. Of je valt Oekraïne aan en dan zijn de consequenties voor jou: Finland en Zweden in de NAVO, Duitsland herbewapend, en meer. Maar we hebben de andere kant op gekeken, tot het te laat was. De prijs wordt betaald door het Oekraïense volk. En met tot nu toe 600.000 doden en gewonden. … We vergeten dat de basis van bestaanszekerheid is dat je in vrede en vrijheid kunt leven. En dat staat na tachtig jaar echt onder druk”.

Een andere grote zorg is dat de vrije publieke omroep in een aantal Europese landen onder druk staat. Wilders wil de NPO afschaffen, in Italië bemoeit de politiek zich steeds meer met de vrije omroep, evenals in Slowakije en Hongarije. En een vrije pers is een van de belangrijkste voorwaarden voor een vrije democratie.

Er lijkt een elkaar-nabootsende beweging aan de orde te zijn in de wereld. We lijken en blijken apen te zijn in het na-apen van elkaar. En extremistische partijen, zo leert ook de geschiedenis, maken veel geraffineerder gebruik van allerlei media dan het redelijke midden om mensen er toe te bewegen extremisme na te apen.

Dus maak gebruik van je macht. Met elkaar kunnen we de redelijkheid laten winnen.

Ben je het met mijn standpunt eens, dat we een menselijke, verdraagzame ethiek in onze maatschappij en de politiek moeten blijven nastreven, dan heb ik het volgende idee. Én de vraag aan je om mee te doen.

Je stuurt al je e-mailcontacten deze blog door, met de vraag of zij datzelfde met hun e-mailcontacten willen doen. Stel dat 100 mensen dat doen met 100 eigen contacten, dan zijn dat er (100 x 100) 10.000 !!! En doen die dat ook allemaal één keer, dan worden er 1.000.000 mensen bereikt. Dat is een substantieel aantal stemmen binnen Europa!

En stel je voor dat die miljoen, …. Etc.!

En omdat met elkaar te bereiken is een kleine moeite (zo zie je maar weer). En waarom zouden wij dat niet met elkaar kunnen realiseren, wanneer Kim Kardashian dat wel kan (met meer dan 300.000.000 volgers), en dat alleen maar voor de verkoop van haar cosmeticaspullen!?

Daarom: doe eens gek, doe eens wijs, doe mee!

Frans de Waal

Toen op 18 mei 2007 de gorilla Bokito uit zijn verblijf ontsnapte (dat was nog eens grensoverschrijdend gedrag) om Yvonne v. H. te molesteren die hem verschillende keren per week langdurig had gestalkt, was mijn eerste gedachte: “Wat voor een man heeft die Yvonne, dat zij zo geobsedeerd is door zo’n mannelijke oerkracht?” (Nu is het goed om als lezer te bedenken dat mijn gedachten minstens zoveel zeggen over mij als persoon, als over de inhoud van wat ik denk. Maar dat daar gelaten).

Bokito sleurde de vrouw mee richting het restaurant van diergaarde Blijdorp. Ze werd door Bokito vele malen gebeten. In het volle restaurant ontstond grote paniek, maar, naar ik heb begrepen, zag Bokito het eten, liet Yvonne v. H. los en ging zitten snacken. Wat mij op de tweede gedachte bracht: “Zo zie je maar weer, de liefde van de man gaat uiteindelijk door de maag”. Even later werd Bokito verdoofd door een dierenarts van Blijdorp en weer naar zijn hok teruggebracht. De uitleg van het gedrag van Bokito werd later gedaan door de hoogleraar evolutiebiologie en primatoloog Jan van Hooff, die gepromoveerd is op gelaatsuitdrukkingen van chimpansees. “Bokito raakte echter gefrustreerd doordat die vrouw die schijnbaar in hem geïnteresseerd was telkens weer wegliep. Van Hooff vroeg zich af wat er gebeurd zou zijn als de vrouw zich niet verzet had en gewoon was blijven staan. “Ik denk dat hij haar een paar lellen op de rug had verkocht. En dan, ja, dan had hij misschien gedaan wat gorillamannen met gorillavrouwen doen.”

En dan maar denken dat we niet van de apen afstammen.

Bokito, overleden 4 april 2023, was een mensaap, een ondersoort van de primaten waar wij mensen ook toe behoren. Dit gezegd hebbende kun je niet om de primatoloog Frans de waal heen, die trouwens gepromoveerd is bij Jan van Hooff.

In memoriam Frans de Waal, 29 oktober 1948 – 14 maart 2024.

Op 13 maart 2013 hield Frans de Waal de van Eedenlezing op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Ik had het geluk om daarbij te kunnen zijn en denk daaraan met veel plezier terug. Want het is bijzonder om zo’n sympathiek, wijs en erudiet wetenschapper een dag meegemaakt te hebben. Frans de Waal was en is ’s werelds bekendste primatoloog. Wat zijn primaten eigenlijk: De primaten of opperdieren (Primates) vormen een  orde van zoogdieren, waartoe alle soorten halfapen en apen, inclusief de in de evolutie enige overgebleven mensensoort, Homo Sapiens, (dat zijn wij dus; WN) behoren. De wetenschappelijke naam “Primates” betekent “eersten”. (Wikipedia).

Frans de Waal hield zich niet alleen bezig met de aap als primaat, maar legde vaak en graag de vergelijking met de mens. Onderstaande foto’s zijn door Frans de Waal zelf gemaakt en het is bijna onvermijdelijk om niet de vergelijking met mensen te maken.

Dat die vergelijking lang taboe is geweest komt volgens mij door onze eeuwenlange christelijke cultuur, waarbij in het scheppingsverhaal een duidelijk onderscheid werd/wordt gemaakt tussen dier en mens. Charles Darwin heeft dit ter discussie gesteld in zijn evolutietheorie, en nog altijd is dat soms voor (orthodox) gelovigen een lastig te combineren gegeven met hun geloofsopvatting. Dat wij een onderdeel van de natuur zijn en er niet boven staan wordt langzamerhand duidelijk nu we door de klimaatverandering ontdekken dat wij ons moeten aanpassen aan de natuur en niet andersom.

Frans de Waal is, zeker in het begin van zijn carrière, antropomorfisme verweten: het toekennen van menselijke eigenschappen aan bijvoorbeeld dieren. (Op dit moment speelt eenzelfde discussie rond artificial intelligence AI). Maar misschien meer nog is hij bekritiseerd om dierlijke eigenschappen aan mensen toe te schrijven. In zijn boek “Chimpansee politiek; macht en seks onder mensapen”, (uitgeverij Contact 2007, pagina 225,) schrijft hij: “De mens is een sprekende aap, maar zijn gedrag verschilt in wezen niet veel van dat van een chimpansee. Mensen houden zich bezig met verbale gevechten, provocerend of imponerend woordvertoon, verontwaardigde interrupties, verzoenende opmerkingen en al die andere gedragspatronen die chimpansees zonder begeleidende tekst uitvoeren. Als de mens zijn toevlucht neemt tot handelingen is de overeenkomst nog groter. Chimpansees krijsen en schreeuwen, slaan met deuren, gooien met voorwerpen, roepen om hulp en maken het na afloop met een vriendelijke aanraking of omhelzing goed. Wij mensen vertonen al deze patronen ook, gewoonlijk zonder een bewuste beslissing om zo te doen, en het zou best kunnen dat onze motieven niet zoveel van die van chimpansees verschillen”.

Een wetenschapper als Frans de Waal zet ons op het spoor om vooral ook over onszelf na te denken. De arrogantie achter ons te laten en op zoek te gaan naar wie we zijn als soort. En binnen onze soort te onderzoeken wat de werkelijkheid van mezelf is en de mensen om ons heen. In zijn beschrijvingen staat ook de groep als belangrijke eenheid steeds centraal, om goed te kunnen ontdekken hoe de enkeling gevormd wordt door de combinatie van aanlegfactoren, onze genetische blauwdruk, en de beïnvloeding door de groep als omgeving.

Na zijn overlijden verschijnen er talloze positieve reacties. Niet alleen over zijn vakmanschap, maar vooral ook over zijn menselijke kant. Hij heeft veel promovendi begeleidt en gunde hen het resultaat van hun onderzoek; dat in tegenstelling van veel professoren die met de eer strijken van het onderzoek van hun studenten. Dit menselijke komt ook tot uiting in zijn boeken die vol staan met kennis en onderzoeken, maar lezen als een roman. Zijn laatste boek zie ik als de kroon op zijn werk. In coronatijd heeft hij geschreven over genderdiversiteit in het dierenrijk in zijn boek getiteld “Anders”. Hierin verheldert hij, legt duidelijk verband van het thema van genderdiversiteit bij dieren met ons mensen, en is in dit boek het meest persoonlijk met zijn eigen opvattingen.

In een volgende blog zal ik uitgebreider ingaan op dit boek.

Wat is een democratie?

De tijd waarop ik dit schrijf is april 2024. De periode waarin Geert Wilders een regering probeert te formeren. Natuurlijk had ik deze overweging beter voor de verkiezingen kunnen schrijven, maar goed, het is niet anders. En voor het geval er nieuwe verkiezingen komen is deze blog misschien een hulp om na te denken op welke partij, maar vooral op welke personen je gaat stemmen. En ik sluit niet uit dat het geen vier jaar duurt voor dat er weer verkiezingen zijn. Want het feit dat ze elkaar nu al schofferen via social media is een slecht teken.

Vooralsnog leven wij in Nederland in een democratie (je leest enige voorlopigheid, want wereldwijd staan democratieën heel erg onder druk) . Maar wat is een democratie eigenlijk? Ik heb het sterke vermoeden dat de meeste mensen zich niet hebben verdiept in de essentie van een democratie. Meestal denken we aan een procedure die bij een democratie hoort, namelijk het tellen van stemmen. Met als resultaat de meeste stemmen gelden.

Wikipedia (4 oktober 2023) definieert een democratie als: In een directe democratie heeft het volk de directe bevoegdheid om over wetgeving te beraadslagen en te beslissen. In een representatieve democratie kiest het volk via verkiezingen regeringsfunctionarissen om dit te doen. Wie wordt beschouwt als een onderdeel van ‘het volk’ en hoe autoriteit wordt gedeeld onder of gedelegeerd door het volk, is in de loop van de tijd en in verschillende snelheden in verschillende landen veranderd. Kenmerken van democratie omvatten vaak de vrijheid van vergadering, vereniging, persoonlijk eigendom, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, burgerschap, instemming van de geregeerden, stemrecht, vrijheid van ongerechtvaardigde ontneming door de overheid van het recht op leven en vrijheid, en de rechten van minderheden.

In deze definitie van democratie valt het op dat het vooral over vrijheden gaat die gewaarborgd zijn. En al deze vrijheden bestaan in wezen op basis van de rechten van minderheden’. De essentie van een democratie wordt zomaar terloops genoemd. Ik wil proberen dit uit te leggen.

In een democratische samenleving, waar er gezocht wordt naar een meerderheid van stemmen om met elkaar beslissingen te kunnen nemen, is de procedure van ‘de helft plus één’, doorslaggevend voor het bepalen van beleid. Beleid over alle zaken die met de inwoners, in ons geval Nederland, te maken hebben.

Zoals de laatste tijd zeker laat zien, is er heel vaak geen overeenstemming over het denken over de werkelijkheid. Over alle zaken die ons aangaan is er verschil van mening. Van al of geen suikertaks, tot hondenbelasting, CO2 regels, immigratie, belastingschijven en noem maar op. De realiteit is heel divers en daar hebben we allemaal verschillende ideeën over. Zeker nu we al een aantal decennia steeds minder een ‘gemeenschappelijk verhaal’ hebben dat als richtlijn voor de meeste mensen geldt. Het meest gemeenschappelijke is langzamerhand ons consumentisme en de vergelijking met elkaar, die ons (zonder dat wij ons dat bewust zijn) door de commercie wordt opgedrongen. Zie mijn blog over meisjes en hun lijf.

Het mooie van onze cultuurvorming van de laatste eeuwen is dat we een overeenstemming hebben dat de meerderheid ook rekening moet houden met de minderheid. Dit gegeven is heel bijzonder!!! Ik zou het wel van de daken willen roepen dat dit, kijkend naar de geschiedenis, echt uitzonderlijk is. En juist dit gegeven staat de afgelopen tijd zo onder druk.

Om het actueel te maken met betrekking tot de uitslag van de laatste verkiezingen: op dit moment is de grootste partij de partij die dit recht van de minderheid niet onderschrijft. Trouwens, de grootste partij is geen partij. Dat is één man die geen tegenspraak duldt van anderen die het met hem oneens zouden kunnen zijn. En wanneer iemand geen andere meningen duldt dan heeft zo iemand dictatoriale trekken.

Victor Orban van Hongarije, de PIS partij van Polen, Donald Trump en natuurlijk Poetin zijn allemaal leiders die geen tegenstem dulden.

In dit verband wordt vaak de aan Voltaire toegeschreven zin aangehaald “Ik keur af wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen”. [i]

Deze uitspraak houdt in dat ik bereid ben mijn eigen overwegingen in twijfel te trekken, omdat ik de ander niet wil uitschakelen, maar heel serieus wil nemen.

Ik ben er van overtuigd dat heel veel mensen zich niet realiseren dat, wanneer ze op een dictatoriaal iemand stemmen, ze het grote gevaar lopen om zelf op een moment uitgeschakeld te worden wanneer ze een mening hebben die afwijkt van het dictatoriale regime. Denk maar aan wat er met Aleksej Navalny is gebeurt.

Hele begrijpelijke gedachten zijn, “ach, zo’n vaart zal dat toch niet lopen in ons land”. Maar kijk naar de landen om ons heen, en kijk vooral naar de geschiedenis. En je ziet, in een tijdsbestek van een paar jaar is een democratie zomaar ineens verleden tijd en veranderd in een dictatuur.


The 2023 Economist Intelligence Unit Democracy Index map Full democracies   9.00–10.00   8.00–8.99 Flawed democracies   7.00–7.99   6.00–6.99 Hybrid regimes   5.00–5.99   4.00–4.99 Authoritarian regimes   3.00–3.99   2.00–2.99   1.00–1.99   0.00–0.99 No data   

In de bovenstaande afbeelding is de verdeling wereldwijd van democratieën en dictaturen weergegeven.

Het aantal mensen dat leeft in een democratie is 9,5 %, en dat leeft in een dictatuur 35,9 %.

De komende tijd zullen er in de wereld veel belangrijke verkiezingen worden gehouden: Amerika, India en ook in de EU. De meest spannende is de verkiezing in Amerika. Laat ik er voor dit moment maar niet meer over zeggen dan dat ik me grote zorgen maak.

Wanneer je je wilt verdiepen in het thema ‘vrijheid’ dan is er voor de diehard het boek van Annelien de Dijn, “Vrijheid”, Alfabetuitgevers, 2020, een kleine 400 pagina’s. Maar met dit soort boeken is het zo, dat je jezelf kunt toestaan er in te grasduinen.

Maar Wikipedia er op naslaan is al een goed begin, want onze democratie is echt, historisch gezien, geen vanzelfsprekendheid.


[i] De uitspraak is niet tot Voltaire te herleiden. Het citaat is van Evelyn Beatrice Hall, die onder het pseudoniem  Stephen G. Tallentyre in The Friends of Voltaire (1906) deze maxime, dit principe gaf als een samenvatting van  Voltaires gedachtegoed.(Wikipedia 08-01-2021.)

Paul Verhaeghe

Over zijn laatste boek “Onbehagen”.

Er is bijna geen kwestie in het leven die eenduidig is. Veel zaken hebben een andere kant, een tegenpool. Het weer is zo’n kwestie: teveel zon is niet goed en teveel regen ook niet. Bijna alles is wel één van de  kanten (één van de lemma’s) van een dilemma. Een uitspraak die hieraan refereert is “alles heeft z’n prijs”. Ook een relatie van mensen met elkaar is een en al dilemma. Een relatie is een compromisse ding. Formeler of wetenschappelijker gezegd, een relatie is de balans tussen individu en gemeenschap. Tussen individualiteit en socialiteit. Over personen die samen hiermee blijven tobben wordt wel gezegd: ze kunnen niet met en niet zonder elkaar.

Dit dilemma kan een gevoel van onbehagen geven, want wat je ook doet, het is nooit helemaal goed. Het is het gevecht tussen autonomie aan de ene kant, en onderlinge afhankelijkheid aan de andere kant. Over onder andere dit onbehagen gaat het laatste boek van Paul Verhaeghe.

Paul Verhaeghe is een Belgische hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse. Hij is onder andere bekend geworden met zijn boek “Liefde in tijden van eenzaamheid”, dat direct wereldwijd een bestseller werd. Wat ik buitengewoon bewonderenswaardig vind is zijn ontwikkeling van heel individueel gericht denker naar een wetenschapper die een veel socialer, maatschappelijk focus heeft. Waarmee hij binnen de menswetenschappen een van de weinigen is die over de grenzen van zijn eigen vak is gaan kijken. Ik las laatst zijn uitspraak dat de belangrijkste psychologie de sociale psychologie is, om hiermee te benadrukken dat ‘we’ elkaar voortdurend beïnvloeden op een manier die we meestal niet doorhebben. Zo’n uitspraak is wat voor een psychoanalyticus; een benadering die Paul Verhaeghe trouwens altijd trouw is gebleven.

Een voorbeeld van onderlinge beïnvloeding. Ga eten in een veganistisch restaurant en om je heen zie je een bepaald type mens. Niet zozeer een psychologische typering, wel een maatschappelijke. Loop vervolgens even door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam en je ziet een totaal ander maatschappelijk type mens. Ik sluit niet uit dat ze wel een overeenkomst hebben: die van ‘het eigen gelijk’. Hebben ze toch iets gemeenschappelijks. Wat deze twee groepen scheidt (als voorbeeld) is een verschillend gemeenschappelijk ‘verhaal’. Dit verhaal wordt tegenwoordig nogal eens een narratief genoemd. Wanneer binnen een maatschappelijke context mensen geen gemeenschappelijk verhaal, narratief hebben, dan roept dat onbekendheid op met diegenen die een ander verhaal hebben. Die een andere kijk op het leven, de omgang met elkaar en de inrichting van de maatschappij hebben. Dat verschillend zijn kan al snel de daarbij behorende angst oproepen met als gevolg in veel gevallen polarisatie.

Een gemeenschappelijk verhaal binnen een maatschappij maakt dat de mensen overeenstemming hebben over de belangrijkste thema’s van het leven. Deze thema’s zijn bijvoorbeeld: hoe gedraag je je als man en als vrouw. Hoe vorm je samen je liefdesrelatie en het geeft helderheid over de verschillende rollen binnen die verhouding. Wat zijn de omgangsvormen met betrekking tot seksualiteit, tot autoriteit en wat zijn de rituelen om jongeren tot goede deelnemers in de maatschappij te maken. (Zie mijn blog over meisjes en hun lijf). Rond al deze levensgebieden was jarenlang religie de bepalende factor voor ons gezamenlijke verhaal. Niet alleen voor individuen maar ook voor de maatschappelijke verhoudingen.

Maar in de afgelopen decennia is ons ‘narratief’ fundamenteel veranderd. Paul Verhaeghe geeft het volgende voorbeeld. Terwijl hij in de auto zit hoort hij het volgende bericht: “Australië staat op het punt het homohuwelijk goed te keuren. Geschat wordt dat dit de Australische economie op korte termijn een boost zal geven van 335 miljoen euro”. Verhaeghe: “Een ethische vooruitgang van formaat wordt gereduceerd tot economische groei, wat betekent dat de beslissing nauwelijks te maken heeft met ethiek”.

Dit economische denken heeft langzamerhand ons hele leven én ons denken doordrenkt. Niet de paus maar Elon Musk is voor veel mensen, jong en oud, een voorbeeld. Want de rijkste man ter wereld. Ons denken over de maatschappij is veranderd van een sociaaleconomisch denken, naar een economisch denken én handelen. Deze verschuiving heeft vooral plaats gevonden door de globalisering, wat bijvoorbeeld gemaakt heeft dat bedrijfseigenaren in een ander land gevestigd zijn dan het bedrijf zelf. En deze globalisering is mogelijk gemaakt door een verregaande industrialisering én door de mogelijkheid om via internet overal met elkaar te kunnen communiceren. Zo is het mogelijk geworden dat Volvo nu een Chinese eigenaar heeft.

Deze ontwikkeling wordt wel het neoliberalisme genoemd. Een lastige term, waarmee wordt bedoeld dat de overheid vooral het bedrijfsleven bevoordeeld, met daaraan gekoppeld het terugdringen van staatsbedrijven, dus zoveel mogelijk is gaan privatiseren om het concurrentiemodel door te voeren. Soms tot idiotie zoals het scheiden van treinen en de rails. (In de meeste landen heeft dit geleid tot een grote verslechtering van de spoorwegen, waarbij Engeland het meest dramatische voorbeeld is).

Het ontbreken van een gemeenschappelijk relationeel-ethisch verhaal heeft ook tot een zingevingscrisis geleid. Waarin niet meer de relatie met de medemens centraal staat, maar het hebben van spullen en het individueel kunnen genieten, als het kan op een extatische manier.  Een existentieel vacuüm waarin de commercie en de grote techbedrijven heel slim op in zijn gesprongen. Door vooral bevrediging te stimuleren door kicks: een staat van opgewondenheid, door consumentisme en vooral de laatste tijd door steeds meer drugsgebruik. Festivals en nachtleven kunnen niet meer zonder een pilletje of een snuifje cocaïne om de extase te bereiken.

Het bijzondere is dat er als tegenhanger een trend is om te bezinnen door middel van mindfulness, familieopstellingen “waar we oh zoveel beleven”, en andere meer esoterische stromingen, gericht op de eigen binnenwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar al deze benaderingen zijn ik-gericht. En verhelpen ons sociale isolement niet. Deze ik-gerichtheid wordt heel zichtbaar in het aantal winkels en zaken gericht op ons uiterlijk. Op dit moment zijn de meeste winkels in het winkelcentrum van Amstelveen zaken die iets, producten of behandelingen aanbieden voor ons (vooral dat van vrouwen!?) uiterlijk. Deze egocentrische gerichtheid maakt ons heel alleen, geïsoleerd, vaak zonder dat we het zelf door hebben. Er is dan ook een hoofdstuk in Verhaeghes boek dat gaat over het vervreemde individu.

Deze recensie is een beschrijving in een notendop. Het boek geeft een overvloed aan inzichten en feiten die deze inzichten ondersteunen.

Wil je inzicht krijgen in onze tijd en je eigen positie daarin dan is dit boek een must. Wat zeg ik: ik beveel dit boek aan (wat geloof ik een bevel inhoudt……). Paul Verhaeghe is een zeer erudiete schrijver; zijn betrokkenheid als psychotherapeut, wetenschapper én maatschappelijke deelnemer ‘komt je tegemoet’ in dit boek.

Wil je uitgebreider met hem kennismaken, ga dan naar zijn boekenblog:

https://boekenblog.paulverhaeghe.com;

Paul Verhaeghe, “Onbehagen”, uitgeverij de Bezige Bij. € 24,99.

Een aanrader. Sowieso voor iedereen ‘die met mensen werkt’, zoals psychotherapeuten, artsen, pastores en ander hulpverleners. Maar eigenlijk voor iedereen die zichzelf en zijn tijd beter wil begrijpen.

“Perfect Days”.

Een film van Wim Wenders.

Van verschillende kanten was ik al heel nieuwsgierig gemaakt voor de film ‘Perfect Days’. Door de jaren heen heb ik veel Japanse films gezien. Bizarre, want daar zijn de Japanners heel goed in. En heel verstilde en liefdevolle, wat intrigerend is in combinatie met de bizarre films. Door mijn niet fanatieke interesse in (en geringe kennis van) Zen Boeddhisme (fanatiek Zen is volgens mij een contradictie) trok me ‘Perfect Days’ ook aan, want in verschillende verwijzingen werd die link gelegd.

Dertien jaar gelden heb ik voor mezelf een fotoboek gemaakt over de steden die we bezocht hadden in de loop van de jaren. Ik schreef daarin: Sinds 2006 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad. En hebben daarmee hun ‘natuurlijke’ omgeving ingeruild voor een ‘cultuurlijke’. Een omgeving die helemaal door onszelf is vormgegeven, waar de natuur voor een belangrijk deel afwezig is en waar we voornamelijk omgeven zijn door dingen. Indrukwekkender nog is het aantal inwoners per vierkante kilometer: in Amsterdam zijn dat er 4880, in Mumbai 21.000!  “Dwalend door een stad kan ik me verbazen dat al die mensen die om mij heen lopen of zitten zich niet of nauwelijks verwonderen over dat cultuurlandschap. We doen alsof dit normaal, gewoon is, net zoals we het normaal zijn gaan vinden dat we met elkaar van over de hele wereld in een splitsecond contact met elkaar kunnen hebben.. De vanzelfsprekendheid is vanzelfsprekend geworden”.

De hoofdrolspeler in de film Perfect Days, Hirayama (Kôji Yakusho) maakt openbare toiletten schoon. In de top-honderd van de beroepsprestigeschaal wordt dit werk niet eens genoemd (ik heb het nagekeken). Maar Hirayama gaat ‘s morgens vrolijk naar zijn werk, blij met het licht dat door de boombladeren schijnt. Iedere dag is hetzelfde: opstaan, deken in vieren opvouwen, zijn kussen er op leggen, matras in drieën vouwen en het geheel als een stapel in de hoek van zijn kamer leggen. Tandenpoetsen met een gewone tandenborstel, gezicht met koud water afspoelen, aankleden en met zijn kleine bestelbusje met schoonmaakspullen naar de wijk Shibuya in Tokyo. In deze wijk staan vijftien modern ontworpen openbare toiletten. En Hirayama maakt die steeds met geconcentreerde precisie schoon. Hij gebruikt zelfs een spiegeltje om te kijken of de onderkant van de wc-pot wel schoon is. Aan het eind van de dag gaat hij naar het badhuis, waarna hij in een eettentje iets gaat eten. “s Avonds voor het slapen gaan leest hij William Faulkner, een intellectuele schrijver, wat je ook weer niet verwacht van een toiletschoonmaker.

In een van de toiletten ziet hij in een rand een papier waarop een beginnend tik tak tok spelletje is getekend. Met een glimlach tekent hij een van de hokjes in en stopt het papier terug. Zo gaat dat in de loop van de dagen door totdat het spelletje uit is; dan is het ineens ondertekend met ‘thank you’ en Hirayama steekt het met een glimlach in zijn zak. Dit is een representatie van maximale ‘alleenheid’, maar geen eenzaamheid, want Hirayama lijkt genoeg te hebben aan zichzelf. Tegelijkertijd is hij niet ‘onsociaal’; wanneer er een nichtje langskomt is hij daar blij mee en maakt leuk contact.

Met enige ironie kan ik soms zeggen: “in de Margriet of de Libelle wordt gesteld, je kunt pas van een ander houden wanneer je van jezelf houdt”. Toch zit daar waarheid in, in die zin dat het niet vanzelfsprekend is om een goede, harmonieuze, realistische liefdevolle relatie met jezelf te hebben. Heb je dat niet kunnen ontwikkelen (bijvoorbeeld door tekorten in je jeugd) dan kan het zomaar gebeuren dat je dat onbewust wilt inhalen in je volwassen relatie(s). Een evenwichtige relatie met jezelf houdt in dat je niet bang bent om alleen te zijn; omdat je niet bang hoeft te zijn voor jezelf, je binnenwereld of je eigen minderwaardigheid gevoelens. En dat je het basisgevoel hebt dat je het alleen wel redt in het leven en de wereld en dat je je kunt vermaken ‘in je eentje’.

Maar dat is iets anders dan alleen leven. We zijn een sociale diersoort. En juist de interactie met anderen heeft onze cultuur voortgebracht en daardoor heeft de wetenschap zich kunnen ontwikkelen. Wat betreft het alleen leven geeft de film een niet realistisch beeld van een mensenleven. Alleen, individueel leven is eigenlijk niet-menselijk; is dus onmenselijk.

Het individuele leven in de film wordt nog versterkt door de beelden van Tokyo. De anonimiteit van een stedelijke agglomeratie van ongeveer 40.000 inwoners is, voor die dat wil zien, confronterend. Alleen leven in zo’n omgeving is veel te veel gevraagd van een individueel mens. Dit is geen kritiek op de film. Wel een grote vraag die ik zet bij de doorgaande verstedelijking. Waar de menselijke maat ontbreekt. De film is prachtig en zet aan het denken over de zin van ons eigen leven. Als reclame voor een grote stad, als een positieve context voor een individueel leven, is de film volgens mij niet realistisch en dus twijfelachtig. Want het is van ieder mens teveel gevraagd om moederziel alleen te leven.

De filmografie van Wim Wenders overziend hebben veel films een diepere en soms filosofische achtergrond. Niet zo gek omdat hij onder andere ook filosofie heeft gestudeerd. Vandaar dat ik me heb afgevraagd waarom hij het schoonmaken van openbare toiletten als thema heeft gekozen. Het animale, dierlijke verstopt, dan wel vermomd in artistieke architectuur? Steeds goed schoongemaakt door een onthechte zenmeester. Het NRC schreef “Een seculiere monnik, het toilet is zijn klooster”. Misschien is dat ook de paradox die er verborgen in huist: om je te ontdoen van het dierlijke, is het nodig dat je het je eerst eigen maakt. Feitelijk en overdrachtelijk: houd je eerst maar bezig met de shit van dit moment en ruim die eerst maar op en verlang, begeer niet meer. Dat is ook de Boeddhistische weg van de onthechting om in het hier-en-nu te kunnen leven. Want de begeerte, het verlangen grijpt altijd vooruit naar dat wat in de toekomst ligt en ons afleidt van het heden. En dan kan het zomaar gebeuren dat ons leven tussen onze vingers doorglipt.

“Perfect Days” draait nog in de bioskopen en is zeker het kijken en overdenken waard.

Naar aanleiding van Meisjes, ons lijf, Pavlov en social media.

Het blijkt voor jongeren in deze tijd heel moeilijk te zijn om je evenwichtig te ontwikkelen.

Wanneer 43% van de puber en adolescentenmeisjes psychische problemen heeft dan is dat geen individueel probleem meer. Denken dat de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) dit kan oplossen is een illusie. Er is met die meisjes geen lichamelijk, somatisch probleem; er is met al die jonge vrouwen een socialisatieprobleem.

Socialisatie is het proces waarbij een individu, bewust en onbewust, door internalisering de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van de groep krijgt aangeleerd. Het is een levenslang proces en een voorwaarde voor integratie. (Wikipedia).

Met integratie wordt hier bedoeld dat je als persoon op een zinvolle manier kunt deelnemen aan de samenleving waar je deel vanuit maakt.

Onze persoonlijkheid op weg naar volwassenheid wordt bepaald door twee belangrijke factoren: onze aanleg, onze genetische blauwdruk aan de ene kant. En aan de andere kant onze persoonsontwikkeling door de invloed van opvoeders, familie, school, etc.

Dit debat is bekend als het nature versus nurture debat.

Het gesprek tussen de biologie en de psychologie over de verhouding genetische blauwdruk van onze persoonlijkheid en de invloed van de omgeving (ouders etc.) is al een oud debat

Door allerlei wetenschappelijk onderzoek is langzamerhand vastgesteld dat die verhouding fiftyfifty is. Dick Swaab heeft met de titel van zijn eerste boek “Wij zijn ons brein” dus voor 50% gelijk. Opvoeden heeft zin, maar wel met verrekening van de genetische mogelijkheden van ons kind. Over dat nurture deel, de invloed van de omgevingsfactoren, wil ik het hier hebben naar aanleiding van een paar artikelen in de Volkskrant.

Veel invloeden op ons als persoon voltrekken zich achter onze rug. Zonder dat we ons dat bewust zijn. Dat begint met de taal die we leren, het soort eten dat we krijgen, of we in een stad of op het platte land opgroeien en de invloed van de  maatschappelijke klasse waartoe onze ouders behoren. En daarbij is geld als een afgeleide factor van die klasse heel belangrijk om je goed te kunnen ontwikkelen.

In gemeenschappen die hecht zijn vindt er een socialisatieproces plaats dat door de eeuwen heen is gevormd en plaatsvindt door middel van rituelen die faseovergangen benadrukken op  weg naar volwassenheid. Zoals de Bar Mitswa voor Joodse jongens en de Bat Mitswa voor meisjes. Het doen van belijdenis in de protestantse kerk, de ontgroening op een universiteit en zo zijn er veel voorbeelden te noemen van initiatierites, overgangsrituelen om toe te treden als volwassene tot een gemeenschap.

En daar is nu een grote ‘leemte’, een gemis in onze maatschappij, waar jongeren ineens na de basisschool mee geconfronteerd worden. Er is geen gemeenschappelijk draagvlak dat de vorming van jongeren van de ouders overneemt en hen begeleidt om ‘sociaal dier’ te worden.

De binnenwereld van het gezin wordt abrupt opengebroken door de overgang naar de middelbare school. En wat tussen onze (en ja, wie zijn ‘onze’!?) vingers is weggeglipt is die vorming van onze pubers en adolescenten tot personen die tevreden zijn met hoe ze zelf zijn. En die zich hebben ontwikkeld tot mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen.

Na de tweede wereldoorlog hadden we als Nederlanders nog enkele gezamenlijke ‘verhalen’ die ons samenbonden. Religie speelde daarin een grote rol, want sta er even bij stil wat het betekent: één dag per week hielden mensen zich bezig met het zichzelf overstijgende. De verhouding met het “AL”, God genoemd en met de medemens, de “naaste”.

Ik kom zelf alleen nog met begrafenissen in een kerk. En ik heb daar een zeer ambivalente relatie mee. Vooral door enerzijds het gemis van een gemeenschapsgevoel, en anderzijds de bevrijding van een veroordelende, onderdrukkende normativiteit.

De afgelopen jaren hebben zich er twee parallelle ontwikkelen voorgedaan. Vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw is ons maatschappelijk leven vooral gedomineerd door het economische denken. Was er daarvoor nog een sociaaleconomisch beleid, daarna verdween het sociale in het denken. Kernwoorden waar ons leven om ging draaien waren geld, winst, marktwerking, bezit en concurrentie. Door de mogelijkheden van de (digitale) techniek kon de handel in goederen én aandelen internationaal worden. Bedrijven werden internationaal bezit en de relatie tussen eigenaren en werknemers werd volslagen anoniem. Werknemers werden ‘een factor, dingen’ waar geen enkele ethische band mee hoefde te bestaan.

De andere ontwikkeling was de sterke teruggang van de kerken. We werden veel mobieler door het bezit van een auto en daardoor ook sociaal mobieler. Wonen en werken werden veel meer gescheiden, en door de opkomst van administratieve, bureaucratische beroepen kon het werken samengebracht worden in grote kantoorcomplexen in stedelijke omgevingen. Het platte land liep voor een groot gedeelte leeg.

Deze ontwikkelingen hadden een fragmentarisering tot gevolg van het maatschappelijk leven; van de sociale, gemeenschappelijke samenhang. Individualisering ging dit heten, met als grondgedachte dat ons leven door ons zelf maakbaar zou zijn. We werden en zijn teruggeworpen op onszelf.

Het punt is dat wij als sociale diersoort anderen nodig hebben voor onze ontwikkeling, voor ons ‘nurture’ deel van onze persoonlijkheid. Zeker in de puberteit en adolescentie hebben we anderen nodig waar we ons mee kunnen identificeren. Volwassenen die als gemeenschap een voorbeeld zijn en leeftijdgenoten als spiegelbeeld. De tragiek is dat deze socialisatievoorwaarde na de basisschool ontbreekt. Jongeren leven vaak in een fysiek, sociaal vacuüm. Het mobielgebruik bij veel jongeren ligt rond de vijf uur per dag!

En op dit sociaal isolement en gemis aan positief identificatiemogelijkheid speelt de commercie handig in.

Iemand die daar recent over schreef in de Volkskrant van 13 januari is Merel van Vroonhoven. Merel van Vroonhoven is een bijzondere vrouw die haar topfunctie inruilde om les te gaan geven op een basisschool. Daarvoor was zij onder andere van 2014 tot 2019 voorzitter van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Van Vroonhoven studeerde in 1993 af in de geofysica en haalde een graad in 2000 aan de INSEAD Business School in Fontainebleau in Frankrijk.

Merel van Vroonhoven vertelt over de dochter van een ex-collega van 19 jaar. De jonge vrouw Linsey vertelt over vriendinnen die op Instagram allerlei foto’s laten zien van hun mooie uiterlijk. Ze wordt er erg onzeker van, gaat zichzelf lelijk vinden. Vindt haar mond, dan wel haar lippen niet mooi. Met het AI schoonheidsfilter van Instagram geeft de jonge vrouw zichzelf met een swipe de perfecte look. “Na het filter kreeg ik ineens megaveel likes en positieve comments!” zegt de jonge vrouw trots. Blij was ze maar ook onzeker. “Ik schaamde me voor mijn echte lippen, durfde nauwelijks meer de deur uit”. Met haar gefilterde foto in de hand klopte ze aan bij een kliniek die ze vond op internet. En voilà, de zo begeerde volle lippen waren een feit, precies zoals op haar instagramselfie”.  Linsey is niet de enige die haar eigen gezicht verruilt voor een door kunstmatige intelligentie gegenereerde nepversie. Overal in de wereld verschijnen Kylie Jenner- en Kim Kardashian-look-alikes in het straatbeeld. Nep is het nieuwe echt. Het kan, dus wie het niet doet, doet zichzelf te kort.

‘Steeds meer jonge vrouwen zijn ontevreden over hun lichaam’, zegt Lauren Conboy, onderzoeker aan de Universiteit van South Australia. ‘Een probleem mede ontstaan doordat sociale media een onbereikbaar schoonheidsideaal promoten.’ Meer en meer deskundigen zijn bezorgd over de verwoestende gevolgen van de TikToks en Instagrams van deze wereld met hun geavanceerde algoritmes die nep prefereren boven echt – gewetenloos de eigen portemonnee spekkend, ten koste van het welzijn van (jonge) gebruikers. ‘Valse informatie levert meer geld op dan de waarheid’, zegt Sandy Parakilas, voormalig werknemer van Facebook (zusterbedrijf van Instagram). ‘De waarheid is saai.’

Ik maak me zorgen over al die jongeren die zich moeten ontwikkelen in een wereld die draait om concurrentie met de buitenkant.

Merel van Vroonhoven over haar zelfde zorgen: “Terecht? Of is het simpelweg de techfobie van een pre-internettijdrepresentant, en zijn de Kylie Jenner-lippen van vandaag niet meer dan het Lady Di-kapsel van vroeger?”

De ander en ik. 

Met mijn existentiële huisgenoot, mijn lief B. had ik ‘s morgens 24 december al vroeg een discussietje of je nu wel of niet de realiteit van het komende jaar onder ogen moet zien. B. is voor mij door haar lichtheid in mijn bestaan een hele goede tegenhanger van mijn soms enigszins sombere, maar realistische inborst. Zij haalde op die ochtend tussen neus en lippen door de Romeins stoïcijns filosoof Epictetus (50 – 130 AD) aan die gezegd heeft: “Er is slechts één weg naar geluk en dat is ophouden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt”. 

Toch, maar, misschien wist je het nog niet, de meer depressieven zijn wel de meest realistische. Nu schrijf ik deze blog en niet B., dus je bent gewaarschuwd.

In deze tijd van “vrede op aarde in de mensen een welbehagen” is het misschien niet zo’n gek idee om stil te staan bij de relatie die we met elkaar hebben. Tegelijkertijd schieten mijn gedachten alle kanten op wanneer ik over verhoudingen denk, want de actualiteit maakt dit onderwerp nou niet direct een eenvoudig onderwerp. Bijvoorbeeld, het nieuwe jaar 2024 zal wat betreft de internationale verhoudingen heel spannend worden. Ik heb het vermoeden dat de meeste mensen zich niet realiseren wat het voor hun eigen, individuele leven gaat betekenen wanneer Donald Trump weer gekozen wordt tot president. In een niet vrolijk makend artikel in het Financiële Dagblad van 23 december wordt beschreven hoe Trump op een ingrijpende manier de instituties waarop de democratie is gebaseerd op een dramatische wijze zal ontmantelen door alle niet-republikeinse werknemers te ontslaan en te vervangen door aanhangers. De steun aan Oekraïne zal stoppen en misschien zal Trump zelfs besluiten uit de NAVO te stappen. Waarmee de relatie met Europa op een dieptepunt komt. Het is ook te verwachten dat XI Jinping Taiwan binnenvalt met grote gevolgen voor de mondiale economie, want in Taiwan staat de grootste chipmaker ter wereld.

En het bovenstaande gaat allemaal over het thema relatie, de onderlinge verhouding tussen individuen en groepen mensen.

Er is door filosofen, psychologen en andere sociaal-wetenschappers veel nagedacht over de relatie van mensen met elkaar. Want dat kan per groep, cultuur en land nogal verschillen.

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de opvattingen, ideeën en overtuigingen over de ‘ander’ in z’n algemeenheid van invloed zijn op de manier waarop we met die ander omgaan. Pijnlijke voorbeelden hiervan zijn de slavernij en de manier waarop mannen door de eeuwen heen met vrouwen zijn omgegaan. En ook per individu kan het veel uitmaken hoe iemand in relaties staat, zoals uit de psychopathologie bekend is. Denk maar aan de narcistische persoonlijkheid.

Hoe we met elkaar omgaan heeft met het volgende te maken.      Globaal hanteren we als mensen een tweedeling in wat er om ons heen is, namelijk levende wezens en dode dingen. Binnen de levende wezens hebben we onszelf een speciale plaats toebedacht, onder andere onder invloed van het christelijke scheppingsverhaal. Sindsdien hebben we eigenlijk een driedeling: mensen, dieren en ander levende wezens, en niet levende dingen. Binnen de filosofie wordt dit onderscheid vaak benoemd als het verschil tussen subject, een mens; en een object, een ding. In dit verband laat ik even de dieren en planten buiten beschouwing. In onze omgang met de wereld kunnen we dan spreken van een relatie waarbij ik ‘het andere’ als mens zie, of waarbij ik ‘het andere’ als ding benader.

Eén van de filosofen die zijn hele leven heeft nagedacht over de verhouding tussen mensen is de joodse filosoof Martin Buber, die leefde van 1878 tot 1965. Ook Buber zag hoe verschillend we met elkaar om kunnen gaan en wat de consequenties  daarvan zijn. De tweedeling in de omgang met ‘het andere’ benoemde hij als een ik-jij relatie, of als een ik-het relatie. “Op alle niveaus van een menselijke gemeenschap”, zo schrijft Martin Buber, “bevestigen personen elkaar in hun persoonlijke kwaliteiten en bekwaamheden, en een gemeenschap kan menselijk genoemd worden naar de mate waarin haar leden elkaar bevestigen”.

Maar, en dat is in zijn consequenties een dramatisch gegeven, we kunnen mensen ook als dingen bekijken en behandelen. Als een ik-het relatie dus. Filipijnse jonge vrouwen die in Saoedi-Arabië gaan werken worden veelal geslagen en seksueel mishandeld: als ding bejegend. Bij de terugkerende aanbesteding van zorginstellingen in gemeenten worden in feite de werkneemsters (meestal vrouwen) als koopwaar (als ding) ingezet in de onderhandelingen. Naar analogie van de beelden uit oude films waarbij mannen ’s morgens vroeg zich verzamelde op een plein en de rijke ondernemer er een paar uitkoos voor die dag.

Ander actueel voorbeeld: Jeff Bezos, eigenaar van Amazon verzet zich met hand en tand wanneer werknemers zich willen aansluiten bij een vakbond. De werkomstandigheden bij Amazon zijn vaak mensonterend. De mensen bij Amazon worden als object behandeld en het is de vraag of je bij zo’n bedrijf moet kopen.

Een film waar dit thema van de menselijke relatie zeer indringend wordt weergegeven is de film “The Old Oak”, van de regisseur Ken Loach. In een armoedig Engels voormalig mijndorp komen een aantal Syrische vluchtelingen aan. Het dorp is na sluiting van de mijn door de overheid aan z’n lot overgelaten en de komst van de vluchtelingen splijt het dorp in tweeën. De eigenaar van het café ‘The old Oak’ is een menselijke man die goedwillend is ten opzichte van de vluchtelingen, maar een ander deel van het dorp is afwerend en heel kritisch, “want waarom juist bij ons en niet bij de heren die beleid maken?!”.

Ken Loach is een heel geëngageerde regisseur met veel prachtige, sociaal betrokken films. Dit is misschien wel zijn laatste film, want Loach is van 17 juni 1936. In de film komt het met het dorp goed, maar je verlaat de bioscoop zonder het stereotiepe feel good gevoel. Dat komt door de film, maar natuurlijk ook door de actualiteit van dit moment. Maar voor de kerst en/of het nieuwe jaar is het echt een aanrader. Wel tissues bij de hand houden.

Ik wens je een heel gezond, voorspoedig en gelukkig 2024.

Anselm Kiefer

Het is heel moeilijk na te gaan wat de invloed van de tweede wereldoorlog is op de naoorlogse generatie. Zelf weet ik dat ik leef met een, op de achtergrond sluimerende angst voor een oorlog; preciezer: voor een wereldoorlog. Hoe meer moet dat spelen wanneer je opgroeit tussen de zichtbare gevolgen van de tweede wereldoorlog.

Anselm Kiefer, geboren in Donaueschingen, Duitsland is opgegroeid tussen de verwoestingen van de bombardementen. Deze oorlogsgeschiedenis heeft hem en zijn latere werk gevormd op een manier die op mij een overweldigende indruk maakt.

Zelfs zonder gedetailleerde herinneringen draag je, wanneer je van direct na de oorlog bent, de sfeer, de zwaarte en de duisternis met je mee. En het slachtofferschap heeft dan zijn voordelen, want je kunt de geleden ellende externaliseren; bij ‘die anderen neerleggen’. Hoe anders moet dat zijn voor de Duitse naoorlogse generatie.

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst kennismaakte met zijn werk, maar één keer staat me nog scherp voor de geest. Ik bezocht het Kunstmuseum (toen nog Gemeentemuseum) in Den Haag. Het was tijdens de verbouwing van het Mauritshuis tussen 2012 en 2014, toen een deel van de collectie van het Mauritshuis vertoond werd in het Kunstmuseum. Ik moest me door dit deel met leuke winterlandschapjes en veel publiek heen werken en kwam in een zaal met een werk, een ‘schilderij’ van Kiefer. Schilderij kun je het niet noemen, want Anselm Kiefer gebruikt allerlei materialen in zijn werken. Het schilderij toonde een dor landschap, in voornamelijk zwartwit en een overweldigend formaat. Niet alleen het formaat is overweldigend, ook de voorstelling zelf was (en is steeds) voor mij een donderslag, een klap voor m’n kop, een stomp in m’n maag.

(Des Herbstes Runengespinst – für Paul Celan, gemengde techniek: acryl, olie-emulsie, houtskool, lood, gips, afmeting: 230×280 cm, 2005) .

Dit is een van zijn ‘kleine’ werken, want sommige zijn 4 bij 6 meter.

Eén van mijn quotes is ‘de schrijver schrijft zichzelf en de lezer leest zichzelf’. Voor kunst geldt dan ‘de kunstenaar creëert zichzelf en de kijker kijkt zichzelf’. Dat Kiefer’s werk mij zo aanspreekt, aangrijpt, gaat vast voor een deel over mezelf. Maar ik ben niet de enige, veel mensen worden door zijn werken gegrepen. Je kunt er niet omheen, en niet alleen door het formaat. Het is duistere kunst en duistere kunst raakt vaak aan het mystieke, het onbewuste en de donkere kanten van ons bestaan.

Met een naoorlogse achtergrond en zeker die van de Duitse, is Kiefers zoeken naar de essentie van ons bestaan begrijpelijk.

Anselm Kiefer is ‘niet voor een kleintje vervaard’. Om de Duitsers niet hun verleden te laten wegmoffelen (hm, speciaal woord in dit verband) maakte hij foto’s van zichzelf waarbij hij de Hitlergroet bracht. Maar ook kwantitatief is hij wel wat megalomaan. Want toen hij zijn studio in 1992 van Duitsland naar Barjac in Zuid-Frankrijk verhuisde had hij 80 vrachtwagens nodig. En toen hij van Barjac naar Parijs verhuisde waren dat er 120 geworden. (Mijn lief B. vindt dat ik al een verzamelaar ben!).

Kiefer is erg beïnvloed door de Duitstalige Joodse dichter Paul Celan, wiens ouders door de Duitsers zijn vermoord. Hij zelf ontsnapte ternauwernood aan een werkkamp. Celan maakte later een eind aan zijn leven. Is het een vereffenen van schuld dat Kiefer zo het werk van Paul Celan centraal stelt? De duistere tragiek van de oorlog, en daarmee het mysterie van het geweld weet Kiefer heel sterk en tegelijkertijd met grote schoonheid te verbeelden. Zelfs zonnebloemen laat hij op deze manier spreken.

Anselm Kiefer (geb. 1945) Houtsnede  zonder titel, schellak en acryl op papier op doek
142½ x 84½in. (362 x 214,5 cm.)
Uitgevoerd in 1996.

Bij de combinatie van schoonheid en tragiek moet ik ook denken aan de fotograaf James Nachtwey. Diens foto’s zijn van een ongekende fotografische schoonheid, terwijl Nachtwey bijna alleen ellende fotografeert. Op de vraag naar de schoonheid van zijn foto’s antwoordde hij een keer “maar vraag mij niet naar mijn nachtmerries”.

Wil je kennismaken met het werk van Anselm Kiefer dan zijn er twee mogelijkheden. Er is nu een grote tentoonstelling in museum Voorlinden in Wassenaar; tot en met 25 februari 2024.

Wil je in stilte genieten van de tentoonstelling: iedere zaterdag en zondag is er in Voorlinden tussen 10.00 en 11.00 uur een stilte uur, waar maximaal 50 bezoekers worden toegelaten. Schoenen uit, telefoon uit en niet praten. Meditatief dus.

En er draait in enkele bioscopen een prachtige film over het werk van Anselm Kiefer van de regisseur Wim Wenders.

Je begrijpt: beide is een aanrader.

Zelfkennis

Nog een keer: Wat je niet doorhebt, is dat je niet doorhebt, wat je niet doorhebt.

Liefdesrelaties bestaan (meestal) uit twee mensen die elkaar kennen. Dat is een opendeur. Maar stel nu eens dat de veronderstelde zelfkennis van de één helemaal niet overeenkomt met de kennis die de ander van hem/haar denkt te hebben. Dit is een bron van ruzie. Daarbij, ik durf te beweren dat in geen enkele relatie de kennis van mensen over elkaar congruent is.

“Je zou weleens wat meer in het huishouden mogen doen!”. Nou ja zeg, dat moet jij nodig zeggen. Je steekt zelf geen poot uit!”.

Of “Zou je alsjeblieft de laden en deurtjes  in de keuken achter je dicht willen doen!”.  “Sorry, maar ik weet echt niet waar je het over hebt. Let niet zo op me altijd. Je lijkt wel een controle junk”.

Zo zijn er legio voorbeelden te bedenken die gebaseerd zijn op deze inconsistentie van kennis.

Zelfkennis dus, als voorwaarde voor persoonlijke wijsheid.

Een paar weken geleden stond er in de bijlage van de Volkskrant een interview met een bekende kinderboekenschrijfster. Uit het interview begrijp ik dat veel kinderen steun vinden bij haar boeken. Veel kinderen en jongeren blijken het moeilijk te hebben. Volgens het Trimbos instituut heeft 43% van de meisjes in het voortgezet onderwijs emotionele problemen. De schrijfster uit het interview legt een grote taak bij het onderwijs, waarop de interviewster zegt: “Er moet een vak zelfkennis komen”.

En daar begint het bij mij te borrelen. Met name over het gemak waarbij het begrip ‘zelfkennis’ genoemd wordt. Alsof zelfkennis voor het oprapen ligt. Een vaak in dit verband aangehaald feitje is dat er boven de ingang van de tempel van Apollo in de buurt van Delphi in het oude Griekenland de spreuk stond “ken uzelf”. Ook toen al wist men blijkbaar dat zelfkennis een zeer ingewikkelde kwestie was.

Het woord ‘zelfkennis’ is een samengesteld woord dat uit de delen zelf en kennis bestaat. Wie weleens googelt of Wikipedia raadpleegt krijgt miljoenen resultaten over deze deelwoorden. Logisch, want beide begrippen zijn heel complex en problematisch.

Laat ik met het ‘zelf’ beginnen. Een uitspraak die we allemaal wel kennen zoals “ik ben vandaag mezelf niet” is een heel intrigerende uitspraak. Wanneer ik dit zeg neem ik enige distantie in van ‘mezelf’. Ik kijk, voel en denk na over ……. mezelf. Ik refereer aan een gemiddelde van mezelf als psychologische continuïteit. Zoals ik mezelf gemiddeld denk te kennen. Ik, als observator, treed als het ware buiten mezelf, en ik denk op deze manier iets over mezelf te kunnen zeggen. Het is trouwens heel goed mogelijk dat een ander, waar je dit tegen hem/haar zegt, antwoordt met “het is anders helemaal niet aan je te merken”.

Hoe kom ik erbij deze uitspraak te kunnen zeggen? Wat is het waarheidsgehalte van die observatie, want als ik zeg dat ik mezelf niet ben, ben ik dan eigenlijk niet juist óók wél mezelf? En is het überhaupt mogelijk om op afstand van mezelf te gaan staan?

Het begrip ‘zelf’ is een vaag begrip en wordt ook wel vertaald als psyche, geest of ziel. Als min of meer bewuste persoonlijkheid. (Let vooral op het min of meer!) Uit de vaagheid wordt duidelijk dat het een ingewikkeld ‘iets’ is dat zelf. In de psychologie en psychiatrie wordt deze complexiteit duidelijk uit het al jaren lange gezoek naar een goede indeling van persoonlijkheidstypen en psychische ziekten. De bekende psychiater Rümke schreef al in 1967 een uitgebreid werk met als titel “Tussen psychose en normaliteit”. De overgang tussen normaliteit en gekte is blijkbaar een glijdende schaal.  Maar een psychose is in de meeste gevallen duidelijk; iemand heeft gestoorde ideeën over de realiteit. Een bekend publiekelijk voorbeeld is dat iemand kan denken dat een bepaalde groep mensen van reptielen afstamt. Nog gekker is dat zo iemand dan ook nog volgelingen heeft. Psychosen worden niet altijd als zodanig onderkend, en dat kan gevaarlijke gevolgen hebben.

Is het begrip ‘zelf’ al zo vaag, dan is het duidelijk dat het ook heel moeilijk is om dat zelf te leren kennen. Kennis krijgen we in eerste instantie vooral door waarneming van onze zintuigen: horen, zien, proeven, ruiken en voelen (met ons tastzintuig). Ik geloof niet in een zesde zintuig; dat is esoterische onzin. Al onze zintuigen hebben als functie om de werkelijkheid, de buitenwereld om ons heen waar te nemen. Werkt een van onze zintuigen niet, dat missen we een belangrijk deel van de werkelijkheid om ons heen. Het geval wil, dat we geen zintuig hebben om onze binnenwereld, ons denken en voelen waar te nemen.  Het enige dat overblijft is introspectie: kijken, voelen of je er achter kunt komen wat je denkt en voelt. Het is goed om te beseffen dat ‘deze kennis’ strikt persoonlijk, subjectief is. En natuurlijk, gevoelens zijn ook ‘feiten’, maar slechts en alleen maar een feit voor jezelf. Alleen maar binnen de context van je eigen binnenwereld. En natuurlijk zijn die gevoelswaarnemingen zaken om heel serieus te nemen. Want wanneer ik me depressief voel (echt depressief als diagnostisch gegeven en niet als ‘off-day’) dan is het nodig dat dat gevoel van mij, die zelfbeleving behandeld wordt.

In het psychologisch onderzoek is bekend dat zelfobservaties zeer onbetrouwbare informatie opleveren. Ik ben het met Frans de Waal, de bekende primatoloog, eens dat vragenlijsten die gericht zijn om van ons gegevens te krijgen over onszelf, heel onbetrouwbaar zijn. Frans de waal geeft in een van zijn boeken in het nawoord het volgende voorbeeld: “Wanneer ik terugkom van een feestje en mijn dochter vraagt hoeveel ik heb gedronken, dan zeg ik ook de halve waarheid”. Bij zelfobservatie zijn we geneigd om óf sociaal wenselijke antwoorden te geven; óf antwoorden die gekleurd worden door mijn eigen ‘bias’ (vooroordeel) ten aanzien van mezelf.

Een niet realistisch zelfbeeld is voor jezelf en in het contact met anderen een vervelend handicap. Een voorbeeld is het minderwaardigheidscomplex. Het woord zegt het al, je kent jezelf minder waarde toe ten opzichte van de waarde die je aan anderen toekent.. En je hebt een verstoord zelfbeeld; je ideeën over jezelf kloppen niet met de feitelijke werkelijkheid. Dit kan gaan over ons lijf waar we onzeker over zijn zonder dat dat nodig of reëel is. Maar ook onzekerheid over onze intellectuele capaciteiten spelen bij veel mensen een rol. Het komt voor dat iemand gepromoveerd is op een moeilijk onderwerp en toch denkt dat hij of zij dom is. Het gevolg kan zijn dat iemand overdreven extra haar best gaat doen, met als gevolg een burn-out. Het bijzondere is dat deze overtuigingen over zichzelf zo verinnerlijkt (geïnternaliseerd) kunnen zijn dat het veel inspanning en tijd kan kosten om die niet reële ideeën over zichzelf kwijt te raken. 

Wil je je zelfkennis vergroten dan is de meest effectieve manier om de reacties en eerlijke feedback van anderen heel serieus te nemen.  En dat introduceert ‘de ander’ in mijn verhaal. Maar daar wil ik het een andere keer over hebben.